Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:6101

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
07-04-2009
Datum publicatie
12-06-2014
Zaaknummer
105.007.976
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSGR:2008:BD5187
Cassatie: ECLI:NL:HR:2010:BM2311, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek om mededeling persoonsgegevens op grond van de Wet politieregisters (oud)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector handel

Zaaknummer : 105.007.976/01

Rekestnummer (oud) : R05/313

Rekestnummer rechtbank : R04.84

beschikking van de eerste civiele kamer d.d. 7 april 2009

inzake

[appellant],

(laatstelijk) verblijvende te Alphen aan den Rijn,

appellant,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. M. van Stratum te ’s-Gravenhage,

tegen

de KORPSBEHEERDER VAN DE POLITIE HAAGLANDEN,

zetelende te ‘s-Gravenhage,

geïntimeerde,

hierna te noemen: de Korpsbeheerder,

advocaat: mr. C.M. Bitter te ’s-Gravenhage.

Het geding

Voor het procesverloop tot aan ’s hofs beschikking van 19 juni 2008 verwijst het hof naar die beschikking. De Korpsbeheerder heeft bij brief van 28 oktober 2008 (met diverse bijlagen) nadere informatie verstrekt zoals door het hof in zijn beschikking van 19 juni 2008 verzocht. Zoals in deze brief vermeld zijn niet alle bijlagen in kopie aan de raadsman van [appellant] gezonden. [appellant] heeft niet op deze brief gereageerd. Vervolgens heeft op 10 december 2008 het hoofd van de CIE Nationale Recherche namens de Korpsbeheerder aan het hof – buiten aanwezigheid van partijen en hun raadslieden – een toelichting verstrekt ten aanzien van de in februari 2002 verwerkte CIE-matige mutaties en daarin inzage gegeven. De hiervoor vermelde, niet aan [appellant] toegezonden bijlagen bij de brief van 28 oktober 2008 bevinden zich in een deel van het griffiedossier dat niet toegankelijk is voor [appellant] of diens raadsman.

Verdere beoordeling van het hoger beroep

1.1 Het gaat thans nog om de volgende punten genoemd in de beschikking van 19 juni 2008 (de nummering uit de beschikking van 19 juni 2008 pag. 7 en verder is aangehouden):

(2) stukken waaruit zou kunnen blijken dat [appellant] in Suriname zou hebben geïnvesteerd;

(3) de in februari 2002 verwerkte CIE-matige mutaties;

(5) alle observatieverslagen voor zover niet reeds gevoegd bij de processtukken;

(8) journaals en gespreksverslagen van contacten die hebben plaatsgehad tussen de politie Amsterdam-Amstelland en andere politieteams en derden in de ontnemingsprocedure.

1.2 Het hof zal deze resterende geschilpunten achtereenvolgens bespreken. Het hof merkt op dat het feit dat bepaalde gegevens vertrouwelijk aan het hof zijn verstrekt of meegedeeld beperkingen oplegt aan de wijze waarop deze beschikking kan worden gemotiveerd. Dat geldt ook voor zover het hof oordeelt dat [appellant] van een bepaald persoonsgegeven kennis mag nemen. Zolang deze beschikking geen kracht van gewijsde heeft is dat oordeel immers niet definitief en moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat toestemming tot inzage alsnog wordt geweigerd.

(2) Stukken waaruit zou kunnen blijken dat [appellant] in Suriname zou hebben geïnvesteerd.

2.

De Korpsbeheerder schrijft in zijn brief van 28 oktober 2008 dat deze gegevens, meegezonden als bijlage 1, onderdeel uitmaken van het onderzoeksdossier en reeds aan [appellant] zijn verstrekt. Nu [appellant] dit niet heeft weersproken gaat het hof er van uit dat dit laatste juist is en dat op dit punt geen uitspraak van het hof meer wordt verlangd wegens gebrek aan belang van [appellant]. Omdat de Korpsbeheerder aangeeft dat er geen grond meer is voor het achterwege laten van mededeling van deze persoonsgegevens, gaat het hof er van uit dat de Korpsbeheerder aan [appellant] op eerste verzoek bijlage 1 toezendt, voor zover dat nog niet is gebeurd.

(3) De in februari 2002 verwerkte CIE-matige mutaties.

3.1

Het hoofd van de CIE Nationale Recherche heeft het hof meegedeeld dat er slechts één in februari 2002 verwerkte CIE-matige mutatie is. Hierin heeft hij het hof inzage verschaft. Het hoofd heeft meegedeeld dat [appellant] reeds inzage heeft gehad in de betreffende mutatie, met uitzondering van de evaluatiecodering. Het gaat er dus om of [appellant] inzage dient te krijgen in de evaluatiecode. De evaluatiecode bestaat uit een letter waarmee de mate van betrouwbaarheid van de desbetreffende informant wordt aangegeven, en een cijfer waarmee wordt aangegeven langs welke weg de informant aan de betreffende informatie is gekomen.

