Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2008:BG9975

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
09-12-2008
Datum publicatie
15-01-2009
Zaaknummer
BK-07/00365
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De binnenkomst van het bezwaarschrift op 13 april 2005 sluit niet uit dat het bezwaarschrift tijdig ter post is bezorgd. De Inspecteur heeft geen feiten en/of omstandigheden gesteld waaruit de conclusie kan worden getrokken dat het bezwaarschrift na 11 april 24.00 ter post is bezorgd. Bezwaarschrift binnen zes weken ter post bezorgd en binnen een week na afloop van de termijn binnengekomen. Bezwaar tijdig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2009-0171
NTFR 2009/513
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector belasting

Nummer BK-07/00365

Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer d.d. 9 december 2008

op het hoger beroep van X te Z tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 13 april 2007, nummers AWB 05/1539 (hierna: de uitspraak), betreffende na te noemen beschikking.

Beschikking, bezwaar en geding in eerste aanleg

1.1. Bij beschikking als bedoeld in hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken heeft de Inspecteur, de heffingsambtenaar van de gemeente Schoonhoven, de waarde van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als a-straat 1 te Z voor het tijdvak van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2006 en naar de waardepeildatum 1 januari 2003 vastgesteld op € 624.000.

1.2. Bij uitspraak van 2 november 2005 heeft de Inspecteur belanghebbendes bezwaar tegen de beschikking ongegrond verklaard.

1.3. Belanghebbende is van de uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard in het bezwaar.

Loop van het geding in hoger beroep

2.1. Belanghebbende is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

2.2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Gerechts-hof van 11 november 2008, gehouden te Den Haag. Aldaar zijn beide partijen verschenen. Van het verhandelde ter zitting is door de griffier een proces-verbaal opgemaakt.

Vaststaande feiten

Op grond van de stukken van het geding staat, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en niet of onvoldoende weersproken, het volgende vast:

3.1. De beschikking is gedagtekend 28 februari 2005. Het bezwaarschrift van belangheb-bende is gedagtekend 9 april 2005.

3.2. Het bezwaarschrift is na binnenkomst bij de Inspecteur voorzien van een stempel met als datum 13 april 2005. De enveloppe waarin het bezwaarschrift is verzonden, heeft de Inspecteur niet bewaard.

Omschrijving geschil en standpunten van partijen

4.1. Tussen partijen is in geschil of belanghebbende het bezwaarschrift binnen zes weken na dagtekening van de beschikking ter post heeft bezorgd. Deze vraag wordt door belangheb-bende bevestigend en door de Inspecteur ontkennend beantwoord.

4.2. Voor de standpunten van partijen en de gronden waarop zij deze doen steunen verwijst het Hof naar de gedingstukken.

Conclusies van partijen

5.1. Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en ontvankelijkverklaring van het bezwaar.

5.2. De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

Overwegingen omtrent het geschil

6.1. Aangezien niet reeds uit de dagtekening van het bezwaarschrift kan worden afgeleid dat het buiten de termijn ter post is bezorgd en daaarvoor ook geen andere aanwijzingen zijn, bijvoorbeeld door het poststempel op de enveloppe, is het in beginsel aan de Inspecteur om in het geval hij betwist dat het bezwaar tijdig ter post is bezorgd, feiten te stellen en zo nodig aannemelijk te maken op grond waarvan kan komen vast te staan dat het bezwaar-schrift buiten de termijn ter post is bezorgd.

6.2. De binnenkomst van het bezwaarschrift op 13 april 2005 sluit niet uit dat het bezwaar-schrift tijdig ter post is bezorgd. Een vertraging bij de postverwerking zou een oorzaak kunnen zijn. Zelfs, indien belanghebbende het bezwaarschrift, anders dan hij heeft ver-klaard, niet op zaterdag 9 april 2005 maar op de avond van 11 april 2005, na de postlichting op die dag, doch uiterlijk 24.00 uur van die dag, ter post heeft bezorgd, is het bezwaarschrift binnen de termijn ter post bezorgd.

6.3. Het feit dat de Inspecteur bij de uitspraak op het bezwaarschrift heeft overwogen dat ”het bezwaarschrift (…) binnen de wettelijke termijn van zes weken [is] verzonden (…)” wettigt het vermoeden dat de Inspecteur ofwel na kennisneming van het poststempel op de enveloppe tot de conclusie is gekomen dat het bezwaarschrift tijdig ter post is bezorgd ofwel dat hij tot de conclusie is gekomen dat, wellicht mede door het niet voorhanden zijn van de enveloppe voorzien van het poststempel, hij geen feiten kon stellen op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat het bezwaarschrift buiten de termijn ter post is bezorgd.

6.4. Ter zitting van het Hof heeft de Inspecteur, ondanks de gelegenheid die het Hof hem daartoe heeft gegeven, geen feiten en/of omstandigheden gesteld waaruit de conclusie kan worden getrokken dat het bezwaarschrift na 11 april 2005, 24.00 uur, ter post is bezorgd.

6.5. Derhalve moet ervan uitgegaan worden dat het bezwaarschrift binnen de wettelijke termijn van zes weken ter post is bezorgd en moet de conclusie zijn dat, nu het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen, belanghebbende ten onrechte niet-ontvankelijk in het bezwaar is verklaard.

Proceskosten en griffierecht

7.1. Belanghebbende heeft ter zitting van het Hof verklaard geen aanspraak te maken op een veroordeling van de Inspecteur in de door belanghebbende gemaakte proceskosten.

7.2. Wel dient aan belanghebbende het voor de behandeling in hoger beroep gestorte griffie-recht van € 106 te worden vergoed.

De beslissing

Het hof:

- verklaart het hoger beroep gegrond,

- vernietigt de uitspraak van de rechtbank,

- verwijst de zaak naar de rechtbank Dordrecht ter verdere behandeling van de zaak,

- gelast de gemeente Schoonhoven aan belanghebbende te vergoeden het voor deze zaak gestorte griffierecht van € 106.

Deze uitspraak is vastgesteld door mrs. P.J.J. Vonk, J.W. Savelbergh en M. Mees, in tegen-woordigheid van de griffier mr. Y. Postema. De beslissing is op 9 december 2008 in het openbaar uitgesproken.

aangetekend aan

partijen verzonden:

Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.

2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

- de naam en het adres van de indiener;

- de dagtekening;

- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

- de gronden van het beroep in cassatie.

Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingka-mer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.