Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BK1149

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
13-10-2009
Datum publicatie
26-10-2009
Zaaknummer
22-001567-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een vijftal diefstallen met braak, waarvan de eerste vier binnen een tijdsbestek van krap twee maanden zijn gepleegd. Daarbij heeft hij een spoor van vernielingen achtergelaten.

De ernstige recidive van de verdachte geeft het hof aanleiding om aan de verdachte een hogere straf op te leggen dan gebruikelijk is bij feiten als de onderhavige.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-001567-09

Parketnummers: 10-691276-08 en 10-653169-08

Datum uitspraak: 13 oktober 2009

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 12 maart 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

blijkens de Gemeentelijke Basis Administratie geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978,

doch volgens opgave van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep geboren in (voormalig) Joegoslavië,

adres: [adres verdachte],

thans verblijvende in Penitentiaire Inrichting Zuid West - De Dordtse Poorten te Dordrecht.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 29 september 2009.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 17 november 2008 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit (een) gokkast(en) in een café ([café A]) gelegen aan de [adres café A] heeft weggenomen een hoeveelheid geld (854 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [exploitant café A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming, te weten door een raam van dat café te forceren en/of (vervolgens) via de aldus ontstane opening in dat café naar binnen te klimmen en/of te gaan en/of in dat café (vervolgens) twee, althans één gokkast(en) open te breken;

2.

hij op of omstreeks 27 oktober 2008 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld (ongeveer 600 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk temaken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op en/of dreigend tonen van dat (op een ) vuurwapen (gelijkend voorwerp) aan die [aangever] en/of

- tegen het gezicht van die [aangever] zetten / houden van dat (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) en/of

- het slaan van die [aangever] met een hard voorwerp en/of

- (onder bedreiging van dat vuurwapen of voorwerp) tegen die [aangever] zeggen dat hij uit de auto moest stappen anders zou hij hem doodschieten, althans het uiten van woorden van een (soortgelijke) dreigende aard en/of strekking en/of

- uit de auto trekken van die [aangever];

3.

hij in of omstreeks de periode van 31 oktober 2008 tot en met 01 november 2008 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit gokkast in een restaurant ([restaurant B]) gelegen aan het [adres restaurant B] heeft weggenomen een hoeveelheid geld (350 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [exploitant restaurant B] en/of restaurant [restaurant B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming, te weten door een ruit van dat restaurant in te gooien en/of open te breken en/of (vervolgens) via de aldus ontstane opening in dat restaurant naar binnen te klimmen en/of te gaan en/of in dat restaurant (vervolgens) een gokkast open te breken;

4.

hij op of omstreeks 09 november 2008 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een restaurant/café ([restaurant/café C]) en/of een gokkast en/of een pinda-automaat en/of een jukebox en/of een spelletjesautomaat in een restaurant/café ([restaurant/café C]) gelegen aan de [adres restaurant/café C] heeft weggenomen 50, althans een of meer, fles(sen) (sterke) drank en/of 3, althans een of meer do(o)(s)(zen) candybar(s) en/of een laptop en/of een hoeveelheid geld (in elk geval 150 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [exploitant restaurant/café C] en/of [restaurant/café C], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming, te weten door een rolluik te forceren en/of (vervolgens) een ruit van dat restaurant/café in te gooien/slaan en/of open te breken en/of (vervolgens) via de aldus ontstane opening in dat restaurant/café naar binnen te klimmen en/of te gaan en/of in dat restaurant/café (vervolgens) een gokkast en/of een pinda-automaat en/of een jukebox en/of een spelletjesautomaat open te breken;

5.

hij op of omstreeks 12 november 2008 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit twee, althans een of meer, gokkast(en) in een café ([café D]) gelegen aan de [adres café D] heeft weggenomen twee, althans een of meer, geldhopper(s) met een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [exploitant café D] en/of café [café D], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming, te weten door een ruit van dat café open te breken en/of te verwijderen en/of (vervolgens) via de aldus ontstane opening in dat café naar binnen te klimmen en/of te gaan en/of in dat café (vervolgens) (een) gokkast(en) open te breken;

6.

hij op of omstreeks 20 maart 2008 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (horeca)pand ([restaurant E]), gelegen op/aan de [adres restaurant E] (nummer 9) heeft weggenomen (een) geld(bedrag) (van 959 euro of daaromtrent), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan restaurant [restaurant E] en/of [B.V. F], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of het weg te nemen geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, te weten door:

