Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ5663

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22-04-2009
Datum publicatie
20-08-2009
Zaaknummer
105.012.921.01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vader die nimmer het gezag met de moeder heeft uitgeoefend verzoekt om gezamenlijk gezag. Toepassing van artikel 1:253o lid 2 BW, zoals luidende sedert 1 maart 2009 leidt tot afwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 22 april 2009

Zaaknummer : 105.012.921/01

Rekestnr. rechtbank : F2 RK 07-1572

[appellant],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. K.Lammers-Roselaar, (onttrokken),

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. P.V.Hübner.

Als belanghebbende is aangemerkt:

De William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

gevestigd te Diemen,

hierna: de WSS.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De vader is op 19 maart 2008 in hoger beroep gekomen van een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 7 maart 2008.

De moeder heeft op 3 juli 2008 een verweerschrift ingediend.

De raad heeft het hof bij brief van 2 maart 2009 laten weten niet ter terechtzitting te zullen verschijnen.

De advocaat van de vader heeft het hof bij brief, ingekomen op 13 maart 2009 laten weten geen contact meer te hebben gehad met de vader, en dat zij zich niet langer in staat acht de belangen van de vader te behartigen, zodat zij derhalve niet zal verschijnen op de zitting.

Op 18 maart 2009 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de moeder, bijgestaan door haar advocaat, en de gezinsvoogd mevrouw F.E. Neuteboom. De vader is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De aanwezigen hebben het woord gevoerd.

HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking heeft de rechtbank, voor zover thans nog van belang, het verzoek van de vader tot wijziging van het ouderlijk gezag, in die zin dat de vader naast de moeder het gezamenlijk gezag over de hierna te noemen minderjarige uitoefent, afgewezen.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de uitoefening van het gezag ten aanzien van de minderjarige [naam x], hierna te noemen [x], geboren op 3 november 2000 te [geboorteplaats].

2. De vader verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen, voor zover daarbij zijn verzoek hem met het gezamenlijk gezag te belasten is afgewezen, en opnieuw beschikkende te bepalen dat hij mede zal worden belast met het ouderlijk gezag over [x].

3. De moeder bestrijdt het beroep. Zij verzoekt het hof het verzoek van de vader af te wijzen onder bekrachtiging van de bestreden beschikking.

4. De vader stelt in hoger beroep dat de rechtbank de afwijzing heeft gemotiveerd door te stellen, dat er sprake is van dusdanige communicatieproblemen tussen de ouders, dat de vader daarom niet mede zal kunnen worden belast met het ouderlijk gezag. De vader meent dat vanwege het feit dat [x] al enige tijd onder toezicht is gesteld en uit huis is geplaatst, de rol van de andere ouder in zekere wijze is overgenomen door de WSS. Hij heeft met de WSS een goede relatie opgebouwd en ook via de WSS afspraken kunnen maken ten aanzien van de omgang met [x]. Tussen de vader en de WSS verloopt de communicatie goed. De communicatieproblemen tussen hem en de moeder, die er inderdaad zijn, mogen volgens de vader geen beletsel opleveren om mede aan hem het gezamenlijk ouderlijk gezag toe te kennen. De vader wenst als biologisch en juridisch vader van [x] minstens op gelijke juridische hoogte te worden gesteld als de moeder. Hij acht de afwijzing door de rechtbank een ongerechtvaardigde inperking van zijn “parental rights”.

