Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BK2068

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
04-11-2009
Datum publicatie
04-11-2009
Zaaknummer
22-001807-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 is tenlastegelegd. Met name acht het hof niet bewezen dat op de in de tenlastelegging genoemde data en tijdstippen assimilatiebelichting werd toegepast.

Wetsverwijzingen
Wet op de economische delicten, geldigheid: 2009-11-04
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-001807-09

Parketnummers: 09-994705-08 en 09-994594-08

Datum uitspraak: 4 november 2009

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

economische kamer

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 26 maart 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

de vennootschap onder firma

[naam V.O.F.],

gevestigd te [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 21 oktober 2009.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1:

zij, op of omstreeks 26 februari 2008 omstreeks 04.52 uur, althans tussen het tijdstip van zonsondergang en het tijdstip van zonsopgang, te [plaats], gemeente [gemeente],

al dan niet opzettelijk,

als degene die een glastuinbouwbedrijf type B, als bedoeld in artikel 2 van het Besluit Glastuinbouw, te weten een (bloemen/planten)kwekerij gelegen aan, althans in de onmiddellijke nabijheid van, [adres] aldaar, dreef, er niet voor heeft zorggedragen dat de/een voorschrift(en) die zijn opgenomen in de bij het genoemd besluit behorende bijlage 2, werd(en) nageleefd,

immers was/waren, in strijd met voorschrift 1.5.1 juncto voorschrift 1.5.4. opgenomen in de bij genoemd Besluit behorende bijlage 2, de (zij)gevel(s) van een of meer (aan elkaar gekoppelde) permanente glasopstand(en), waarin assimilatiebelichting werd toegepast, (over 470 m2) niet afgeschermd, in elk geval was/waren die gevel(s) niet op zodanige wijze afgeschermd dat de lichtuitstraling op een afstand van ten hoogste 10 meter van die gevel(s), met ten minste 95% werd gereduceerd en/of waren de gebruikte lampen buiten de inrichting zichtbaar;

2:

zij op of omstreeks 7 november 2007 omstreeks 00.50 uur, althans tussen het tijdstip van zonsondergang en het tijdstip van zonsopgang, te [plaats], gemeente [gemeente], al dan niet opzettelijk, als degene die een glastuinbouwbedrijf type B, als bedoeld in artikel 2 van het Besluit Glastuinbouw, te weten een (bloemen/planten)kwekerij gelegen aan, althans in de onmiddellijke nabijheid van, [adres] aldaar, dreef, er niet voor heeft zorggedragen dat de/een voorschrift(en) die zijn opgenomen in de bij het genoemd besluit behorende bijlage 2, werd(en) nageleefd, immers was, in strijd met voorschrift 1.5.1 juncto voorschrift 1.5.4. opgenomen in de bij genoemd Besluit behorende bijlage 2, een binnengevel van een compartiment van een permanente glasopstand, waarin assimilatiebelichting werd toegepast, over een lengte van ongeveer 61 meter en/of een hoogte van ongeveer 2,60 meter niet afgeschermd en/of een buitengevel van een compartiment van een permanente glasopstand, waarin assimilatiebelichting werd toegepast, over een lengte van ongeveer 15 meter en/of een hoogte van ongeveer 2.60 meter niet afgeschermd, in elk geval was/waren die gevel(s) niet op zodanige wijze afgeschermd dat de lichtuitstraling op een afstand van ten hoogste 10 meter van die gevel, met ten minste 95% werd gereduceerd en/of waren de gebruikte lampen buiten de inrichting zichtbaar.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een geldboete van

€ 2.000,- subsidiair 30 dagen hechtenis, waarvan € 1.000,- subsidiair 15 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De economische politierechter heeft voorts bepaald dat de geldboete mag worden voldaan in 4 opeenvolgende maandelijkse termijnen van € 250,- elk.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis van de rechtbank zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 2.000,-, waarvan

€ 1.000,- voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 is tenlastegelegd. Met name acht het hof niet bewezen dat op de in de tenlastelegging genoemde data en tijdstippen assimilatiebelichting werd toegepast.

Controleurs zagen op de bedoelde data in de nacht lichtuitstraling uit een gedeelte van de kassen van verdachte. Niet is toen gemeten of het vermogen van de belichting meer of minder bedroeg dan de in de omschrijving van het begrip 'assimilatiebelichting' in onderdeel A van Bijlage 2 (behorende bij het Besluit glastuinbouw) opgenomen limiet (20 W/m2), en of de lichtuitstraling buiten de gevel met ten minste 95% werd gereduceerd door afscherming (voorschrift 1.5.1 van Bijlage 2). Na vijf respectievelijk zes dagen is door de controleurs in de desbetreffende kasgedeelten een inventarisatie gemaakt van de toen aanwezige lampen, en is het vermogen van de belichting berekend voor de kasgedeelten (uitkomsten respectievelijk 29.33, 28.4, 24.1, 25 en 28.6 W/m2).

Namens de verdachte is bestreden dat zij assimilatiebelichting in deze zin heeft toegepast. Op beide data was volgens haar het toegepast vermogen kleiner dan 20 W/m2, immers de in de kasgedeelten aanwezige lampen waren losse lampen die regelmatig verhangen werden afhankelijk van de teelteisen, en op de bedoelde data was het aantal aanwezige lampen beduidend kleiner dan bij de inventarisatie, terwijl bovendien op de bedoelde data, gezien de aard van de teelt (perkplanten die compact moeten blijven), slechts de helft van de lampen brandde (licht uitstraalde).

Het openbaar ministerie heeft deze stellingen van de verdachte onvoldoende weerlegd. Aldus blijft de mogelijkheid open dat op de in de telastelegging genoemde data het toegepaste vermogen van de belichting minder bedroeg dan 20 W/m2.

De verdachte behoort derhalve van beide feiten te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. J. Borgesius,

mr. D.J.C. van den Broek en mr. M. Mees, in bijzijn van de griffier mr. C. Bossema.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 4 november 2009.

Mr. M. Mees is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.