Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ8536

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-09-2009
Datum publicatie
25-09-2009
Zaaknummer
08/00164
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De voorzieningen in de stacaravan zijn eenvoudig, maar niettemin heeft belanghebbende door middel van accu's en gasflessen de beschikking over gas en elektriciteit. Ook heeft belanghebbende de mogelijkheid om zich te wassen aan de wasbak. De stacaravan kan als 'gemeubileerde woning' worden aangemerkt en de aanslag in de forensenbelasting is terecht opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2010/26
FutD 2009-2072
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector belasting

Nummer BK-08/00164

Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer van 8 september 2009

op het hoger beroep van X te Z tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 6 maart 2008, nr. Awb 07/1238/FB, betreffende de na te noemen aanslag.

Aanslag, bezwaar en geding in eerste aanleg

1.1. Aan belanghebbende is voor het jaar 2006 een aanslag opgelegd in de forensenbelasting van de gemeente P.

1.2. Bij uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar van de gemeente P (hierna aan te duiden als: de Inspecteur) het bezwaar van belanghebbende afgewezen.

1.3. Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep bij de rechtbank ingesteld. De rechtbank heeft griffierecht geheven ter hoogte van € 38. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

Loop van het geding in hoger beroep

2.1. Belanghebbende is van bovenvermelde uitspraak in hoger beroep gekomen bij het Hof. In verband daarmee is door de griffier een griffierecht geheven van € 107. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

2.2. De mondeling behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Gerechtshof van 7 juli 2009, gehouden te Den Haag. Beide partijen zijn ter zitting verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Vaststaande feiten

3.1. Het Hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, opgenomen onder 2.1. van haar uitspraak, waarbij door de rechtbank belanghebbende als eiser en de Inspecteur als verweerder is aangeduid:

2.1. Eiser had in het jaar 2006 zijn hoofdverblijf in Z. Eiser beschikte het gehele jaar 2006 over een stacaravan op camping R in de gemeente P. De caravan is eenvoudig gemeubileerd en beschikt over één woonvertrek, twee slaapvertrekken en 4 slaapplaatsen. Voorts beschikt de caravan over een kookgelegenheid (keukenblok), een wasgelegenheid (wasbak met warm en koud water) en een toilet. De caravan beschikt niet over een douche. In de zomer is de caravan aangesloten op de waterleiding en op de riolering. De voorziening van warmwater geschiedt door middel van een geiser. De verwarming van de caravan geschiedt door middel van een petroleumkachel. De stacaravan beschikt niet over een elektriciteitsaansluiting en een gasaansluiting. De elektriciteitsvoorziening realiseert eiser door middel van accu’s. De gasvoorziening door middel van gasflessen.

3.2. Voorts is op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, in hoger beroep het volgende komen vast te staan:

A, een andere huurder van een stacaravan op het terrein waar de stacaravan van belanghebbende zich bevindt, heeft in 2004 een bezwaarschrift ingediend tegen een aanslag forensenbelasting. Hij had geen toilet en geen wasgelegenheid in zijn stacaravan. Bij uitspraak op dit bezwaar heeft de Inspecteur deze aanslag forensenbelasting verminderd tot nihil.

Omschrijving geschil en standpunten van partijen

4.1. In geschil is of de onderhavige aanslag terecht is opgelegd.

4.2. Voor de standpunten van partijen en de gronden waarop zij deze doen steunen, verwijst het Hof naar de gedingstukken. Partijen hebben hun standpunten ter zitting toegelicht.

Conclusies van partijen

5.1. Het hoger beroep van belanghebbende strekt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vernietiging van de aanslag.

5.2. De Inspecteur heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het hoger beroep en tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

Overwegingen omtrent het geschil

6.1. Artikel 223, eerste lid, Gemeentewet, luidt als volgt:

1. Er kan een forensenbelasting worden geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er gedurende het belastingjaar meer dan negentig malen nachtverblijf houden, anders dan als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of bejaarden, of er op meer dan negentig dagen van dat jaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.

6.2. Artikel 2 van de Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting 2006 luidt als volgt:

1. Onder de naam ‘forensenbelasting’ wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.

2. Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar omstandigheden beoordeeld.

6.3. Het onderhavige geschil spitst zich toe op de vraag of de stacaravan van belanghebbende gekwalificeerd kan worden als ‘gemeubileerde woning’ in de zin van bovengenoemde bepalingen. De Inspecteur is van mening dat de stacaravan als zodanig gekwalificeerd kan worden. Belanghebbende stelt dat de stacaravan niet als ’gemeubileerde woning’ kan worden aangemerkt.

6.4. De voorzieningen in de stacaravan zijn eenvoudig, maar niettemin heeft belanghebbende door middel van accu’s en gasflessen de beschikking over gas en elektriciteit. Ook heeft belanghebbende de mogelijkheid om zich te wassen aan de wasbak. Deze elementaire voorzieningen zijn dus in de stacaravan aanwezig. De stacaravan voldoet daarmee aan de eisen gesteld in de onder 6.1. en 6.2. vermelde bepalingen om als een ‘gemeubileerde woning’ te kunnen worden aangemerkt.

6.5. Belanghebbende voert aan dat een bezwaar tegen een aanslag in de forensenbelasting van een andere huurder van een stacaravan op het onderhavige terrein gegrond is verklaard. Het Hof vat deze grief van belanghebbende op als een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Deze grief leidt het Hof echter niet tot het oordeel dat het hoger beroep gegrond is. De stacaravan van belanghebbende en die van laatstbedoelde huurder zijn niet aan elkaar gelijk. Deze huurder had immers niet de beschikking over een wasgelegenheid en toilet en belanghebbende heeft dit wel.

Proceskosten

Het Hof ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Deze uitspraak is vastgesteld door mrs. P.J.J. Vonk, J.W. baron van Knobelsdorff en H.J. van den Steenhoven, in tegenwoordigheid van de griffier mr. J.H.R. Massmann. De beslissing is op 8 september 2009 in het openbaar uitgesproken.

aangetekend aan

partijen verzonden:

Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.

2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

- de naam en het adres van de indiener;

- de dagtekening;

- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

- de gronden van het beroep in cassatie.

Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

4

nummer BK-08/00164

uitspraak