3.2

Het hof is van oordeel dat de Korpsbeheerder slechts in algemene zin bezwaren tegen het kennis laten nemen van de evaluatiecode naar voren heeft gebracht en onvoldoende concreet heeft aangegeven waarom nu nog, zeven jaar na de datum van de desbetreffende mutatie, kennisneming van die code ertoe zou kunnen leiden dat bij [appellant] de identiteit van de informant bekend wordt. Uit de desbetreffende mutatie en de evaluatiecode valt een dergelijk gevaar niet af te leiden. Dat, zoals het hoofd heeft aangevoerd, [appellant], door de uit de evaluatiecode blijkende informatie te combineren met eventuele andere informatie die reeds in zijn bezit is of zal komen, toch achter die identiteit zou kunnen komen, is slechts een theoretische mogelijkheid die in de onderhavige zaak onvoldoende is geconcretiseerd of aannemelijk geworden. Het hof zal kennisneming van de evaluatiecode dan ook toestaan. Het hoofd heeft ook naar voren gebracht dat in het algemeen, indien bepaalde codes wel worden verstrekt en andere codes niet, daaruit door betrokkenen bepaalde conclusies kunnen worden verbonden ten aanzien van de inhoud van de niet verstrekte codes. Het hof acht deze mogelijkheid in deze zaak zo weinig geconcretiseerd en speculatief dat dit geen uitzondering rechtvaardigt op de regel dat een belanghebbende als [appellant] kennis mag nemen van op hem betrekking hebbende persoonsgegevens.

(5) alle observatieverslagen voor zover niet reeds gevoegd bij de processtukken.

4.

De Korpsbeheerder is van mening dat de in art. 21 Wpolr genoemde weigeringsgronden zich niet meer verzetten tegen kennisneming van de observatieverslagen die niet bij de processtukken zijn gevoegd. Deze observatieverslagen heeft de Korpsbeheerder als bijlage 2 aan het hof toegezonden. Aangezien de Korpsbeheerder niet vermeldt dat deze verslagen aan [appellant] zijn toegezonden zal het hof bepalen dat [appellant] daarvan kennis zal kunnen nemen.

(8) journaals en gespreksverslagen van contacten die hebben plaatsgehad tussen de politie Amsterdam-Amstelland en andere politieteams en derden in de ontnemingsprocedure.

5.1

De Korpsbeheerder heeft de bedoelde journaals en gespreksverslagen (hierna: de journaals) onderverdeeld in twee categorieën. De eerste categorie kan naar het oordeel van de Korpsbeheerder aan [appellant] worden verstrekt, mits geschoond. Het hof heeft een geschoonde versie (bijlage 3a) en een ongeschoonde versie (bijlage 3b) van deze categorie toegezonden gekregen. De tweede categorie journaals, aan het hof verstrekt als bijlage 4, zou naar de mening van de Korpsbeheerder in het geheel niet aan [appellant] ter inzage mogen worden gegeven.

5.2

Ten aanzien van de eerste categorie overweegt het hof het volgende. Het hof constateert dat de geschoonde passages betrekking hebben op de identiteit van de rapporteur, strafrechtelijke persoonsgegevens van derden en de namen van politiefunctionarissen en medewerkers van het openbaar ministerie. De Korpsbeheerder stelt zich te dien aanzien op het standpunt dat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van deze personen aan kennisneming door [appellant] in de weg staat, alsook dat verstrekking van dergelijke gegevens aan de veiligheid van deze personen in de weg kan staan. Het hof onderschrijft het standpunt van de Korpsbeheerder, met dien verstande dat er geen reden is om, daar waar in de journaals de voor- of achternaam van [appellant] voorkomt, deze ook in zoverre te anonimiseren. Met deze aanvulling zal het hof bepalen dat [appellant] kan kennisnemen van de journaals die deel uitmaken van bijlage 3a.

