Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2008:BG7136

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-12-2008
Datum publicatie
17-12-2008
Zaaknummer
2200305908
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003059-08

Parketnummer: 10-821313-06

Datum uitspraak: 5 december 2008

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 24 mei 2007 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Suriname)

op [geboortedag] 1966,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van

21 november 2008.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie in dit arrest is gevoegd.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 tenlastegelegde veroordeeld tot een werkstraf van 30 uren subsidiair 15 dagen hechtenis en een geldboete van EUR 340,-- subsidiair 6 dagen hechtenis. Ter zake van het onder 2 tenlastegelegde is de verdachte veroordeeld tot een geldboete van EUR 550,-- subsidiair 11 dagen hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 5 maanden.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

(zie de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt)

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 90 uren subsidiair

45 dagen hechtenis, alsmede tot een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden.

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Het hof is van oordeel dat een deels voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van navermelde duur, naast een geheel onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van navermelde duur een passende en geboden reactie vormen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9(oud), 14a, 14b, 14c, 22c(oud), 22d, 57(oud) en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8(oud), 9(oud), 176 (oud) en 179 (oud) van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 90 (negentig) uren, te vervangen door hechtenis voor de tijd van 45 (vijfenveertig) dagen voor het geval die taakstraf niet naar behoren wordt verricht.

Beveelt dat een op 30 (dertig) uren bepaald gedeelte van de taakstraf, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door hechtenis voor de tijd van 15 (vijftien) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

ten aanzien van het onder onder 2 bewezenverklaarde voorts:

Ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 6 (zes) maanden.

Dit arrest is gewezen door mr. L.A.J.M. van Dijk,

mr. Chr.A. Baardman en mr. A.W.M. Bijloos, in bijzijn van de griffier mr. J.C.A. Verhoef.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 5 december 2008.

Mr. A.W.M. Bijloos is buiten staat dit arrest te ondertekenen.