Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ5587

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
15-07-2009
Datum publicatie
26-08-2009
Zaaknummer
200.008.643.01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Curatele. Tussenbeschikking. Nadere - schriftelijke - informatie van arts die geneeskundige verklaring heeft opgesteld, noodzakelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 15 juli 2009

Zaaknummer : 200.008.643.01

Rekestnr. rechtbank : 08-80084

[naam],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de betrokkene,

advocaat mr. R.M.L. Theelen te ‘s-Gravenhage,

Als belanghebbende zijn aangemerkt:

1. de Advocaat-Generaal bij het ressortsparket te ‘s-Gravenhage,

2. [de curator],

kantoor houdende te [vestigingsplaats],

hierna te noemen: de curator,

advocaat mr. M.L. Kleyn te ‘s-Gravenhage.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De betrokkene is op 6 juni 2008 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 7 maart 2008 van de rechtbank te ’s-Gravenhage, sector kanton, locatie ‘s-Gravenhage.

Van de zijde van de betrokkene zijn bij het hof op 7 juli 2008 en 21 juli 2008 aanvullende stukken ingekomen.

Van de zijde van de advocaat-generaal is op 29 juli 2008 bericht ontvangen dat de zaak slechts in beperkte mate het openbare belang raakt, om welke reden deze afziet van de mogelijkheid te concluderen.

Op 3 juni 2009 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, en de curator, bijgestaan door haar advocaat. Partijen en hun raadslieden hebben het woord gevoerd

HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking is [de betrokkene], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], onder curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis, met benoeming van [de curator] tot curator.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de ondercuratelestelling van de betrokkene.

2. De betrokkene verzoekt, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen.

3. De betrokkene stelt dat er geen grond bestaat hem onder curatele te stellen. Uit een in maart 2005 afgenomen test blijkt weliswaar dat betrokkene zwakbegaafd is, maar niet dat dit hem niet in staat stelt of bemoeilijkt de eigen belangen behoorlijk waar te nemen. In de afgelopen vier jaar is er ook geen sprake van handelingen die een aanwijzing vormen voor het bestaan van een dergelijke situatie. Betrokkene ontkent niet dat hij jaren geleden schulden heeft laten ontstaan, maar stelt dat de afgelopen jaren geen nieuwe schulden zijn ontstaan en dat thans wordt afgelost op de schuldenlast.

4. De curator stelt dat de vrees bestaat dat wanneer de curatele wordt opgeheven opnieuw schulden zullen ontstaan. De betrokkene geeft weinig inzicht in zijn financiële situatie en moet mede daarom tegen zichzelf beschermd worden. De curator is thans bezig met het inventariseren van alle schulden en zal daarna een plan opstellen om de schulden af te lossen, mogelijk zal verzocht worden betrokkene toe te laten tot de schuldsaneringsregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen.

5. Het hof overweegt als volgt. Op grond van artikel 1:378 lid 1 onder a BW kan een meerderjarige onder curatele worden gesteld wegens een geestelijke stoornis, waardoor de gestoorde, al dan niet met tussenpozen, niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen behoorlijk waar te nemen.

6. Het hof stelt voorop dat de bestreden beschikking mede berust op een geneeskundige verklaring d.d. 22 augustus 2007, afkomstig van M.S. Abdoelbasier, als psychiater verbonden aan Parnassia te ’s-Gravenhage. Gegeven de omstandigheid dat blijkens de verklaring van de curator de jongste schuld op naam van betrokkene is aangegaan in 2004 en het enkele bestaan van zwakbegaafdheid in enige niet nader gespecificeerde vorm onvoldoende is voor het oordeel dat de grond voor ondercuratelestelling als bedoeld in artikel 1:378, eerste lid onder a BW is vervuld, terwijl van oorzakelijk verband tussen deze zwakbegaafdheid en het aangaan van schulden op dit moment niet is gebleken, komt naar het oordeel van het hof thans aan deze geneeskundige verklaring overwegende betekenis toe. Deze verklaring houdt in dat betrokkene wegens een geestelijke stoornis, al dan niet met tussenpozen, niet in staat is of bemoeilijkt wordt om diens belangen behoorlijk waar te nemen.