- een ruit (in/van een (toegangs)deur) van dat pand te verbreken/forceren en/of

- (vervolgens) door de aldus ontstane opening dat pand binnen te klimmen en/of te betreden en/of

- een gokkast in dat pand open te breken, althans te forceren.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden, met aftrek van voorarrest. Tevens is beslist omtrent het in beslag genomen geldbedrag en de vordering van de benadeelde partij zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep en is aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Verzoek tot horen getuige

De ter zake van feit 2 op verzoek van de verdediging opgeroepen getuige [getuige A] is ter terechtzitting in hoger beroep niet verschenen. Door de verdediging is geen afstand van de getuige gedaan. Het hof heeft ter terechtzitting aangegeven het belang van het horen van deze getuige voor de verdediging in te zien, doch heeft de behandeling van de zaak vooralsnog niet aangehouden. Overwogen is dat, indien bij de beraadslaging mocht blijken dat het horen van deze getuige in het kader van de waarheidsvinding noodzakelijk wordt geacht, het hof hierover bij tussenarrest zal beslissen. Gelet evenwel op de hierna te noemen beslissing ten aanzien van feit 2 heeft de verdachte redelijkerwijs geen belang meer bij het horen van de getuige [getuige A]. Het verzoek wordt derhalve afgewezen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Hiertoe overweegt het hof het volgende.

Ter terechtzitting in hoger beroep is de aangever [aangever] als getuige gehoord. Deze getuige heeft, toen hij werd ondervraagd over de gebeurtenissen van 26 en 27 oktober 2008, een verklaring afgelegd die op essentiële punten van zijn aangifte van 20 oktober 2008 afwijkt. Zo verklaarde hij ter terechtzitting in hoger beroep dat van hem een bedrag van EUR 400,- (in plaats van EUR 600,-) was afgenomen, dat hij in de auto mondeling was bedreigd door de verdachte (in plaats van door diens neef) en dat hij na de gestelde beroving samen met zijn vriendin direct naar het huis van [getuige A] was gereden om te melden wat er gebeurd was (in plaats van dat hij samen met zijn vriendin de auto van verdachte en zijn neef was gevolgd). Verder bleef de getuige stellig in zijn verklaring dat hij in totaal slechts tweemaal was gebeld door - althans met de telefoon van – de verdachte, terwijl uit onderzoek is gebleken dat op 26 en 27 oktober 2008 met de telefoon van verdachte in totaal 12 maal is gebeld en eenmaal een sms-bericht is verzonden naar de telefoon van de aangever. Hierdoor is de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangever ernstig aangetast. Nu er geen andere directe getuigen zijn geweest van hetgeen zich in de auto heeft afgespeeld, is het hof er onvoldoende van overtuigd dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de onder 2 tenlastegelegde beroving, zodat hij hiervan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmotivering ten aanzien van de feiten 1, 4 en 6

Daar de verdachte de hem onder 1 en 6 tenlastegelegde feiten heeft bekend, zal het hof ten aanzien van die feiten volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Het onder 4 tenlastegelegde is door de verdachte deels bekend, in die zin dat hij heeft verklaard dat hij in [restaurant/café C] een spelletjesautomaat heeft opengebroken en het geld daaruit heeft weggenomen. Hij heeft ontkend de overige in de tenlastelegging opgenomen goederen te hebben weggenomen. Gelet op na te noemen bewezenverklaring ten aanzien van feit 4, zal het hof ook ten aanzien van dit feit met een opgave van bewijsmiddelen volstaan.

Feit 1

1.

De bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 26 februari 2009.

2.

Het proces-verbaal van aangifte van de politie Rotterdam-Rijnmond, District 9 Feyenoord-Ridderster, D09 Directe Hulpverlening, nr. 2008382395-1, d.d. 17 november 2008, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces-verbaal houdt in de aangifte van [exploitant café A], eigenaar van [café A].

3.

Het proces-verbaal van bevindingen van de politie Rotterdam-Rijnmond, District 4 Centrum, D04 Directe Hulpverlening, nr. 2008382395-9, d.d. 17 november 2008, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces-verbaal houdt onder meer in het relaas van de verbalisanten ten aanzien van de aanhouding van de verdachte.

