Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BI0239

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
02-04-2009
Datum publicatie
07-04-2009
Zaaknummer
22-005807-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel (6 WVW 94). Verdachte, first offender, is beroepschauffeur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-005807-07

Parketnummer: 10-820278-07

Datum uitspraak: 2 april 2009

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 23 oktober 2007 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 19 maart 2009.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie in dit arrest is gevoegd.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

“hij op [dag] 2006 te [plaats] als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (vrachtauto met open laadbak), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door met dat motorrijtuig zeer onoplettend, onvoorzichtig, onachtzaam en met aanmerkelijke verwaarlozing van de te dezen geboden zorgvuldigheid te rijden op de voor het openbaar

verkeer openstaande weg, de Rijksweg A12, welk onoplettend, onvoorzichtig, onachtzaam en onzorgvuldig rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar, terwijl

- de door verdachte bereden rijbaan bestond uit twee doorgaande rijstroken en één (gezien vanuit de rijrichting van verdachte) rechts van die rijstroken

gelegen uitrijstrook, en

- boven deze rijstroken en uitrijstrook elektronische signaleringsborden (borden A3 van Bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) waren aangebracht, en

- sedert ongeveer 14.54 uur (in verband met filevorming) voor het verkeer rijdende op die rijbaan de maximum-snelheid varieerde van 70 km/uur (op de

uitvoegstrook) tot 90 km/uur (op de tweedoorgaande rijstroken), aangegeven op genoemde signaleringsborden (ter hoogte van portaal 17.050), en bovendien de snelheidsaanduiding boven die uitrijstrook werd vergezeld van knipperende waarschuwingslichten, en

- zich op die uitrijstrook stilstaande en/of langzaam rijdende voertuigen bevonden, en

- op en/of ter hoogte van meergenoemde uitrijstrook veelvuldig sprake was van wissellende maximumsnelheden (in verband met filevorming), en

- hij, verdachte, goed bekend was met de verkeerssituatie, het verkeersbeeld en regelmatige filevorming ter plaatse, en

- bestuurders op grond van artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 in staat moesten zijn hun voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij de weg konden overzien en waarover deze vrij was,

(ondanks die wisselende maximumsnelheden en verdachtes wetenschap van de ter plaatse veelvuldig wisselende maximumsnelheden en filevorming) meergenoemde uitrijstrook is opgereden met een snelheid gelegen tussen 77 en 80 km/per uur en die stilstaande of langzaam rijdende voertuigen op die uitrijstrook niet tijdig heeft opgemerkt en zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij eerder had kunnen reageren op die stilstaande en/of langzaam rijdende voertuigen op die uitrijstrook en aldus rijdende op die uitrijstrook achtereenvolgens:

- tegen de achterzijde van een vóór hem, verdachte, stilstaande personenauto (Renault) is aangebotst, waarbij die personenauto tegen de achterzijde van een daarvoor stilstaande vrachtauto (Scania) werd aangedrukt en die personenauto vervolgens op de rechts naast de uitrijstrook gelegen vluchtstrook terechtkwam, en

- nog immer met een snelheid van tussen 77 en 80 km/uur tegen de achterzijde van een personenauto (Nissan) is aangebotst, waardoor die personenauto werd opgeduwd en in botsing kwam met eerdergenoemde vrachtauto (Scania), en

- met een snelheid gelegen tussen 38 en 40 km/uur tegen de achterzijde van die eerdergenoemde vrachtwagen (Scania) is aangebotst of aangereden, waardoor de bestuurder van één van die personenauto’s (Renault), genaamd [naam bestuurder], zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken nek en een dwarslaesie vanaf de nek werd toegebracht”.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft als bestuurder van een vrachtauto op een uitrit van de A12 in de gemeente [plaats] gereden. Deze rit is geëindigd in een zeer ernstig ongeval, waarbij meerdere mensen letsel hebben opgelopen, en de bestuurster van de Renault zeer zwaar getroffen werd doordat zij een gebroken nek en een dwarslaesie vanaf de nek opliep.

Verdachte heeft de zich vormende file vóór hem veel te laat opgemerkt en is met hoge snelheid op die file ingereden. Verdachte had juist vanuit zijn positie, namelijk die van vrachtwagenchauffeur in een hoge cabine, de stilstaande of langzaam rijdende voertuigen vóór hem moeten opmerken en zijn rijgedrag hierop moeten aanpassen. Verdachte is echter met een bijna onverminderde snelheid van tussen de 77 en 80 km/per uur blijven rijden.

Het hof rekent de verdachte zijn zeer onoplettende, onvoorzichtige en onachtzame manier van rijden zwaar aan.

Door toedoen van de verdachte is aan de slachtoffers van het verkeersongeval veel pijn en leed aangedaan. Met name voor de eerder genoemde bestuurster van de Renault zijn de gevolgen van het verkeersongeval ronduit dramatisch. Als gevolg van de opgelopen dwarslaesie is zij niet alleen haar bewegingsvrijheid kwijtgeraakt, maar zijn ook de drie jonge kinderen van deze alleenstaande moeder zeer zwaar getroffen.

Het hof is dan ook van oordeel dat hierop allereerst een deels onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te melden duur past.

Daarnaast acht het hof een ontzegging van de rijbevoegdheid van één jaar op zijn plaats. Omdat verdachte in feite first-offender is en beroepschauffeur zal het hof die ontzegging voorwaardelijk opleggen. Nu verdachte aldus zijn beroep kan blijven uitoefenen dient hij wel een substantiële boete naar draagkracht te betalen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, te vervangen door hechtenis voor de tijd van 60 (zestig) dagen voor het geval die taakstraf niet naar behoren wordt verricht.

Beveelt dat een op 60 (zestig) uren bepaald gedeelte van de taakstraf, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door hechtenis voor de tijd van 30 (dertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een geldboete van EUR 3.000,00 (drieduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 45 (vijfenveertig) dagen.

Ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 1 (één) jaar.

Beveelt dat de bijkomende straf van ontzegging van de rijbevoegdheid niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van

2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de duur van de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen bij de eventuele tenuitvoerlegging van deze bijkomende straf wordt verminderd met de tijd gedurende welke het rijbewijs ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 ingehouden of ingevorderd is geweest.

Dit arrest is gewezen door mr. P.J. Wurzer,

mr. M.P.J.G. Göbbels en mr. J.C.F. van Gelder, in bijzijn van de griffier R. Luijken.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 2 april 2009.