Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2008:BG6759

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
16-07-2008
Datum publicatie
19-12-2008
Zaaknummer
105.011.357/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vaststelling geboortegegevens minderjarige: artikel 3 IVRK.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 25
Rijkswet op het Nederlanderschap
Rijkswet op het Nederlanderschap 3
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2008/4531
JPF 2009/21
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 16 juli 2008

Zaaknummer : 105.011.357.01

Rekestnummer : 785-H-07

Rekestnr. rechtbank : FA RK 06-3340

Behandeling van het verzoekschrift van:

[naam]lant],

wonende te [woonplaats]

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: verzoekster,

procureur mr. G.D. Haytink.

Als belanghebbenden zijn aangemerkt:

1. de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,

zetelend te ’s-Gravenhage,

verweerder in hoger beroep,

in persoon vertegenwoordigd door de heer A.R. Baptiste,

hierna te noemen: de ambtenaar,

2. [belanghebbende 2]

de man,

vertrokken naar een onbekend adres,

hierna te noemen: de man.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

Verzoekster is op 18 juni 2007 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 19 maart 2007 van de rechtbank ’s-Gravenhage.

De ambtenaar heeft op 26 november 2007 een verweerschrift ingediend.

Van de zijde van verzoekster zijn bij het hof op 21 augustus 2007 en 14 september 2007 aanvullende stukken ingekomen.

Op 11 juni 2008 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: verzoekster, bijgestaan door haar advocaat, mr. S.D. Lugt, en de ambtenaar tezamen met mevrouw J.A.M. de Koning.

Van de zijde van de ambtenaar is bij het hof ter zitting overgelegd een afschrift d.d. 9 juni 2008 van de gegevens van de na te noemen minderjarige [kind] in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van Amersfoort.

HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking is het verzoek van verzoekster om de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens voor [kind] vast te stellen, afgewezen.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is het vaststellen van de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens van de minderjarige: [het kind] hierna: [kind]. Verzoekster heeft alleen het gezag over [kind].

2. Verzoekster verzoekt het hof haar beroep gegrond te verklaren en de bestreden beschikking te vernietigen en, naar het hof begrijpt: opnieuw beschikkende, uitvoerbaar bij voorraad, de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens van [kind] vast te stellen en voorts de ambtenaar op te dragen de geboorteakte op te maken en in te schrijven in het geboorteregister van ’s-Gravenhage.

3. Verzoekster stelt dat zij voldoende aanwijzingen heeft geleverd waaruit blijkt onder welke omstandigheden en op welke datum de geboorte van [kind] heeft plaatsgevonden. Zo blijkt uit een DNA-test dat verzoekster met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de moeder is van [kind]. Tevens blijkt uit de brief van een gynaecoloog dat verzoekster was uitgerekend om op 13 maart 2005 te bevallen. Daarbij komt de getuigenverklaring van het echtpaar dat bij de geboorte van [kind] aanwezig was. Hoewel deze verklaring niet is gelegaliseerd omdat de overheid zo goed als afwezig is in Somalië en het administratieve apparaat niet is ontwikkeld, is de verklaring wel correct en duidelijk. De verzoekster stelt dat thans aan alle vereisten is voldaan. Zij verwijst hiertoe naar de in het geding gebrachte documenten, waaronder de in hoger beroep ingebrachte documenten die verzoekster in eerste aanleg niet in de daartoe door de rechtbank gestelde termijn had overgelegd. De verzoekster stelt dat het belang van [kind] om over een geboorteakte te beschikken bijzonder groot is, gelet op de problemen die kunnen ontstaan indien zij niet beschikt over een geboorteakte.

4. De ambtenaar stelt dat de bestreden beschikking op goede gronden is genomen nu verzoekster in eerste aanleg heeft nagelaten de nadere gevraagde bescheiden over te leggen binnen de daarvoor door de rechtbank gestelde termijn. De ambtenaar stelt echter ook dat ingevolge artikel 3 van het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (hierna: IVRK) bij alle maatregelen betreffende kinderen de belangen van het kind de eerste overweging vormen. In die zin acht de ambtenaar het in het belang van [kind] dat wordt overgegaan tot vaststelling van de geboortegegevens van [kind]. De ambtenaar merkt op dat de persoonsgegevens van [kind] op 21 april 2008 in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van Amersfoort zijn opgenomen. De ambtenaar voegt hieraan toe dat het voor verzoekster niet mogelijk zal zijn meer gegevens over te leggen dan zij thans in hoger beroep heeft gedaan. De ambtenaar refereert zich wat betreft de vraag of de geboortegegevens van [kind] genoegzaam zijn komen vast te staan aan het oordeel van het hof.

5. Het hof overweegt als volgt. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat [kind] niet in Nederland is geboren en geen gelegaliseerde geboorteakte kan overleggen. Het hof kan in dit geval op grond van artikel 1:25c van het Burgerlijk Wetboek de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen indien [kind] Nederlandse is. Het hof overweegt dat [kind] op grond van artikel 3 lid 1 Rijkswet op het Nederlanderschap Nederlandse is nu met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vaststaat dat verzoekster de moeder is van [kind] en vaststaat dat verzoekster ten tijde van de bevalling Nederlandse was. Voorts is het hof van oordeel dat verzoekster in hoger beroep voldoende gegevens heeft overgelegd waaruit blijkt onder welke omstandigheden en op welk tijdstip [kind] is geboren. Het hof neemt hierbij in overweging dat het voor verzoekster niet mogelijk is meer gegevens over te leggen dan zij in hoger beroep heeft gedaan. Het hof is met de moeder en de ambtenaar van oordeel dat artikel 3 IVRK met zich meebrengt dat de belangen van [kind] in onderhavige procedure voorop dienen te staan. Het hof zal op grond van het voorgaande het verzoek van verzoekster toewijzen en de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen overeenkomstig hetgeen in het dictum van deze beschikking is neergelegd. Voorts zal het hof de ambtenaar gelasten de geboorteakte aan de hand van na te noemen gegevens op te maken en in te schrijven in het geboorteregister van de gemeente ’s-Gravenhage. Het hof zal het verzoek om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, afwijzen nu de onderhavige procedure zich niet leent voor een uitvoerbaar bij voorraad verklaring.

6. Het vorenstaande leidt tot de volgende beslissing.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking en opnieuw beschikkende:

stelt de geboortegegevens van [kind] vast als volgt:

geslachtsnaam: [achternaam]

voornamen: [kind]

dag van geboorte: [in 2005]

uur en minuut van geboorte: [tijdstip]

plaats van geboorte: [woonplaats]

geslacht: vrouw

geslachtsnaam moeder: [achternaam]

voornamen moeder: [naam]

plaats van geboorte moeder: [woonplaats]

dag van geboorte moeder: [in 1983];

gelast de ambtenaar de geboorteakte van [kind] aan de hand van voornoemde gegevens op te maken en in te schrijven in het geboorteregister van de gemeente ’s-Gravenhage;

draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking en indien daartegen geen cassatie is ingesteld een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Leuven, Mos-Verstraten en Van der Kuijl, bijgestaan door mr. Prins als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 juli 2008.