Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BH9153

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
30-03-2009
Datum publicatie
01-04-2009
Zaaknummer
22-003654-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Op 1 juli 2008 is de Wet voorwaardelijke invrijheidsstelling in werking getreden, ten gevolge waarvan op een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals in het onderhavige geval, geen voorwaardelijke invrijheidsstelling meer wordt toegepast. Derhalve zou het opleggen van eenzelfde vrijheidsbenemende straf als de rechtbank heeft opgelegd voor de verdachte resulteren in een effectief hogere straf dan in eerste aanleg is opgelegd. Gelet hierop zal het hof de straf zodanig bepalen, dat voor de verdachte feitelijk eenzelfde onvoorwaardelijke gevangenisstraf resteert.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003654-08

Parketnummer: 09-754140-07

Datum uitspraak: 30 maart 2009

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage van 29 mei 2008 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedag] 1983,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 16 maart 2009.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie in dit arrest is gevoegd.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met beslissing omtrent het inbeslaggenomene als nader in het vonnis omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof is van oordeel, dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist, zodat het vonnis, waarvan beroep, met overneming van gronden behoort te worden bevestigd, behalve voor wat betreft de opgelegde gevangenisstraf en de motivering daarvan.

Het vonnis moet op die onderdelen worden vernietigd en in zoverre moet opnieuw worden rechtgedaan.

Op te leggen straf

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Op 1 juli 2008 is de Wet voorwaardelijke invrijheidsstelling in werking getreden, ten gevolge waarvan op een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals in het onderhavige geval, geen voorwaardelijke invrijheidsstelling meer wordt toegepast. Derhalve zou het opleggen van eenzelfde vrijheidsbenemende straf als de rechtbank heeft opgelegd voor de verdachte resulteren in een effectief hogere straf dan in eerste aanleg is opgelegd. Gelet hierop zal het hof de straf zodanig bepalen, dat voor de verdachte feitelijk eenzelfde onvoorwaardelijke gevangenisstraf resteert.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de straf en doet in zoverre opnieuw recht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt, dat een op 8 (acht) maanden bepaald gedeelte van de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de eventuele uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. P.J. Wurzer, mr. M.P.J.G. Göbbels en mr. S.J.A.M. van Gend, in bijzijn van de griffier mr. M.C. Bongaerts.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 30 maart 2009.