Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BI2103

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
01-04-2009
Datum publicatie
28-04-2009
Zaaknummer
105.012.490-01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vraag of Certificate of Birth, opgemaakt in 2005, waarin wordt gesteld dat betrokkene geboren is in 1944 vatbaar is voor inschrijving in het Nederlandse register van de burgerlijke stand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 1 april 2009

Zaaknummer : 105.012.490.01

Rekestnr. rechtbank : FA RK 06-6797

[de vrouw],

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. K. Beumer,

tegen

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,

zetelend te ’s-Gravenhage,

verweerder in hoger beroep,

vertegenwoordigd door de heer A.R. Baptiste,

hierna te noemen: de ambtenaar.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De vrouw is op 11 januari 2008 in hoger beroep gekomen van een beschikking van

15 oktober 2007 van de rechtbank ‘s-Gravenhage.

Van de zijde van de vrouw zijn bij het hof op 30 mei 2008 en 3 maart 2009 aanvullende stukken ingekomen.

De ambtenaar heeft op 29 juli 2008 een verweerschrift ingediend.

Het Openbaar Ministerie heeft het hof bij brief van 2 maart 2009 meegedeeld niet ter terechtzitting te zullen verschijnen. Het heeft bij die brief voorts een conclusie van het Openbaar Ministerie ingediend.

Op 4 maart 2009 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, en de ambtenaar, vergezeld van mevrouw J. de Man. De aanwezigen hebben het woord gevoerd.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking is het verzoek van de vrouw ertoe strekkende dat de rechtbank voor recht verklaart dat het op 6 mei 2005 te [woonplaats] ([land]) opgemaakte Certificate of Birth overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een Nederlands register van de burgerlijke stand.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de vraag of de rechtbank terecht het verzoek van de vrouw heeft afgewezen.

2. De vrouw verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, voor recht te verklaren dat het op 6 mei 2005 te [woonplaats] ([land]) opgemaakte Certificate of Birth overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in het Nederlands register van de Burgerlijke stand.

3. De ambtenaar bestrijdt het beroep van de vrouw en verzoekt het hof het verzoek van de vrouw niet toe te wijzen.

4. De vrouw klaagt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat, nu de vrouw heeft nagelaten een gelegaliseerde geboorteakte over te leggen, de rechtbank niet kan beoordelen of de geboorteakte wel afkomstig is van een bevoegde instantie en derhalve niet voor recht kan verklaren dat deze akte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een Nederlands register van de burgerlijke stand. De vrouw voert daartoe aan dat wel degelijk sprake is van een originele en gelegaliseerde geboorteakte en verwijst daarvoor mede naar een afschrift van de achterzijde van de geboorteakte, alsmede naar het na te zenden of ter terechtzitting te overhandigen origineel van de geboorteakte.

5. Het hof overweegt als volgt.

6. De vrouw heeft ter terechtzitting een origineel van de geboorteakte ter inzage gegeven. Deze geboorteakte is gelegaliseerd. Mitsdien kan thans worden beoordeeld of deze originele en gelegaliseerde geboorteakte afkomstig is van een bevoegde instantie en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een Nederlands register van de burgerlijke stand. Gelet hierop is het hof van oordeel dat de grief van de vrouw slaagt. Dit kan echter niet tot vernietiging van de bestreden beschikking leiden.

Immers legalisatie van een document betreft de bevestiging van een daartoe bevoegde instantie van tenminste de echtheid van de ondertekening en in voorkomend geval van het zegel of stempel, alsmede van de hoedanigheid van de ondertekenaar van een document. Legalisatie doet niet af aan de omstandigheid dat ook de juistheid van de inhoud van een document, in dit geval een geboorteakte, dient te worden geverifieerd. Deze inhoud zal aan de hand van de door de vrouw over te leggen stukken moeten worden beoordeeld.

De juistheid van de inhoud van de aan het hof voorgelegde geboorteakte heeft de vrouw uitsluitend onderbouwd met overlegging van een besluit van de rechtbank van [provincie], [land], van [2005]. Blijkens dit besluit heeft de rechtbank na verhoor van drie getuigen besloten dat het hoofd van het geboorteregister van de betreffende administratie de volgende gegevens in het geboorteregister opneemt:

Naam: [voornaam]

Vadersnaam: [X]

Moedersnaam: [Y]

Geboorteplaats: [geboorteplaats]

Geboortedatum: [1944].

Het hof stelt voorop dat naar ongeschreven regels van Nederlands internationaal privaatrecht buitenlandse rechterlijke uitspraken, indien zij na een behoorlijke procedure door een daartoe bevoegde rechter zijn gewezen, in beginsel in Nederland worden erkend.

Gegeven de omstandigheid dat de openbare orde vergt dat de in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand opgenomen gegevens juist en betrouwbaar zijn, dient beoordeling van de behoorlijkheid van de bij de totstandkoming van de te erkennen buitenlandse uitspraak gevolgde procedure zich in de onderhavige zaak mede uit te strekken tot de wijze van waarheidsvinding.

Het hof stelt vast dat de getuigen op wier verklaring de door de vrouw ingeroepen buitenlandse uitspraak kennelijk uitsluitend berust, in [2005] respectievelijk 59, 62 en 59 jaar oud waren en dat van deze getuigen desondanks is aangenomen dat de vrouw ruim 60 jaar voorafgaand aan hun verklaringen is geboren. Nu twee van de drie getuigen derhalve niet uit eigen waarneming kunnen hebben verklaard, zulks gegeven de leeftijd van de derde getuige evenmin in de rede ligt en de buitenlandse uitspraak geen aanwijzingen bevat voor andere bronnen van hun wetenschap, noch voor resultaten van nader onderzoek door de rechtbank, kan deze uitspraak niet worden aanvaard als blijk van de juistheid van de in de geboorteakte van de vrouw opgenomen gegevens.

Voorts kent het hof geen zelfstandige betekenis toe aan de door de vrouw overgelegde doopakte, waaruit zou blijken dat de geboortedatum van de vrouw [1944] is, nu deze doopakte eerst is opgemaakt [in 2000], en er geen blijk van geeft op welke bron haar inhoud berust.

Het aanbod dat de vrouw ter terechtzitting heeft gedaan tot bewijs van de stelling dat zij belang heeft bij afgifte van een verklaring voor recht zal het hof passeren, nu haar belang daarbij niet tot inwilliging van het verzoek kan leiden.

Gelet op het vorenstaande zal het hof de bestreden beschikking, zij het met verbetering van gronden, bekrachtigen.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking.

Deze beschikking is gegeven door mrs. van Dijk, van Nievelt en Bouritius, bijgestaan door mr. van der Kamp als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 april 2009.