Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ9289

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
07-07-2009
Datum publicatie
05-10-2009
Zaaknummer
200.022.145-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Incidentele vordering tot voeging en/of tussenkomst; ontvankelijkheid in hoger beroep; belang in de zin van artikel 217 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector handel

Zaaknummer: 200.022.145/01

Rolnummer rechtbank: 302626 / HA ZA 08-622

arrest van de vierde civiele kamer d.d. 7 juli 2009

inzake

de stichting STICHTING [de Stichting],

gevestigd te Rotterdam,

appellante,

hierna te noemen: de Stichting,

advocaat: mr. H.G.A.M. Halfers te Rotterdam,

tegen

1. de vereniging met volledige rechtspersoonlijkheid [de Vereniging],

gevestigd te Rotterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BOUW- EN HANDELSMAATSCHAPPIJ GOVADU II B.V.,

gevestigd te Barendrecht,

3. [geïntimeerde 3],

wonende te [plaats],

4. [geïntimeerde 4],

wonende te [plaats],

5. [geïntimeerde 5],

wonende te [plaats],

6. [geïntimeerde 6],

wonende te [plaats],

7. [geïntimeerde 7],

wonende te [plaats],

8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [geïntimeerde 8],

gevestigd te [plaats],

geïntimeerden,

hierna te noemen: de Vereniging (geïntimeerde sub 1) en Govadu c.s. (geïntimeerden sub 2 tot en met 8),

niet verschenen.

Het geding

Bij dagvaardingen van 16 december 2008 is de Stichting in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 17 september 2008, gewezen op het door de Stichting ingediende incidentele verzoek tot voeging en tussenkomst in de hoofdprocedure tussen de Vereniging als eiseres en Govadu c.s. als gedaagden. Bij memorie van grieven heeft de Stichting één grief tegen het bestreden vonnis aangevoerd. Tegen de Vereniging en Govadu c.s. is verstek verleend. Vervolgens heeft de Stichting haar procesdossier overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1. Nu het vonnis van de rechtbank van 17 september 2008 ten aanzien van de Stichting moet worden aangemerkt als een eindvonnis, is de Stichting ontvankelijk in haar hoger beroep.

2. De grief richt zich tegen de beslissing van de rechtbank dat de vordering tot voeging en tussenkomst van de Stichting moet worden afgewezen, nu de Stichting geen belang heeft als bedoeld in artikel 217 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

3. In de toelichting op de grief wordt betoogd dat de rechtbank onvoldoende rekening heeft gehouden met de crises en tweespalt binnen de Vereniging. Binnen de Vereniging is ruzie tussen “twee rivaliserende kampen” van leden over de verkoop door de Vereniging in september 2007 van een tweetal appartementsrechten aan (indirect) de zoon van de toenmalige voorzitter van de Vereniging, de heer [B]. Nadat een nieuw bestuur was aangetreden, heeft dit besloten om namens de Vereniging deze verkoop aan te vechten. Hierover gaat de hoofdprocedure. De Stichting stelt dat zij een meerderheid van de leden vertegenwoordigt die de hoofdprocedure steunt, maar dat een minderheid van de leden er alles aan doet om de bodemprocedure te frustreren en te (doen) beëindigen, waaronder het zonder rechtsgrond doen inschrijven in het Handelsregister van een nieuw bestuur. Slechts door zich te voegen of tussen te komen kunnen, aldus de Stichting, de belangen van de meerderheid van de leden worden gewaarborgd.

4. Het hof verenigt zich met het oordeel van de rechtbank dat de Stichting geen belang heeft bij de verzochte voeging en/of tussenkomst als bedoeld in artikel 217 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, en verwerpt de grief. De Vereniging is een rechtspersoon met een eigen, van de leden afgescheiden, vermogen. De belangen van de leden worden voldoende gewaarborgd door de wet en de statuten van de Vereniging. Indien en voor zover leden het niet eens zijn met (een beslissing van) het bestuur van de Vereniging, kunnen zij hierin via de algemene leden vergadering van de Vereniging proberen verandering in te brengen. Indien de stelling van de Stichting dat zij een meerderheid van de leden vertegenwoordigt juist is, zou dat geen probleem moeten vormen. Voorts is het hof met de rechtbank van oordeel dat de door de Stichting aangevoerde argumenten geen redelijke grond voor voeging en/of tussenkomst opleveren, en dat bovendien de processuele doelmatigheid hier niet mee gediend zou zijn.

5. Uit het bovenstaande volgt dat het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. De Stichting zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit hoger beroep, welke tot op heden aan de zijde van de Vereniging en van Govadu c.s. worden begroot op nihil.

6. Het hof passeert het bewijsaanbod, nu geen gespecificeerd bewijs is aangeboden van feiten of omstandigheden die kunnen leiden tot een andere beslissing.

Beslissing

Het hof:

- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis in het incident van de rechtbank Rotterdam van 17 september 2008;

- veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van de Vereniging en Govadu c.s. tot op heden begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.M.T. van der Hoeven-Oud, P.M. Verbeek en R. van der Vlist en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2009 in aanwezigheid van de griffier.