5. De moeder betwist de stellingen van de vader en is van mening dat de bestreden beschikking van de rechtbank op juiste gronden is genomen. De moeder wijst er in dat verband op dat tussen haar en de vader niet betwist is dat er geen enkele communicatie mogelijk is. Zij wijst erop dat een goede communicatie tussen beide ouders echter onmisbaar is om het gezag gezamenlijk uit te kunnen oefenen. De moeder betwist de stelling van de vader dat zij geen wezenlijke rol meer speelt en haar rol van de ‘andere ouder’ feitelijk reeds overgenomen zou zijn door de WSS. Daarbij merkt de moeder tevens op dat de rol van de WSS niet alleen een geheel andere is dan die van de ouder, maar ook slechts een tijdelijk karakter heeft. De moeder vreest dat de vader zijn gezagspositie zal aanwenden om uitbreiding van de omgangsregeling met de moeder en eventuele terugplaatsing bij haar te frustreren indien het gezamenlijk gezag ook aan hem zou worden toegewezen. Ter aanvulling heeft de moeder ter zitting verklaard dat het met [x] op dit moment niet zo goed gaat. Zij heeft epilepsieaanvallen en heeft last van stress, mede door de verschillende omgangsbezoeken die teveel voor haar zijn geweest. Het contact tussen de moeder en [x] is verbeterd, zij hebben een goede band. Het contact tussen de vader en [x] verloopt volgens de moeder evenwel stukken minder. De relatie tussen de vader en de moeder blijft verstoord. Er is geen communicatie tussen hen, en zij staan lijnrecht tegenover elkaar. De moeder meent dat er geen grond is om het gezag te wijzigen. [x] komt volgens haar klem te zitten tussen beide ouders.

6. De gezinsvoogd mevrouw Neuteboom heeft ter terechtzitting verklaard dat [x] acht jaar oud is, doch functioneert op het niveau van een drie-of vierjarige. Met name na bezoeken van de vader reageert [x] heftig. De gezinsvoogd heeft verschillende gesprekken gehad met de vader, doch zij heeft de indruk dat de vader de situatie van [x] niet begrijpt. Er zijn ernstige zorgen over [x], terwijl de vader ontkent dat zij speciale zorg nodig heeft. De moeder komt afspraken redelijk na, terwijl de vader (bel)afspraken niet nakomt. De ouders praten negatief over elkaar. De gezinsvoogd meent dat er een onaanvaardbaar risico is voor [x], nu er geen overleg is tussen de ouders, en de vader het belang van [x] niet goed inziet. De gezinsvoogd heeft geen contact meer met de vader. Zij ervaart hem als agressief en onmogelijk om mee samen te werken.

7. Het hof overweegt als volgt.

De ouders hebben van 1995 tot 2005 een affectieve relatie met elkaar gehad, waaruit [x] is geboren. De vader heeft [x] erkend. De moeder heeft de relatie in 2005 verbroken en is kort daarna met [x] uit de woning vertrokken. [x] is rond deze tijd ook onder toezicht gesteld van de WSS en uit huis geplaatst. [x] verblijft momenteel in een instelling voor verstandelijk gehandicapten in Sliedrecht.

8. De tot het gezag bevoegde vader van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, kan de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag dan wel hem alleen met het gezag over het kind te belasten.

Ingevolge artikel 1:253c lid 2 BW wordt, indien het verzoek ertoe strekt de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten en de andere ouder met gezamenlijk gezag niet instemt, het verzoek slechts afgewezen indien a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of b) afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

9. Het hof is uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting gebleken dat communicatie tussen de ouders problematisch verloopt. Zij staan lijnrecht tegenover elkaar ten aanzien van te nemen beslissingen over [x]. [x] heeft epileptische aanvallen en heeft een verstandelijke handicap, waardoor zij speciale zorg nodig heeft, hetgeen de vader niet voldoende onderkent. Gebleken is dat de vader de strijd aangaat met de moeder en de gezinsvoogd, zonder daarbij het belang van [x] in het oog te houden. Mede gelet op de spanningen als gevolg van de strijd, raakt [x] klem of verloren tussen de beide ouders, terwijl niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt. Het hof constateert dat de vader ter zitting in hoger beroep niet is verschenen teneinde zijn verzoek nader toe te lichten. Gelet op het vorenstaande kan het hof zich met de overwegingen in de bestreden beschikking alsmede met de daarop steunende beslissing verenigen en is het hof van oordeel dat het gezamenlijk uitoefenen van het ouderlijk gezag een onaanvaardbaar risico met zich brengt als bedoeld in artikel 1:253c lid 2 BW, zodat de bestreden beschikking dient te worden bekrachtigd.

BESLISSING

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Pannekoek-Dubois, van Leuven en van Montfoort, bijgestaan door Lekahena als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 april 2009.