Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BI5628

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22-04-2009
Datum publicatie
11-06-2009
Zaaknummer
200.005.459/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toewijzing verzoek moeder om eenhoofdig gezag - gebrekkige communicatie - 'klem en verloren' - weigering afgifte paspoort - geheim adres

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 22 april 2009

Zaaknummer : 200.005.459/01

Rekestnr. rechtbank : F2 RK 06-1934

[verzoekster],

wonende te [adres],

verzoekster, in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. M. Verschoor,

tegen

[verweerder],

wonende op een geheim adres,

verweerder, in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De moeder is op 23 april 2008 in hoger beroep gekomen van de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 23 januari 2008.

Van de zijde van de moeder zijn bij het hof op 13 augustus 2008 aanvullende stukken ingekomen.

Op 25 maart 2009 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de moeder, bijgestaan door haar advocaat, mr. M. Verschoor, de vader en namens de Raad voor de Kinderbescherming: de heer H. Meulenbeek. De aanwezigen hebben het woord gevoerd. De hierna te noemen minderjarige [kind A] is in de raadkamer gehoord.

HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, het verzoek van de moeder tot wijziging van het gezag, in dier voege dat de moeder het eenhoofdig gezag zal gaan uitoefenen, afgewezen.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is het gezag ten aanzien van de minderjarigen [kind A] (hierna: [kind A]), geboren [in] 1993 te [geboorteplaats], en [kind B] (hierna: [kind B]), geboren [in] 1997 te [geboorteplaats] (hierna gezamenlijk ook te noemen: de kinderen). De vader en de moeder oefenen gezamenlijk het gezag over de kinderen uit. De vader heeft thans geen omgang met de kinderen.

2. De moeder verzoekt het hof, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw beschikkende te bepalen dat het gezamenlijk ouderlijk gezag over de kinderen wordt beëindigd en dat zij wordt belast met het éénhoofdig gezag over de kinderen en de beschikking voor de overige aspecten, met verbetering van gronden, te bekrachtigen.

3. De moeder is van mening dat aan de criteria voor beëindiging van het gezamenlijk gezag is voldaan. De moeder stelt dat het overleg over opvoedkundige aangelegenheden met de vader als gevolg van diens dwingende houding onmogelijk is geworden. De vader neemt een uitermate negatieve houding in jegens de moeder. De moeder haalt in dit verband als voorbeeld aan de weigerachtige houding van de vader om zijn medewerking te verlenen bij de aanvraag van nieuwe paspoorten voor de minderjarigen voor de zomervakantie. Daarnaast verwijst de moeder naar het risico dat hij zijn instemming niet zal geven bij belangrijke medische beslissingen voor de kinderen. De moeder verwacht niet dat vader in de toekomst zijn gedragspatroon nog zal kunnen aanpassen en in staat zal zijn om het belang van de kinderen voorop stellen, aangezien de vader zelf emotioneel klem lijkt te zitten en zich kennelijk bovenal op principiële gronden op het standpunt heeft gesteld dat hij recht op gezamenlijk gezag heeft.

4. Ter zitting heeft de vader de stelling van de moeder dat hij telefonisch moeilijk bereikbaar is, weersproken. Hij heeft het gebrek aan contact met zijn kinderen verklaard vanuit zijn wens om [kind A] en [kind B] enige rust te geven. De onverschillige houding van de kinderen ten opzichte van hem dient in zijn beleving vooral in het licht te worden gezien van de negatieve manier waarop de moeder hem heeft afgeschilderd. In de opvatting van de vader laten de standpunten van de moeder, zowel afzonderlijk als in samenhang, nochtans onverlet dat hij het recht behoudt op een gezamenlijke uitoefening van het gezag met de moeder.

5. Het hof overweegt als volgt. Het hof stelt vast dat het ouderlijk gezag weliswaar een aan de ouders toekomend recht is, maar dat dit recht aan beide ouders in het belang van het kind gegeven is en daarom niet los kan worden gezien van de verplichting dat belang te dienen. Het is het hof gebleken dat er reeds geruime tijd geen communicatie meer plaatsvindt tussen de vader en de moeder. Nu deze communicatie ontbreekt, er geen ruimte blijkt verbetering in de verhouding tussen de ouders aan te brengen en het onwaarschijnlijk is, dat de ouders in de toekomst belangrijke beslissingen gezamenlijk kunnen nemen, is het hof van oordeel dat de minimaal noodzakelijke basis voor gezamenlijk gezag van de vader en de moeder ten aanzien van de verzorging en opvoeding ontbreekt. Het hof neemt daarbij tevens in aanmerking dat de vader op een geheim adres verblijft en hij niet bereid is dit aan de moeder kenbaar te maken. Onder deze omstandigheden acht het hof het aannemelijk dat de kinderen bij voortzetting van het gezamenlijk gezag een onaanvaardbaar risico lopen klem of verloren te raken tussen de ouders. Zo is ter zitting gebleken dat de vader als gevolg van zijn eigen opstelling de moeder ernstig belemmert haar taak als verzorgende ouder te vervullen, mede gelet op de weigerachtige houding van de vader om mee te werken aan de afgifte van paspoorten in het belang van [kind A] en [kind B]. Het hof acht het van belang om de juridische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie. Er dient rust en zekerheid te worden gecreëerd in het belang van de kinderen.

Op deze gronden zal het hof de bestreden beschikking vernietigen voor zover daarbij het verzoek om wijziging van het gezag is afgewezen. De moeder zal worden belast met het eenhoofdig gezag over de kinderen.

6. Mitsdien beslist het hof als volgt.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen

en in zoverre opnieuw beschikkende:

bepaalt dat het gezag over de kinderen met ingang van heden alleen aan de moeder toekomt;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Husson, Mink en Punselie, bijgestaan door mr. Blauwhoff als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 april 2009.