Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BK2292

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-09-2009
Datum publicatie
06-11-2009
Zaaknummer
6504-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van het slachtoffer. Het slachtoffer heeft aangegeven dat zij ongesteld was, waarop de verdachte haar anaal heeft verkracht. Aldus heeft de verdachte het fysieke en psychische welzijn van het slachtoffer ondergeschikt gemaakt aan de bevrediging van zijn eigen seksuele behoeften.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-006504-08

Parketnummer: 09-900037-08

Datum uitspraak: 24 september 2009

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 14 november 2008 in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam],

geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1988,

gba-adres: [adres],

thans gedetineerd in de PI Haaglanden - Huis van Bewaring Zoetermeer - te Zoetermeer.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 10 september 2009.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 20 augustus 2007 te 's-Gravenhage door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte die [slachtoffer] gedwongen te dulden dat verdachte zijn, verdachtes, penis in de mond en/of anus van die [slachtoffer] duwde/bracht, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- (meermalen) de doorgang van die [slachtoffer] heeft belemmerd, door voor een deur te gaan staan en/of die [slachtoffer] tegen een muur te drukken en/of gedrukt te houden en/of (telkens) vast te houden, en/of

- (telkens) (bij weerstand van die [slachtoffer]) zijn/een hand heeft opgeheven alsof hij die [slachtoffer] zou gaan slaan en/of

- die [slachtoffer] bij de keel heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: dat hij een mes zal pakken als die [slachtoffer] gaat gillen, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking, en/of

- die [slachtoffer] heeft meegetrokken naar een slaapkamer en/of

- die [slachtoffer] heeft uitgekleed en/of op een bed heeft geduwd en/of

- die [slachtoffer] haar hoofd (aan het haar) naar zijn penis heeft getrokken/gebracht, en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest. Voorts is beslist omtrent de vordering van de benadeelde partij, als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Verzoek van de raadsman tot het horen van een getuige

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte verzocht om aangeefster [naam] opnieuw als getuige te kunnen horen.

Het hof overweegt omtrent dit verzoek als volgt. [aangeefster] is ter zake reeds door de rechter-commissaris gehoord, in aanwezigheid van de raadsman van de verdachte. Met betrekking tot de gang van zaken tijdens het verhoor van [aangeefster] door de rechter-commissaris stelt het hof vast dat uit het proces-verbaal van dit verhoor niet blijkt dat destijds van de zijde van de verdediging bezwaar is gemaakt tegen de gang van zaken tijdens dat verhoor. Het hof acht derhalve het als getuige horen van [aangeefster] niet noodzakelijk.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 20 augustus 2007 te 's-Gravenhage door geweld of andere feitelijkheden en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte die [slachtoffer] gedwongen te dulden dat verdachte zijn, verdachtes, penis in de mond en anus van die [slachtoffer] bracht, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden en die bedreiging met geweld hierin dat verdachte

- de doorgang van die [slachtoffer] heeft belemmerd, door voor een deur te gaan staan en

- (bij weerstand van die [slachtoffer]) een hand heeft opgeheven alsof hij die [slachtoffer] zou gaan slaan en

- die [slachtoffer] bij de keel heeft vastgepakt en vastgehouden en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: dat hij een mes zal pakken als die [slachtoffer] gaat gillen, en

- die [slachtoffer] heeft meegetrokken naar een slaapkamer en

- die [slachtoffer] heeft uitgekleed en op een bed heeft geduwd en

- die [slachtoffer] haar hoofd (aan het haar) naar zijn penis heeft gebracht, en (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Verkrachting.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan verkrachting van het slachtoffer. Het slachtoffer heeft aangegeven dat zij ongesteld was, waarop de verdachte haar anaal heeft verkracht. Aldus heeft de verdachte het fysieke en psychische welzijn van het slachtoffer ondergeschikt gemaakt aan de bevrediging van zijn eigen seksuele behoeften. Feiten als het onderhavige - die een voor de rechtsorde schokkend karakter dragen - vormen ernstige inbreuken op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers en te verwachten valt dan ook dat het slachtoffer nog geruime tijd zal lijden onder de psychische gevolgen van hetgeen haar is aangedaan.

Bij het bepalen van de strafmaat neemt het hof voorts in aanmerking dat de verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 25 augustus 2009, eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder een geweldsdelict. Het hof is - alles overwegende en vanuit het oogpunt van generale en speciale preventie - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van navermelde duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van € 2.384,--. In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof is aannemelijk geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot het gevorderde bedrag van € 2.384,--.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [naam]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 2.384,-- aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [naam].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f en 242 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

36 (zesendertig) maanden.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [naam] tot het gevorderde bedrag van

€ 2.384,-- (tweeduizend driehonderdvierentachtig euro)

en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Veroordeelt de verdachte in de kosten die de benadeelde partij in verband met de vordering heeft gemaakt - welke kosten tot aan deze uitspraak zijn vooralsnog begroot op nihil - en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, [naam], van een bedrag van € 2.384,-- (tweeduizend driehonderdvierentachtig euro) voor welk bedrag in het geval volledige betaling noch volledig verhaal volgt vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van

33 (drieëndertig) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis deze betalingsverplichting niet opheft.

Verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer en omgekeerd.

Dit arrest is gewezen door mr. N. Schaar,

mr. N. Zandbergen en mr. M. Moussault,

in bijzijn van de griffier mr. J.C.A. Verhoef.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 september 2009.