Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ5729

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
18-08-2009
Datum publicatie
21-08-2009
Zaaknummer
105.001.243/01 / 03/1381(oud)
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2012:BW9245, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2012:BW9245
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overstroming bedrijfsterrein bij hevige regenval; aansprakelijkheid waterschap bij onvoldoende onderhoud van duiker; causaal verband.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector handel

Zaaknummer : 105.001.243/01

Rolnummer (oud) : 03/1381

Rolnummer rechtbank : 179213/HA ZA 02-1210 (DH)

arrest van de eerste civiele kamer d.d. 18 augustus 2009

inzake

de vennootschap onder firma [Naam],

kantoorhoudende te ’s-Gravenzande, gemeente Westland,

appellante,

hierna te noemen: [appellante],

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, te ’s-Gravenhage,

tegen

HET HOOGHEEMRAADSCHAP VAN DELFLAND,

zetelende te Delft,

geïntimeerde,

hierna te noemen: Delfland,

advocaat: mr. P.C.M. de Graaf, te ’s-Gravenhage.

Het verdere verloop van het geding

Bij tussenarrest van 23 september 2008 heeft het hof [appellante] toegelaten zich bij akte uit te laten over een door Delfland in het geding gebracht rapport, getiteld Advies Wateroverlast Meloenlaan/Pruimenlaan, ’s-Gravenzande. Daarop hebben partijen elk twee akten genomen, [appellante] telkens met een productie. Ten slotte hebben zij wederom hun dossiers overgelegd en arrest gevraagd.

De verdere beoordeling

1. Bij het in deze zaak gewezen tussenarrest van 21 december 2006 heeft het hof [appellante], indien zij erin mocht slagen te bewijzen dat Delfland ter zake van een in dat arrest aangeduide duiker in gebreke is gebleven, toegelaten tevens te bewijzen dat haar bedrijf ten gevolge van deze nalatigheid van Delfland onder water is gelopen. Aangezien het hof bij zijn tussenarrest van 23 september 2008 heeft geoordeeld dat aan de voorwaarde is voldaan, is nu aan de orde of [appellante] het causaal verband tussen de verstopping van genoemde duiker op 19 september 2001 en de toen bij haar opgetreden overstroming van haar bedrijf heeft bewezen.

2. Voorafgaand aan het tussenarrest van 23 september 2008 heeft [appellante] wat het causaal verband betreft niet méér aangevoerd dan dat de voorgebrachte getuigen bevestigen dat ten gevolge van de verstopping van de duiker het water vanuit de sloot op het perceel van [appellante] is terechtgekomen. Dat is onjuist: geen van de gehoorde getuigen heeft daarover iets te berde gebracht.

3. Ten bewijze van het causaal verband heeft [appellante] voorts bij akte van 2 december 2008 geschrift “aanvulling rapport” van […] van Antwerpen (verder: Van Antwerpen), gedateerd 27 november 2008, in het geding gebracht, en bij akte van 31 maart 2009 een geschrift “Rapportage overstroming perceel perziklaan 2” van dezelfde persoon, gedateerd 10 maart 2009, en op grond van deze stukken naar voren gebracht dat het peil in de sloot snel kon stijgen doordat de duiker verstopt was en dat die grote stijging van het peil heeft geleid tot overstroming van haar perceel. Delfland heeft deze stelling gemotiveerd betwist, onder meer onder verwijzing naar zijn bovengenoemde, bij memorie van antwoord na enquête overgelegde rapport.

4. Nu de door partijen overgelegde rapportages tot verschillende uitkomsten leiden, heeft het hof behoefte aan een deskundigenrapport over de vraag of en, zo ja, in hoeverre de overstroming van het bedrijf van [appellante] op 19 september 2001 is veroorzaakt door de verstopping van bedoelde duiker. Het zal de zaak naar de rol verwijzen teneinde partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over het aantal en de perso(o)n(en) van de te benoemen deskundige(n), alsmede over de aan deze(n) te stellen vragen. Aangezien de bewijslast van het causaal verband rust op [appellante], zal zij het vast te stellen voorschot moeten voldoen. Delfland zal de deskundige(n) alle gewenste gegevens moeten verschaffen met betrekking tot de inrichting van het watersysteem, voor zover voor de beoordeling van de te stellen vraag of vragen van belang.

5. Over de vraagstelling merkt het hof reeds het volgende op. Uit de stukken van de hand van Van Antwerpen lijkt te volgen dat [appellante] thans de stelling wil innemen dat ook andere relevante duikers op 19 september 2001 verstopt waren of gebrekkig functioneerden; Van Antwerpen heeft dat in zijn rapportage als veronderstelling opgenomen. [appellante] heeft deze stelling in deze procedure tot nu toe niet onderbouwd en de getuigen die zij heeft doen horen, hebben verklaard dan hun geen andere duikers in de omgeving bekend zijn die op 19 september 2001 verstopt waren. Het hof is van oordeel dat het in strijd is met een goede procesorde om [appellante] in deze fase van de procedure toe te laten haar stellingen op dit punt aan te vullen. De te benoemen deskundige(n) zal/zullen bij de rapportage als uitgangspunt moeten nemen dat in het relevante watersysteem rond 19 september 2001 overigens geen verstopte duikers voorkwamen.

6. Het hof zal elke verdere beslissing aanhouden.

Beslissing

Het hof:

- verwijst de zaak naar de rol van 29 september 2009 voor het nemen van aktes aan beide zijden met het doel, vermeld in rechtsoverweging 4 van dit arrest;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.V. van den Berg, G. Dulek-Schermers en A.E.A.M. van Waesberghe en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 augustus 2009, in bijzijn van de griffier.