7. Betrokkene bestrijdt deze verklaring in zoverre en heeft ter zitting van het hof verklaard zich niet te herinneren met deze psychiater te hebben gesproken doch de psychiater te hebben afgezegd.

8. Het hof stelt vast dat de geneeskundige verklaring voor het daarin uitgesproken oordeel geen redengevende feiten en omstandigheden bevat en dat, voor zover deze zouden zijn gelegen in de omschreven “aard van de geestelijke stoornis”, deze deels achterhaald zijn gebleken, nu uit de verklaring van de curator volgt dat thans al geruime tijd geen sprake meer is van de situatie dat “de financiële schulden steeds toenemen”. Mede gegeven het ontbreken van enig gegeven betreffende de gevolgde onderzoeksmethode en met name de omstandigheid dat er niet van blijkt dat de psychiater betrokkene met het oog op deze verklaring kort te voren in een persoonlijk contact heeft gesproken en onderzocht, is het hof vooralsnog van oordeel dat met de onderhavige geneeskundige verklaring niet kan worden volstaan.

9. Het hof heeft dan ook behoefte aan nadere informatie zijdens de psychiater Abdoelbasir en merkt deze op die grond aan als degene wiens verklaring in verband met de beoordeling van het verzoek van betekenis kan zijn, zoals bedoeld in artikel 800, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het hof ziet er ter voorkoming van mogelijk onnodig tijdsbeslag vooralsnog van af om de psychiater in voormelde hoedanigheid daadwerkelijk ter terechtzitting te doen oproepen zoals bij evenvermelde wetsbepaling is voorzien en zal hem in de gelegenheid stellen na te noemen vragen schriftelijke te beantwoorden.

10. Het hof verzoekt de informant de volgende vragen te beantwoorden:

- Is de betrokkene bij u onder behandeling of onder behandeling geweest? Zo ja, in welke periode?

- Heeft u de betrokkene in een persoonlijk contact gesproken en onderzocht met het oog op de door u af te geven geneeskundige verklaring? Zo ja, wanneer?

- Is u bekend dat er in 2007 sprake is geweest van een toename van de schulden? Zo ja, uit welke bron?

- Wat is het oorzakelijk verband tussen de door u aangetroffen geestelijke stoornis en de toename van de financiële schulden, de dreiging van huisvestingsverlies en de maatschappelijke teloorgang?

- Kunt u uiteenzetten waarom niet met een minder verstrekkend middel dan de curatele kan worden volstaan?

11. Het hof zal de zaak aanhouden teneinde de psychiater Abdoelbasier in zijn hoedanigheid als omschreven in rechtsoverweging 9 in de gelegenheid te stellen bovengenoemde vragen binnen vier weken na heden schriftelijk te beantwoorden. Na ontvangst van de reactie stelt het hof partijen in de gelegenheid hierop te reageren. Iedere verdere beslissing zal daarom worden aangehouden tot de zitting van 19 september 2009 pro forma.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

bepaalt dat M.S. Abdoelbasier, psychiater, in diens in rechtsoverweging 9 vermelde hoedanigheid in de gelegenheid wordt gesteld de onder rechtsoverweging 10 genoemde vragen te beantwoorden;

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van deze beschikking aan de informant zal zenden;

houdt de behandeling van de zaak aan tot zaterdag 19 september 2009 pro forma, ter fine als vermeld onder rechtsoverweging 11 en stelt partijen in de gelegenheid te reageren op de reactie van de informant;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Leuven, Bouritius en Fockema Andreae-Hartsuiker, bijgestaan door mr. Braat als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 juli 2009.