Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ6464

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
31-08-2009
Datum publicatie
31-08-2009
Zaaknummer
22-002298-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002298-08

Parketnummer: 09-665161-08

Datum uitspraak: 31 augustus 2009

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 15 april 2008 in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1958,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 30 maart 2009 en 17 augustus 2009.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, alsmede een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Voorts heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot

niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Primair

hij op of omstreeks 14 november 2007 te Zoetermeer ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [aangeefster], geboren op [geboortedag] 1990, immers heeft hij, verdachte:

- de wangen en/of de handen van die [aangeefster] vastgepakt en/of

- zijn t-shirt omhoog getrokken en/of (vervolgens) de hand(en) van die [aangeefster] op zijn, verdachte's, (blote) rug gelegd en/of

- (meermalen) met zijn handen over en/of door de haren van die [aangeefster] gewreven en/of

- een kus gegeven op het haar en/of voorhoofd van die [aangeefster] en/of

- tegen die [aangeefster] gezegd dat hij, verdachte, haar vriend wil zijn en/of met haar naar bed wil, althans woorden van dergelijke aard en/of strekking en/of

- zijn (rechter)arm om (de schouder van) die [aangeefster] gelegd en/of het lichaam van die [aangeefster] naar zich toegetrokken (zodat die [aangeefster] met haar hoofd op de borst van verdachte kwam te liggen) en/of

- gewreven over de knie en/of het bovenbeen en/of de (rechter)bil en/of de buik van die [aangeefster].

Subsidiair

hij op of omstreeks 14 november 2007 te Zoetermeer, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [aangeefster] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit:

- het vastpakken van de wangen en/of de handen van die [aangeefster] en/of - het leggen van de hand(en) vandie [aangeefster] op zijn, verdachte's, (blote) rug en/of

- het (meermalen) wrijven over en/of door de haren van die [aangeefster] en/of

- het geven van een kus op het haar en/of voorhoofd van die [aangeefster] en/of

- het tegen die [aangeefster] zeggen dat hij, verdachte, haar vriend wil zijn en/of met haar naar bed wil, althans woorden van dergelijke aard en/of strekking en/of

- het leggen van zijn, verdachte's, (rechter)arm om (de schouder van) die [aangeefster] en/of

- het trekken van het lichaam van die [aangeefster] naar hem, verdachte (zodat die [aangeefster] met haar hoofd op de borst van verdachte kwam te liggen) en/of

- het wrijven over de knie en/of het bovenbeen en/of de (rechter)bil en/of de buik van die [aangeefster], en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het geestelijk overwicht dat hij, verdachte, wegens (aanzienlijk) leeftijdsverschil had over die [aangeefster] en/of de omstandigheid dat verdachte (een van) de stagebegeleider(s)/opleider(s) was van die [aangeefster].

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De raadsman heeft gesteld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vervolging op gronden als in de pleitnota genoemd.

Het hof verwerpt dit verweer.

Aan de raadsman kan worden toegegeven dat in het opsporingsonderzoek sprake is geweest van onzorgvuldigheden zijdens de politie. Anderzijds zijn deze niet zo ernstig dat de ultieme sanctie van

niet-ontvankelijkheid in aanmerking zou komen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Ten aanzien van de door het hof ambtshalve opgeroepen, niet verschenen getuige [aangeefster], zijnde de aangeefster, overweegt het hof het volgende.

In beginsel moet in geval van een opgeroepen maar niet verschenen getuige de hernieuwde oproeping (al dan niet met bevel medebrenging) worden bevolen.

Gelet echter op datgene wat door de advocaat-generaal ter zitting is meegedeeld over de reden van niet verschijning ziet het hof ervan af om de getuige opnieuw te laten oproepen. Het lijkt uiterst onwaarschijnlijk dat zij op een nieuwe oproep vrijwillig zal verschijnen, en voor een bevel tot medebrenging voelt het hof – gelet op voornoemde mededeling van de advocaat-generaal – helemaal niets.

Evenmin zal het hof de getuige door een rechter-commissaris of raadsheer-commissaris laten horen. In het onderhavige geval is de al dan niet geloofwaardigheid van de aangifte doorslaggevend bij de beantwoording van de bewijsvraag. Daarom had het hof aangeefster zelf ter zitting willen zien en horen, om zich aldus een zo goed mogelijk oordeel over haar geloofwaardigheid te kunnen vormen.

Een dergelijk oordeel kan niet tot stand komen op basis van een verhoor door een rechter-commissaris of raadsheer-commissaris. Het hof heeft dan immers geen rechtstreeks contact met de aangeefster, wat bij de beoordeling van haar geloofwaardigheid onontbeerlijk is.

Het hof zal daarom de verklaring van aangeefster tegenover de politie niet tot het bewijs doen meewerken.

Nu er voor het overige te weinig bewijs met betrekking tot het tenlastegelegde is, zal het hof de verdachte vrijspreken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. P.J. Wurzer,

mr. M.P.J.G. Göbbels en mr. M. Kessler, in bijzijn van de griffier mr. C.J.A. Sabatier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 31 augustus 2009.

mr. M. Kessler is buiten staat dit arrest te ondertekenen.