5.3

Ten aanzien van categorie twee (bijlage 4) wordt het volgende overwogen. De Korpsbeheerder stelt zich ten aanzien van al deze journaals op het standpunt dat deze inzicht geven in de strategie en de wijze waarop de politie een strafrechtelijk financieel onderzoek verricht, en dat informatie over opsporingsmethoden en –technieken niet aan [appellant] bekend moeten worden, mede gelet op de nog niet onherroepelijke ontnemingsprocedure, waarin nog verder onderzoek kan plaatsvinden. Daarnaast is de Korpsbeheerder van mening dat gewichtige belangen van derden zich ertegen verzetten dat namen van politiefunctionarissen en medewerkers van het openbaar ministerie aan [appellant] kenbaar worden gemaakt. Datzelfde geldt voor zover het betreft passages met gegevens over derden die als verdachten zijn aangemerkt of die anderszins in een strafrechtelijk onderzoek zijn betrokken. Met dergelijke gegevens dient volgens de Korpsbeheerder terughoudend te worden omgegaan.

5.4

Het hof onderschrijft het standpunt van de Korpsbeheerder dat passages waarin namen van derden, daaronder begrepen politiefunctionarissen of medewerkers van het openbaar ministerie, voorkomen, niet aan [appellant] ter inzage moeten worden gegeven. Gewichtige belangen van derden verzetten zich daar met name vanwege veiligheidsredenen tegen.

5.5

Het hof heeft evenwel niet kunnen constateren dat de journaals, op één uitzondering na, inzicht geven in de strategie die bij het uitvoeren van een strafrechtelijk financieel onderzoek wordt gevolgd. Het gaat niet om gegevens waarvan kan worden gezegd dat, indien [appellant] daarmee bekend zou zijn, daarmee de goede uitvoering van de politietaak in gevaar zou kunnen komen. Het gaat vrijwel steeds om vrij voor de hand liggende methoden gehanteerd in 2002 en 2003. De Korpsbeheerder heeft onvoldoende duidelijk gemaakt welke belangen nu nog betrokken zijn bij geheimhouding ten opzichte van [appellant]. Ook de enkele stelling dat de ontnemingsprocedure nog loopt (naar mededeling van de Korpsbeheerder heeft [appellant] cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 4 juli 2007) en dat nog onderzoek kan plaatsvinden, is onvoldoende gespecificeerd. Het had op de weg gelegen van de Korpsbeheerder om aan te geven welke passages uit de journaals bij bekend worden aan [appellant] ertoe zouden kunnen leiden dat de ontnemingsprocedure door hem kan worden gefrustreerd. Dit betekent dat de goede uitvoering van de politietaak in beginsel niet aan kennisneming van de journaals in de weg staat. Voor zover daar in een enkel geval anders over moet worden geoordeeld zal het hof dat aangeven bij een bespreking van de journaals afzonderlijk.

5.6

De Korpsbeheerder heeft ten aanzien van een aantal onderdelen van de journaals betoogd dat het hier niet gaat om persoonsgegevens van [appellant]. Dit verweer wordt verworpen. Het gaat hierbij om journaals van een onderzoek dat mede tegen [appellant] is gericht. De Korpsbeheerder heeft niet voldoende gemotiveerd aangevoerd waarom het hier geen persoonsgegevens van [appellant] betreft en dit blijkt ook niet uit de stukken. Het enkele feit dat details over andere personen worden vermeld betekent niet dat het daarbij niet tevens kan gaan om persoonsgegevens van [appellant]. Het hof is wel van oordeel dat gegevens omtrent derden niet aan [appellant] ter inzage moeten worden verstrekt, omdat gewichtige redenen van derden zich daartegen verzetten. In zoverre heeft de Korpsbeheerder bij dit verweer geen belang.

5.7

Het voorgaande leidt tot het volgende oordeel ten aanzien van de verschillende journaals.

Journaal dagnummer 56

Gelet op de inhoud van dit journaal (een uiteenzetting van de opsporings- en onderzoeksmogelijkheden in een ander land) is hierbij wel de goede uitvoering van de politietaak in het geding. Kennisneming moet achterwege blijven.

Journaal dagnummer 190

[appellant] zal kennisneming worden toegestaan, echter met uitzondering van de gedeelten achter randnummers 2, 4, 7, 8 en 11 en met dien verstande dat alle met naam aangeduide natuurlijke personen en onder 12 ook alle namen van bedrijven, worden geanonimiseerd, behalve [appellant] zelf.

Journaal dagnummer 92 tijd 13.11

Aan [appellant] zal kennisneming van dit journaal worden toegestaan, met uitzondering van het gedeelte met randnummer 3 en met dien verstande dat alle met naam aangeduide natuurlijke personen, behalve [appellant] zelf, worden geanonimiseerd.

Journaal dagnummer 59

Aan [appellant] zal kennisneming van dit journaal worden toegestaan, met dien verstande dat alle met naam aangeduide personen, behalve [appellant] zelf, worden geanonimiseerd en dat de beslaggegevens ten aanzien van alle met naam aangeduide natuurlijke personen anders dan [appellant] worden weggelaten.