4.

Het proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming van de politie Rotterdam-Rijnmond, District 9 Feyenoord-Ridderster, D09 Directe Hulpverlening, nr. 2008382395-23, d.d. 17 november 2008, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces-verbaal houdt in dat in de inbeslaggenomen vluchtauto een bedrag van in totaal EUR 854,- is aangetroffen en in beslag genomen.

Feit 4

1.

De bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 26 februari 2009.

2.

Het proces-verbaal van aangifte van de politie Rotterdam-Rijnmond, District 5 Noord, D05 Intake, Service en Onderstuning, d.d. 14 november 2008, nr. 2008373127-1, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces-verbaal houdt in de namens [restaurant/café C] en [exploitant café C] gedane aangifte.

3.

Het proces-verbaal van bevindingen van de politie Rotterdam-Rijnmond, RRD Regionale Recherchedienst, RRD Regionale Recherche Ondersteuning, RRD Forensische Opsporing, nr. 2008373172-2, d.d. 13 november 2008, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces-verbaal houdt in het relaas van de verbalisanten met betrekking tot het in genoemd café ingesteld technisch sporenonderzoek waarbij bloed werd aangetroffen aan de binnenzijde van de spelletjesautomaat/gokkast, van welk bloed een monster is genomen ten behoeve van DNA-onderzoek.

4.

Het proces-verbaal van bevindingen van de politie Rotterdam-Rijnmond, RRD Regionale Recherchedienst, RRD Regionale Recherche Ondersteuning, RRD Forensische Opsporing, nr. 2008373172-3, d.d. 5 januari 2009, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces-verbaal houdt in de bevindingen van de verbalisant naar aanleiding van de resultaten van het door het NFI aan het bloedmonster uitgevoerde DNA-onderzoek.

5.

Een geschrift, te weten een rapport “Resultaten DNA-onderzoek” van het Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 30 december 2008, opgesteld en ondertekend door ing. [naam opsteller], en de daarbij behorende bijlage “DNA-profielcluster [nummer]”.

Feit 6

1.

De bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 26 februari 2009.

2.

Het proces-verbaal van aangifte van de politie Rotterdam-Rijnmond, District 5 Noord, D05 Aspiranten, nr. 2008095464-1, d.d. 29 augustus 2008, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces-verbaal houdt in de namens [restaurant E] en [B.V. F] gedane aangifte.

3.

Het proces-verbaal van bevindingen van de politie Rotterdam-Rijnmond, RRD Regionale Recherchedienst, RRD Regionale Recherche Ondersteuning, RRD Forensische Opsporing, nr. 2008095464-2, d.d. 31 maart 2008, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces-verbaal houdt in het relaas van de verbalisanten met betrekking tot het in [restaurant E] ingesteld technisch sporenonderzoek waarbij bloed werd aangetroffen op onder meer een glaslat van een toegangsdeur, van welk bloed een monster is genomen ten behoeve van DNA-onderzoek.

4.

Het proces-verbaal van bevindingen van de politie Rotterdam-Rijnmond, RRD Regionale Recherchedienst, RRD Regionale Recherche Ondersteuning, RRD Forensische Opsporing, nr. 2008095464-3, d.d. 5 augustus 2008, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces-verbaal houdt in de bevindingen van de verbalisant naar aanleiding de resultaten van het door het NFI aan het bloedmonster uitgevoerde DNA-onderzoek.

5.

Een geschrift, te weten een rapport “Resultaten DNA-onderzoek” van het Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 20 mei 2008, opgesteld en ondertekend door ing. [naam opsteller], en de daarbij behorende bijlage “DNA-profielcluster [nummer]”.

Bewijsmotivering ten aanzien van de feiten 3 en 5

Feit 3

Door [exploitant restaurant B] is aangifte gedaan van een inbraak, gepleegd tussen 31 oktober 2008 te 19:30 uur en 1 november 2008 te 02:15 uur, in zijn restaurant [restaurant B] aan het [adres restaurant B]. Bij de inbraak is een ruit aan de achterzijde van het restaurant ingegooid en in het restaurant was het luikje aan de zijkant van de gokkast gebroken. De inhoud van de gokkast, ongeveer EUR 350,-, was weggenomen.1 Op het rolgordijn dat voor het ingegooide raam hing, zat bloed. Van het bloed is een monster genomen dat na een DNA vergelijkend onderzoek met DNA-materiaal van de verdachte een positieve match heeft opgeleverd.2

