Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2008:BO1540

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
16-07-2008
Datum publicatie
25-10-2010
Zaaknummer
22-006152-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verwerping beroep op art. 8, eerste lid, EVRM.

De verdachte heeft gedurende een geruime periode een vlag met daarop een hakenkruis/swastika afgebeeld op een dusdanige wijze in zijn woning opgehangen dat die vlag duidelijk zichtbaar was voor personen die de woning van de verdachte via de openbare weg passeerden, terwijl hij wist dat dit (onder andere) voor mensen van het Joodse ras/geloof, wegens hun ras/geloof, beledigend was.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 14 uren en een leerstraf voor de duur van 26 uren, bestaande uit het volgen van een agressieregulatietraining.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-006152-07

Parketnummer: 09-655256-05

Datum uitspraak: 16 juli 2008

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van

16 november 2007 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [dag] 1960 te [plaats],

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 2 juli 2008.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie in dit arrest is gevoegd.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 46 uren, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 20 uren en een leerstraf, te weten een agressieregulatietraining, voor de duur van 26 uren, subsidiair 10 respectievelijk 13 dagen hechtenis, alsmede tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één week, met een proeftijd van twee jaren.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

(zie de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt)

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

Van de zijde van de verdediging is betoogd - kort en zakelijk weergegeven - dat van openbaar maken van de tenlastegelegde afbeeldingen in de zin van artikel 137e, eerste lid, aanhef en onder 1 van het Wetboek van Strafrecht geen sprake is geweest. Daarnaast is een strafbaarstelling ter zake van het ophangen van een dergelijke vlag onverdraagbaar met de bescherming verdachtes privé-leven en huis zoals dat is neergelegd in artikel 8, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, aldus de raadsman.

Het hof overweegt hieromtrent het navolgende.

Uit de zich in het dossier bevindende stukken - met name de foto's van de voordeur van verdachtes woning - blijkt dat de vlag met daarop een afbeelding van een hakenkruis/swastika in de woning van de verdachte, voor het publiek vanaf de openbare weg duidelijk zichtbaar was. De vlag met het hakenkruis hing in de hal van de woning, direct achter de voordeur en ter hoogte van het raam van die voordeur, en had de voor een vlag gebruikelijke afmetingen. Volgens de verdachte (politieverklaring d.d. 25 februari 2005) was het ook uitdrukkelijk zijn bedoeling dat de vlag van buiten af gezien zou worden. Onder deze omstandigheden heeft de verdachte de betreffende afbeelding openbaar gemaakt en willen maken in de zin van artikel 137e, eerste lid, aanhef en onder 1 van het Wetboek van Strafrecht.

Voorts levert een veroordeling ter zake van het openbaar maken van een dergelijke afbeelding in een woning, geen schending op van artikel 8, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, aangezien het tweede lid van het voornoemde artikel voorziet in de mogelijkheid van wettelijke beperkingen van het in lid 1 bedoelde recht. Het hof ziet de onderhavige strafbepaling als zo'n gerechtvaardigde beperking.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Het, anders dan ten behoeve van een zakelijke berichtgeving openbaar maken van een uitlating, die, naar hij wist voor een groep mensen wegens hun ras en godsdienst beledigend is, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Bedreiging met zware mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 14 uren en een leerstraf, zijnde een agressieregulatietraining, voor de duur van 26 uren, subsidiair 7 respectievelijk 13 dagen hechtenis, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één week, met een proeftijd van twee jaren.

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft gedurende een geruime periode een vlag met daarop een hakenkruis/swastika afgebeeld op een dusdanige wijze in zijn woning opgehangen dat die vlag duidelijk zichtbaar was voor personen die de woning van de verdachte via de openbare weg passeerden, terwijl hij wist dat dit (onder andere) voor mensen van het Joodse ras/geloof, wegens hun ras/geloof, beledigend was. Aldus handelende heeft de verdachte de eer en waardigheid van deze groep mensen geschaad en blijk gegeven van het ontbreken van respect voor hen en de geschiedenis die met hun ras/geloof samenhangt. Voorts dragen feiten als de onderhavige een voor de rechtsorde schokkend karakter en brengen zij gevoelens van onrust teweeg in de samenleving.

Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging met zware mishandeling van een controleur van de HTM door een schroevendraaier in de richting van die controleur te steken. Het is een feit van algemene bekendheid dat dergelijke gedragingen de slachtoffers angst aanjagen en veelal leiden tot gevoelens van onrust en onveiligheid bij de betrokkenen.

In het voordeel van de verdachte heeft het hof rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 10 juni 2008, slechts eenmaal eerder is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit en dat sedertdien reeds vijftien jaren zijn verstreken.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op het Voorlichtingsrapport Reclassering Nederland d.d. 14 mei 2007, opgesteld en ondertekend door A. Botto, unitmanager, en K. Hunik, reclasseringsmedewerker.

Tenslotte is het hof - met de advocaat-generaal - van oordeel dat de verdachte op 25 februari 2005 onrechtmatig is aangehouden, nu de door de desbetreffende officier van justitie gegeven opdracht tot aanhouding van de verdachte slechts was gegeven indien de verboden situatie in kwestie op heterdaad werd aangetroffen en dit blijkens het onderzoeksproces-verbaal - [pv-nummer] - niet het geval was. Het hof zal, zoals ook door de advocaat-generaal is gevorderd, dit onherstelbare vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering verdisconteren in de strafmaat.

Het hof is - alles overwegende -, alsmede gelet op het voorgaande betreffende de onrechtmatige aanhouding van de verdachte, van oordeel dat, in plaats van een op zichzelf passende geheel onvoorwaardelijke taakstraf voor - in totaal - de duur van 46 uren, een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van navermelde duur, alsmede een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van navermelde duur een passende en geboden reactie vormen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9 (oud), 22c (oud), 22d, 57 (oud), 137e (oud) en 285 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar terzake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 14 (veertien) uren, te vervangen door hechtenis voor de tijd van 7 (zeven) dagen voor het geval die taakstraf niet naar behoren wordt verricht.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf in de vorm van een leerstraf voor de duur van 26 (zesentwintig) uren, te vervangen door hechtenis voor de tijd van 13 (dertien) dagen voor het geval die leerstraf niet naar behoren wordt verricht.

Bepaalt dat de leerstraf zal bestaan uit het volgen van een agressieregulatietraining.

Dit arrest is gewezen door mr. J.M. Reinking, mr. W.P.C.M. Bruinsma en mr. G.J. Fleers, in bijzijn van de griffier mr. L.E.G. van der Hut.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 16 juli 2008.

Mr. G.J. Fleers is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.