Journaal dagnummer 84

Aan [appellant] zal kennisneming van dit journaal worden toegestaan, met dien verstande dat alle met naam aangeduide personen, behalve [appellant] zelf, worden geanonimiseerd en dat de beslagdetails ten aanzien van alle met naam aangeduide natuurlijke personen anders dan [appellant] worden weggelaten.

Journaal dagnummer 128

Aan [appellant] zal kennisneming van dit journaal worden toegestaan, met dien verstande dat alle met naam aangeduide personen worden geanonimiseerd en dat de beslagdetails ten aanzien van alle met naam aangeduide natuurlijke personen anders dan [appellant] worden weggelaten.

Journaal dagnummer 361

[appellant] zal kennisneming worden toegestaan, echter uitsluitend van de aanhef en van de tekst achter het derde liggende streepje en met dien verstande dat alle met naam aangeduide natuurlijke personen, behalve [appellant] zelf, worden geanonimiseerd zelf.

Journaal dagnummer 16

[appellant] zal kennisneming worden toegestaan, echter met uitzondering van de gedeelten achter randnummers 4, 5 6, 13 (achter laatste gedachtestreepje) en 14 en met dien verstande dat alle met naam aangeduide natuurlijke personen worden geanonimiseerd, behalve [appellant] zelf.

Journaal dagnummer 134

[appellant] zal kennisneming worden toegestaan, echter met uitzondering van de gedeelten achter randnummers 1, 5 6 en 7 (voorlaatste volzin), en met dien verstande dat alle met naam aangeduide natuurlijke personen worden geanonimiseerd, behalve [appellant] zelf.

Journaal dagnummer 149

De Korpsbeheerder voert aan dat dit journaal blijkt geeft van vermogensbestanddelen die de politie op het spoor is, wat mogelijk niet bij [appellant] bekend is. Dit verweer wordt verworpen, aangezien in dit journaal beslagen worden vermeld die op 29 mei 2002 binnen het SFO van [appellant] zijn gelegd. Kennisneming wordt toegestaan, met dien verstande dat alle met naam aangeduide natuurlijke personen worden geanonimiseerd, behalve [appellant] zelf en dat de rekeningnummers worden weggelaten.

Journaal dagnummer 189

[appellant] zal kennisneming worden toegestaan, echter met uitzondering van de gedeelten achter randnummers 2 en 4 en met dien verstande dat alle met naam aangeduide natuurlijke personen worden geanonimiseerd, behalve [appellant] zelf.

Journaal dagnummer 92 tijd 08.52

Dit journaal heeft grotendeels betrekking op een of meer andere natuurlijke personen dan [appellant]. Kennisneming zal alleen worden toegestaan van de eerste vijf regels vanaf “In het financieel onderzoek tegen … “ en met dien verstande dat alle met naam aangeduide natuurlijke personen worden geanonimiseerd, behalve [appellant] zelf.

6.1

De Korpsbeheerder heeft verzocht een eventueel toewijzende beschikking niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Het hof zal dit verzoek toestaan. Uitvoerbaarverklaring bij voorraad zou betekenen dat cassatieberoep aangaande het toegewezen deel van de vordering reeds op voorhand van elk belang zal zijn ontbloot, omdat wat de uitkomst van dat beroep ook is, [appellant] toch reeds kennis zal hebben genomen van de desbetreffende persoonsgegevens. Dit komt het hof onwenselijk voor.

6.2

Voor een kostenveroordeling ziet het hof geen aanleiding.

Beslissing

Het hof:

- vernietigt de beschikking waarvan beroep, en opnieuw rechtdoende:

- bepaalt dat aan [appellant] mededeling zal worden gedaan van:

( i) de hiervoor onder 3.1 bedoelde mutatie, inclusief de uit een letter en een cijfer bestaande evaluatiecode;

(ii) de hiervoor onder 4 bedoelde observatieverslagen (bijlage 2 bij de brief van mr. Bitter van 28 oktober 2008);

(iii) de hiervoor onder 5.2 bedoelde journaals (bijlage 3a bij de brief van mr. Bitter van 28 oktober 2008) aangevuld op de wijze als overwogen onder 5.2 van deze beschikking;

(iv) de hiervoor onder 5.3 bedoelde journaals (bijlage 4 bij de brief van mr. Bitter van 28 oktober 2008), met inachtneming van hetgeen hiervoor onder 5.7 ten aanzien van elk van deze journaals is beslist;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Deze beschikking is gegeven door mrs. S.A. Boele, A.V. van den Berg en G. Dulek-Schermers en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 april 2009.