Feit 5

In de nacht van 12 november 2008 is er een inbraakmelding geweest bij [café D], gevestigd aan de [adres café D]. Toen de eigenaar, [exploitant café D], ter plaatse kwam zag hij dat de ruit linksboven naast de toegangsdeur van het café voorzien van de houten lijst kapot op de grond lag. In het café zag hij dat van de twee gokkasten het houten klepje met slot was opengebroken en dat de geldhoppers uit beide gokkasten waren weggenomen. In de geldhoppers zat in totaal een geldbedrag van EUR 300,- à EUR 400,-.3 Aan de buitenzijde van het houten klepje van één van de twee gokkasten zat bloed. Van het bloed is een monster genomen dat na een DNA vergelijkend onderzoek met DNA-materiaal van de verdachte een positieve match heeft opgeleverd.4

De verdachte heeft steeds ontkend de onder 3 en 5 tenlastegelegde feiten te hebben gepleegd.

Ten aanzien van de feiten 3 en 5 heeft de raadsman aangevoerd – zakelijk weergegeven – dat de verdachte aannemelijke verklaringen heeft afgelegd voor het aantreffen van zijn bloed op de plaatsen delict en dat de enkele omstandigheid dat de verdachte soortgelijke feiten heeft begaan niet mag leiden tot de conclusie dat hij de onderhavige feiten dan ook wel begaan zal hebben.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het vonnis waarvan beroep in zijn geheel kan worden bevestigd.

Ten aanzien van feit 3 heeft de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard – verkort en zakelijk weergegeven – dat hij in de nacht van 31 oktober 2008 op 1 november 2008 in Rotterdam in zijn auto achter een restaurant op een vriend zat te wachten. Het kan kloppen dat het [restaurant B] aan het [adres restaurant B] was. Op een bepaald moment hoorde hij het geluid van brekend glas en stemmen. Hij is uit nieuwsgierigheid naar het restaurant toegelopen en stak zijn hoofd door een kapotte ruit van het restaurant. Toen hij zijn hoofd terugtrok, heeft hij zich aan het glas gesneden. Dat verklaart het aantreffen van zijn bloed op het rolgordijn. De verdachte heeft deze verklaring ter terechtzitting in hoger beroep bevestigd.

Ten aanzien van feit 5 heeft de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard – verkort en zakelijk weergegeven – dat [café D] een stamkroeg van hem is. Rond 12 november 2008 heeft hij daar met gokken veel geld verloren. Hij was boos en heeft daarom hard met zijn hand op de gokkast geslagen. Daarbij heeft hij zichzelf verwond. Het bloed van zijn hand heeft hij aan de zijkant van de gokkast afgeveegd. Ook deze verklaring heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger bevestigd.

Het hof komt, evenals de rechtbank, tot het oordeel dat deze verklaringen van de verdachte voor de aanwezigheid van zijn bloed op de beide plaatsen delict niet aannemelijk zijn te achten. Hij is pas ter terechtzitting in eerste aanleg met deze verklaringen gekomen, terwijl de wijze waarop bij de feiten 3 en 5 te werk is gegaan, op essentiële punten overeenkomsten vertoont met de gang van zaken bij de – wel door de verdachte bekende - feiten 1, 4 en 6. Immers, ook bij de feiten 3 en 5 zijn het horecapanden waar is ingebroken, heeft de dader zich te toegang verschaft door een ruit te verbreken dan wel te forceren en via het ontstane gat naar binnen te klimmen en zijn er gokkasten opengebroken waarna het geld daaruit is weggenomen.

