Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ5659

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-04-2009
Datum publicatie
20-08-2009
Zaaknummer
105.012.922.01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen belang bij hoger beroep omdat in eerste instantie is beslist conform hetgeen door appelant is gevraagd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 8 april 2009

Zaaknummer : 105.012.922.01

Rekestnr. rechtbank : FA RK 07-4734 + FA RK 07-5962

[appellant],

wonende te [woonplaats],

verzoekster, tevens incidenteel verweerster, in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. J.W. van der Kooi,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

verweerder, tevens incidenteel verzoeker, in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. J.W. Verhoef.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De moeder is op 21 maart 2008 in hoger beroep gekomen van de beschikking van de rechtbank te Den Haag van 21 december 2007, hierna: de bestreden beschikking.

De vader heeft op 9 mei 2008 een verweerschrift, tevens houdende incidenteel appel, ingediend.

De moeder heeft op 30 juni 2008 een verweerschrift op het incidenteel appel ingediend.

Van de zijde van de moeder zijn op 29 mei 2008 en 3 september 2008 aanvullende stukken binnengekomen.

Van de zijde van de vader zijn op 2 juni 2008 aanvullende stukken binnengekomen.

De raad voor de kinderbescherming, vestiging ’s-Gravenhage, heeft het hof bij faxbrief van 16 maart 2009 laten weten niet ter terechtzitting te zullen verschijnen.

Op 18 maart 2009 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de moeder, bijgestaan door haar advocaat, en de vader, bijgestaan door zijn advocaat. Ten behoeve van de ouders is tevens verschenen de heer A. Dahmani, tolk in de Marokkaanse en Arabische taal, die de eed heeft afgelegd.

HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking is - voor zover in hoger beroep van belang - bepaald dat, met wijziging in zoverre van de beschikking van de rechtbank d.d. 21 september 2007, de hoofdverblijfplaats van [naam minderjarige], geboren op 18 augustus 2004 te [geboorteplaats], hierna te noemen: de minderjarige, voortaan bij de vader zal zijn.

Daarnaast is bepaald dat de minderjarige bij zijn moeder zal zijn gedurende:

- twee weekenden per drie weken van vrijdag 17.00 uur tot zondag 18.00 uur;

- de helft van de schoolvakanties en feestdagen;

- het slachtfeest;

- de eerste helft van de zomervakantie,

waarbij de moeder de minderjarige aan het begin van de omgang ophaalt van het treinstation te [y] en de vader de minderjarige aan het einde van de omgang terugbrengt naar [z], alwaar de overdracht plaats zal hebben voor het politiebureau, locatie [x].

Het anders of meer verzochte is door de rechtbank afgewezen.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP

1. In geschil zijn de verblijfplaats van de minderjarige en de omgang tussen de vader en de minderjarige.

2. De moeder verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende het verzoek van de vader tot wijziging van de gewone verblijfplaats van de minderjarige af te wijzen.

3. De vader voert geen verweer tegen haar beroep en verzoekt incidenteel de bestreden beschikking gedeeltelijk te vernietigen en opnieuw rechtdoende bij beschikking de dagen van de omgangsregeling als volgt te bepalen:

De vader heeft recht op omgang met de minderjarige gedurende elk even weekend van het jaar vanaf zaterdag tot en met zondag, waarbij de vader de minderjarige om 9.00 uur ’s ochtends thuis ophaalt en de moeder de minderjarige weer ophaalt bij de vader door hem af te halen bij station [o] alwaar de vader de minderjarige aan de moeder meegeeft. De vader heeft recht op omgang de eerste helft van de grote schoolvakantie, te beginnen vanaf de eerste zaterdag van die vakantie waarbij de vader de minderjarige haalt op de in de reguliere regeling voorgestelde tijden.

4. De moeder verzet zich tegen het incidentele hoger beroep.

ONTVANKELIJKHEID

5. Het hof overweegt als volgt. De moeder komt in hoger beroep van een beschikking waarbij de rechtbank op verzoek van partijen heeft besloten conform hetgeen partijen ter terechtzitting zijn overeengekomen. Het rechtsmiddel van hoger beroep is echter niet gegeven om aan een partij wier vordering of verzoek is toegewezen, de gelegenheid te bieden de door haar gevraagde beslissing ongedaan te maken. De moeder heeft derhalve geen belang bij haar hoger beroep, en zal niet-ontvankelijk worden verklaard.

6. De advocaat van de vader heeft ter terechtzitting het incidentele appel van de vader ingetrokken. Ook de vader zal niet-ontvankelijk worden verklaard nu de intrekking tot gevolg heeft dat het hof de grief niet kan beoordelen.

7. Mitsdien wordt als volgt beslist.

BESLISSING

Het hof:

verklaart de moeder en de vader niet-ontvankelijk in hun hoger beroep.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Van den Wildenberg, De Haan-Boerdijk en Van der Kuijl, bijgestaan door mr. De Witte-Renkema als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 april 2009.