Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BK3559

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
02-10-2009
Datum publicatie
17-11-2009
Zaaknummer
22-003871-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van het primair ten laste gelegde medeplegen van brandstichting en de subsidiair ten laste gelegde openlijke geweldpleging. De verdachte heeft verklaard dat hij op 31 december 2007 temidden van een groep vuurwerk afstekende jongeren een ‘grondbloem’ onder de heg bij het perceel [straat] te Wassenaar heeft gegooid, welke die heg niet heeft doen ontbranden. De verdachte heeft ook verklaard dat er op dat moment binnen de groep geen plannen waren om iets in brand te steken. Pas ongeveer een uur later, nadat de groep al vuurwerk afstekend door de buurt had gelopen en weer terug was gekomen bij de genoemde heg, riepen een of meer jongens opeens dat die heg in brand moest en gooiden daar vuurwerk in, terwijl de verdachte op enige afstand - volgens hem 8 tot 10 meter - vuurwerk stond af te steken. De verdachte heeft tenslotte verklaard dat de heg voordat hij het wist in brand stond en dat hij geen kans had om weg te gaan van de groep. Het hof acht de lezing van de verdachte van het gebeurde aannemelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-003871-08

Parketnummer: 09-930194-08

Datum uitspraak: 2 oktober 2009

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

Meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank 's-Gravenhage van

22 juli 2008 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 18 september 2009.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, met uitzondering van de strafoplegging. Zij heeft geëist dat de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 31 december 2007 te Wassenaar tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht bij/in een (coniferen)haag/heg, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een of meer brandende grondbloemen, althans brandend vuurwerk, in/tegen/op die (coniferen)haag/heg gegooid/geworpen, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met die (coniferen)haag/heg, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan die (coniferen)haag/heg en/of een nabijgelegen (houten) schuurtje en/of (een deel van) de (voor)gevel en/of de uitbouw van een woning (gelegen aan perceel [straat]) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die (coniferen)haag/heg en/of het (houten) schuurtje en/of die woning (gelegen aan perceel [straat]), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen die zich bevonden in de desbetreffende woning (perceel [straat]) en/of in/(na)bij naastgelegen en/of omliggende woning(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 31 december 2007 te Wassenaar met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [straat], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een (coniferen)haag/heg en/of (houten) schuurtje en/of (een deel van) de (voor)gevel en/of de uitbouw van een woning (gelegen aan perceel [straat]), welk geweld bestond uit het gooien/werpen van een of meer brandende grondbloemen, althans brandend vuurwerk, in/tegen/op die (coniferen)haag/heg.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde veroordeeld tot een werkstraf van

40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie, alsmede tot voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van twee weken, met een proeftijd van twee jaren, onder de bijzondere voorwaarde dat de verdachte van 31 december 2008 te 10:00 uur tot en met 1 januari 2009 te 10:00 uur thuis zal blijven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Hetgeen aan de verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken. Het hof overweegt daartoe het volgende.

De verdachte heeft verklaard dat hij op 31 december 2007 temidden van een groep vuurwerk afstekende jongeren een 'grondbloem' onder de heg bij het perceel [straat] te Wassenaar heeft gegooid, welke die heg niet heeft doen ontbranden. De verdachte heeft ook verklaard dat er op dat moment binnen de groep geen plannen waren om iets in brand te steken. Pas ongeveer een uur later, nadat de groep al vuurwerk afstekend door de buurt had gelopen en weer terug was gekomen bij de genoemde heg, riepen een of meer jongens opeens dat die heg in brand moest en gooiden daar vuurwerk in, terwijl de verdachte op enige afstand - volgens hem 8 tot 10 meter - vuurwerk stond af te steken. De verdachte heeft tenslotte verklaard dat de heg voordat hij het wist in brand stond en dat hij geen kans had om weg te gaan van de groep. Het hof acht de lezing van de verdachte van het gebeurde aannemelijk.

Onder de genoemde omstandigheden is naar 's hofs oordeel geen sprake geweest van de voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking bij de brandstichting.

Ook is gelet daarop geen sprake geweest van een - voor de subsidiair ten laste gelegde openlijke geweldpleging vereiste - substantiële bijdrage van de verdachte daaraan. Dat hij ongeveer een uur eerder een grondbloem onder de heg heeft gegooid kan - gelet op het bovenstaande - aan genoemd oordeel niet afdoen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. T.W.H.E. Schmitz, mr. R.C.A. Duindam en mr. M. Moussault, in bijzijn van de griffier

mr. W.R. van Hattum.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 2 oktober 2009.