Evenals de rechtbank concludeert het hof hieruit dat het bloed van de verdachte in [restaurant B] en [café D] is aangetroffen omdat hij daar heeft ingebroken en vervolgens de gokkasten heeft geforceerd. Het hof komt dan ook tot een bewezenverklaring van het onder 3 en 5 tenlastegelegde.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van vorenstaande feiten en omstandigheden wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 17 november 2008 te Rotterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit gokkasten in een café [café A] gelegen aan de [adres café A] heeft weggenomen een hoeveelheid geld 854 euro, toebehorende aan [exploitant café A], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en inklimming, te weten door een raam van dat café te forceren en (vervolgens) via de aldus ontstane opening in dat café naar binnen te klimmen en in dat café (vervolgens) twee gokkast open te breken;

3.

hij in de periode van 31 oktober 2008 tot en met 01 november 2008 te Rotterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een gokkast in een restaurant ([restaurant B]) gelegen aan het [adres restaurant B] heeft weggenomen een hoeveelheid geld toebehorende aan [exploitant restaurant B] en/of [restaurant B], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en inklimming, te weten door een ruit van dat restaurant in te gooien en (vervolgens) via de aldus ontstane opening in dat restaurant naar binnen te klimmen en in dat restaurant (vervolgens) een gokkast open te breken;

4.

hij op 09 november 2008 te Rotterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een spelletjesautomaat in een restaurant/café [restaurant/café C] gelegen aan de [adres restaurant/café C] heeft weggenomen een hoeveelheid geld toebehorende aan [exploitant restaurant/café C] en/of [restaurant/café C], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en inklimming, te weten door een rolluik te forceren en (vervolgens) een ruit van dat restaurant/café in te gooien/slaan of open te breken en (vervolgens) via de aldus ontstane opening in dat restaurant/café naar binnen te klimmen en in dat restaurant/café (vervolgens) een spelletjesautomaat open te breken;

5.

hij op 12 november 2008 te Rotterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit twee gokkasten in een café (café D) gelegen aan de [adres café D] heeft weggenomen twee geldhoppers met een hoeveelheid geld, toebehorende aan [exploitant café C] en/of [café D], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en inklimming, te weten door een ruit van dat café open te breken en (vervolgens) via de aldus ontstane opening in dat café naar binnen te klimmen en in dat café (vervolgens) gokkasten open te breken;

6.

hij op 20 maart 2008 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een (horeca)pand [restaurant E], gelegen aan de [adres restaurant E] (nummer 9) heeft weggenomen geldbedrag (van 959 euro of daaromtrent), geheel of ten dele toebehorende aan [restaurant E] en/of [B.V. F], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en inklimming, te weten door:

- een ruit (in/van een (toegangs)deur) van dat pand te verbreken en

- (vervolgens) door de aldus ontstane opening dat pand binnen te klimmen en

- een gokkast in dat pand open te breken.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van het onder 1, 3, 4, 5 en 6 bewezenverklaarde:

Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en inklimming, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een vijftal diefstallen met braak, waarvan de eerste vier binnen een tijdsbestek van krap twee maanden zijn gepleegd. Daarbij heeft hij een spoor van vernielingen achtergelaten. De verdachte heeft zich de toegang tot de panden waarin hij heeft ingebroken verschaft door ruiten te verbreken dan wel anderszins te forceren en in de panden heeft hij gokautomaten dan wel een spelletjesautomaat opengebroken om het zich daarin bevindende geld buit te maken. Daarmee heeft de verdachte de benadeelden, naast ernstige overlast en ergernis, ook aanzienlijke financiële schade toegebracht.

Uit het op zijn naam staand uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 15 september 2009 blijkt dat de verdachte in het verleden al vele malen is veroordeeld voor soortgelijke feiten als de bewezenverklaarde feiten. Dit heeft de verdachte er echter niet van weerhouden, zich wederom aan soortgelijke feiten schuldig te maken.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het hof mede in aanmerking genomen het voorlichtingsrapport van de Reclassering Nederland, regio Rotterdam-Dordrecht, d.d. 17 oktober 2008. Hieruit komt een zorgelijk beeld naar voren. De verdachte schuift de verantwoordelijkheid voor zijn delictgedrag van zich af, heeft geen relevante diploma’s en werkervaring en stelt zich niet gemotiveerd op ten opzichte van het verkrijgen van werk en het afbetalen van zijn schulden. Daardoor wordt toetreding tot de arbeidsmarkt en het op orde brengen van zijn financiële situatie belemmerd. Bovendien is het voor de reclassering niet duidelijk geworden welke invloed verdachtes alcoholgebruik heeft op zijn dagelijks functioneren en delictgedrag. Het recidiverisico wordt hoog ingeschat. Geadviseerd wordt aan de verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen onder de bijzondere voorwaarde van een verplicht intensief reclasseringscontact.

