Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ4687

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22-07-2009
Datum publicatie
06-08-2009
Zaaknummer
105.011.043.01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ouderschapsonderzoek; eindbeschikking na rapportage door deskundige; omgang ontzegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 22 juli 2009

Zaaknummer : 105.011.043.01

Rekestnr. rechtbank : 03-839

[appellante],

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. A.A.J. de Nijs,

tegen

[belanghebbende],

wonende te [woonplaats],

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. B.J. Bal.

HET VERDERE PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

Het hof verwijst voor het verloop van het geding naar zijn tussenbeschikkingen van 28 mei 2008 en 29 april 2009 waarvan de inhoud hier als herhaald en ingelast moet worden beschouwd. Bij beschikking van 28 mei 2008 is mevrouw drs. ir. W. Boom-Pelle tot deskundige benoemd. Voorts is bepaald dat de vader de helft van het bedrag van € 4.500,-, te weten € 2.250,-, zal voldoen en is het deel van de moeder te weten: € 2.250,-, ten laste van ’s Rijks kas gekomen. Bij beschikking van 29 april 2009 zijn de kosten van de deskundige vastgesteld op € 2.499,-inclusief BTW.

De advocaat de moeder heeft haar reactie(s) aan het hof doen toekomen.

VERDERE BEOORDELING VAN HET BEROEP

1. Partijen hebben in hun reacties op het deskundigenrapport het hof verzocht de zaak op de stukken af te doen.

2. De deskundige heeft op grond van de door het hof geformuleerde vragen haar onderzoek verricht. Uit dit onderzoek is gebleken dat partijen er niet in zijn geslaagd om tot afspraken te komen over een omgangsregeling tussen de vader en [de minderjarige]. De ouders zijn wel in staat om hun aandeel in het ontstaan en het voortgaan van hun ruziegedrag te onderkennen. De door de deskundige gebruikte interventies hebben niet geleid tot een verandering in de conflictstijl in positieve zin. Tevens heeft de moeder tijdens het onderzoek aangegeven dat zij geen omgang zal toestaan tussen [de minderjarige] en de vader, totdat [de minderjarige] meerderjarig is, waardoor een reguliere omgangsregeling niet mogelijk zal zijn. De moeder heeft daarbij aangegeven dat zij wel de vader op de hoogte wil houden over de ontwikkeling van [de minderjarige] en dat zij [de minderjarige] in de gelegenheid zal stellen aan haar vader te schrijven of te bellen als [de minderjarige] dat zou willen.

3. Bij de moeder bestaat geen enkel draagvalk om omgang tussen [de minderjarige] en de vader toe te staan. De bemiddeling tussen de ouders die in het kader van het deskundigenonderzoek heeft plaatsgevonden, heeft hier helaas geen wijziging in gebracht.

In beginsel betekent de omstandigheid dat de ouder bij wie het kind verblijft tegen omgang is, niet dat geen omgangsregeling zal worden bepaald.

In het onderhavige geval valt echter te vrezen dat het opleggen van omgang, al dan niet onder dwang als de moeder de omgangsregeling niet nakomt, een nadelig effect zal hebben op de ontwikkeling van [de minderjarige]. Zij is acht jaar oud en daarmee nog in sterke mate afhankelijk van haar moeder. De spanning bij de moeder zal zijn weerslag hebben op [de minderjarige] indien omgang plaats vindt. [de minderjarige] wordt nog te jong geacht om daarin zelfstandig een standpunt te bepalen en positie te kiezen, zowel naar de vader als naar de moeder toe.

Derhalve acht het hof het bepalen van een omgangsregeling thans in strijd met zwaarwegende belangen van [de minderjarige]. Het hof zal de vader dan ook het recht op omgang met [de minderjarige] ontzeggen. Daarbij tekent het hof aan, dat een ontzegging van omgang per definitie, gelet op de jurisprudentie van het Europese hof, niet voor onbepaalde tijd zal gelden.

4. Het hof zal een informatieregeling bepalen, inhoudende: dat de moeder de vader op de hoogte houdt van de ontwikkelingen van [de minderjarige], waarbij zij een keer per maand foto’s van [de minderjarige] op een schijfje zal zetten en een verslag over haar schrijven en dit schijfje maandelijks naar de vader zal sturten. Verder zal de moeder de vader een kopie sturen van alle rapporten en Cito toetsen van [de minderjarige] en zal zij de vader ook op de hoogte houden van de hobby’s en sportprestaties van [de minderjarige]. Deze regeling is overeenkomstig het voorstel van de moeder daartoe.

5. Het hof zal de kosten van het deskundigenrapport ten laste brengen van ‘s Rijks kas in het kader van een ouderschapsonderzoek en het gedeelte van de vader van € 2.250,- aan hem restitueren

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

Bepaalt dat de kosten van de deskundige ten laste van ’s Rijks kas komen en gelast de griffier van dit hof de in debet gestelde betaling van de vader van € 2.250,- aan hem te restitueren op bankrekeningnummer [x];

ontzegt de vader het recht op omgang met [de minderjarige];

bepaalt dat de moeder aan de vader eens per maand zal toezenden: een schijfje met daarop recente foto’s van [de minderjarige], met daarbij een verslag over haar ontwikkeling en over haar hobby’s en sportprestaties; tevens - indien in de betreffende maand aan de orde - een kopie van alle rapporten en Cito toetsen van [de minderjarige];

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Van den Wildenberg, Mink en Hulsebosch, bijgestaan door Muller-Rietveld als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van22 juli 2009.