Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ5630

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-07-2009
Datum publicatie
21-08-2009
Zaaknummer
200.018.991.01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Prioriteit kinderalimentatie boven andere bestedingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 8 juli 2009

Zaaknummer : 200.018.991.01

Rekestnr. rechtbank : F2 RK 08-759

[appellant],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. D.S. Lösing, te Rotterdam,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. F.L. van der Eerden, te Rotterdam.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De vader is op 17 oktober 2008 in hoger beroep gekomen van een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 9 september 2008.

De moeder heeft op 20 maart 2009 een verweerschrift ingediend.

De vader heeft op 23 februari 2009 een aangepast appelschrift ingediend.

Van de zijde van de vader zijn bij het hof op 28 april 2009 en 12 mei 2009 aanvullende stukken ingekomen.

Op 27 mei 2009 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de vader en de moeder, bijgestaan door hun advocaat. Partijen en hun raadslieden hebben het woord gevoerd.

HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking is - uitvoerbaar bij voorraad - de door de vader te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding (hierna ook te noemen: kinderalimentatie) voor na te noemen minderjarigen vastgesteld op € 30,- per maand per kind, met ingang van 9 september 2008 .

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de kinderalimentatie voor de minderjarigen:

[kind 1], geboren [in] 1997 te [geboorteplaats],

[kind 2], geboren [in] 1998 te [geboorteplaats], en

[kind 3], geboren [in] 2002 te [geboorteplaats], hierna ook: de minderjarigen.

2. De vader verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, het verzoek van de moeder om kinderalimentatie af te wijzen, althans de bijdrage op nihil te stellen, althans een bedrag vast te stellen dat het hof redelijk en billijk acht.

3. De moeder bestrijdt zijn beroep en verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen en het verzoek van de vader in hoger beroep af te wijzen.

4. De vader voert in zijn eerste en enige grief aan dat de rechtbank bij de vaststelling van zijn draagkracht ten onrechte geen rekening heeft gehouden met zijn huurlasten. Zijn huur bedraagt € 439,48 per maand, inclusief servicekosten. Met ingang van 1 juli 2009 zal de huur € 450,82 per maand, inclusief servicekosten, bedragen. Daartegenover ontvangt hij € 142,- huurtoeslag per maand. De vader betwist de stelling van de moeder dat hij zijn woning onderverhuurt voor het reguliere huurbedrag en dat hij aldus huuropbrengsten ontvangt. Rekening houdend met zijn huurlasten, mist hij volgens hem de draagkracht om enige kinderalimentatie te voldoen.

5. De moeder heeft daartegenover aangevoerd dat de vader niet in zijn huurwoning aan [adres] in [woonplaats] woont, doch bij zijn nicht, met wie hij een affectieve relatie heeft, aan [adres] te [woonplaats]. De moeder heeft van diverse familieleden gehoord dat er andere mensen in [adres] wonen. Feitelijk levert de huurwoning aan [adres] hem dus geld op. De moeder erkent dat zij hier evenwel geen bewijzen van heeft. De vader heeft volgens haar voldoende draagkracht om de door de rechtbank vastgestelde kinderalimentatie te betalen.

6. Het hof is van oordeel dat, nu de moeder haar - door de vader uitdrukkelijk bestreden - stellingen niet nader heeft onderbouwd noch gestaafd met enig bewijs, zij niet, althans onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vader zijn huurwoning onderverhuurt en dat hij hieruit huuropbrengsten ontvangt. De enkele mededeling dat de moeder van diverse familieleden heeft vernomen dat hij zijn huurwoning onderverhuurt, acht het hof daartoe onvoldoende. De grief van de vader slaagt derhalve, doch leidt niet tot vernietiging van de bestreden beschikking, zoals hieronder zal worden overwogen.

7. Het hof is met betrekking tot het bestedingspatroon van de vader uit het besprokene ter terechtzitting gebleken dat de vader drie maal per jaar naar Kaapverdië afreist en aldaar gedurende langere periodes verblijft, waarbij de kosten van een retourvliegticket, zoals de moeder onweersproken heeft verklaard, € 1.100,- per keer bedragen. De medische noodzaak van deze reizen heeft de vader niet onderbouwd. Verder is gebleken dat de vader in staat is om aan zijn kind in Kaapverdië € 70,- per maand over te maken. Op grond van deze feiten en omstandigheden acht het hof de vader in redelijkheid en billijkheid in staat, mede gelet op de hoge prioriteit die kinderalimentatie geniet, om de door de rechtbank vastgestelde kinderalimentatie van € 30,- per maand per kind, waaraan zij behoefte hebben, aan de moeder te voldoen. De keuze van de vader om drie maal per jaar naar Kaapverdië af te reizen, (waarbij de kosten van de vliegtickets reeds € 3.300,- per jaar bedragen) valt te respecteren, doch dient niet ten koste te gaan van zijn alimentatieverplichtingen jegens zijn kinderen. Hieruit volgt dat de bestreden beschikking in zoverre moet worden bekrachtigd, zij het op andere gronden.

BESLISSING

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Dusamos, de Haan-Boerdijk en van der Burght, bijgestaan door Lekahena als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2009.