De ernstige recidive van de verdachte geeft het hof aanleiding om aan de verdachte een hogere straf op te leggen dan gebruikelijk is bij feiten als de onderhavige. Het hof is van oordeel dat, om voldoende recht te doen aan het feit dat de verdachte maar door blijft gaan met het plegen van feiten als thans tenlastegelegd en bewezenverklaard, alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende reactie vormt. Het hof ziet ervan af een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen, omdat de verdachte reeds door de reclassering wordt begeleid, welke begeleiding bovendien vrij recent is opgelegd.

Ten aanzien van het beslag ter zake van feit 1

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afdoening van het beslag overeenkomstig de beslissing van de rechtbank.

Ten aanzien van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven geldbedrag zoals dit vermeld is op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen zal het hof de teruggave gelasten aan

[exploitant café A].

Vordering tot schadevergoeding

In het onderhavige strafproces heeft [B.V. F] zich in de persoon van [gemachtigde B.V. F] als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 6 tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 1622,03.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van EUR 1516,20.

De advocaat-generaal heeft – overeenkomstig de beslissing van de rechtbank in eerste aanleg - geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is in hoger beroep door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 6 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van

EUR 1.516,20 aansprakelijk is voor de schade die door het onder 6 bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer

[B.V. F].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

16 (zestien) maanden.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave van het geldbedrag zoals dit vermeld is op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen aan [exploitant café A].

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [B.V. F] tot het gevorderde bedrag van

EUR 1.516,20 (duizend vijfhonderdzestien euro en twintig cent)

en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Veroordeelt de verdachte in de kosten die de benadeelde partij in verband met de vordering heeft gemaakt - welke kosten tot aan deze uitspraak zijn vooralsnog begroot op nihil - en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Legt aan de verdachte voorts de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [B.V. F] van een bedrag van

EUR 1.516,20 (duizend vijfhonderdzestien euro en twintig cent)

voor welk bedrag in het geval volledige betaling noch volledig verhaal volgt vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van

25 (vijfentwintig) dagen,

met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis deze betalingsverplichting niet opheft.

Verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer en omgekeerd.

Dit arrest is gewezen door mr. B.A. Stoker-Klein,

mr. G.J.W. van Oven en mr. M.C.R. Derkx, in bijzijn van de griffier mr. S.N. Keuning.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 13 oktober 2009.

1 Zie het proces-verbaal van aangifte van de politie Rotterdam-Rijnmond, District 6 Oost, D06 Intake, Service en Ondersteuning, nr. 2008363601-1, d.d. 7 november 2008, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar.

2 Zie het in noot 1 genoemde proces-verbaal, alsmede het proces-verbaal van bevindingen van de politie Rotterdam-Rijnmond, RRD Regionale Recherchedienst, RRD Regionale Recherche Ondersteuning, RRD Forensische Opsporing, nr. 2008363601-2, d.d. 10 november 2008, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, een geschrift, te weten een rapport “Resultaten DNA-onderzoek” van het Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 16 december 2008, opgemaakt en ondertekend door ing. [naam opsteller] en de daarbij behorende bijlage “DNA-profielcluster [nummer]” en het proces-verbaal van bevindingen van de politie Rotterdam-Rijnmond, RRD Regionale Recherchedienst, RRD Regionale Recherche Ondersteuning, RRD Forensische Opsporing, nr. 2008363601-3, d.d. 5 januari 2009, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar.

3 Zie het proces-verbaal van aangifte van de politie Rotterdam-Rijnmond, District 6 Oost, D06 Intake, Service en Ondersteuning, nr. 2008376458-1, d.d. 23 februari 2009, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar.

4 Zie het proces-verbaal van bevindingen van de politie Rotterdam-Rijnmond, RRD Regionale Recherchedienst, RRD Regionale Recherche Ondersteuning, RRD Forensische Opsporing, nr. 2008376458-2, d.d. 17 november 2008, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, een geschrift, te weten een rapport “Resultaten DNA-onderzoek” van het Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 24 december 2008, opgemaakt en ondertekend door ing. [naam opsteller] en de daarbij behorende bijlage “DNA-profielcluster [nummer]” en het proces-verbaal van bevindingen van de politie Rotterdam-Rijnmond, RRD Regionale Recherchedienst, RRD Regionale Recherche Ondersteuning, RRD Forensische Opsporing, nr. 2008376458-4, d.d. 5 januari 2009, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar.