Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2008:BD8168

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
07-05-2008
Datum publicatie
08-04-2009
Zaaknummer
105.012.896.01 en 105.012.728.01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek schorsing uitvoerbaar bij voorraad verklaring toegewezen wegens juridische misslag.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 392
Burgerlijk Wetboek Boek 1 404
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 350
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2009/135 met annotatie van PVl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 7 mei 2008

Rekestnummers : 467-H-08 en 299-H-08

Rekestnr. rechtbank : FA RK 06-6319

Reisnummers : 105.012.896/01 en 105.012.728/01

[naam]

[adres]

verzoeker in hoger beroep

hierna te noemen: de man,

procureur mr. N.P.J.M. Kreté-Marres

tegen

[naam]

[adres]

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de vrouw.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De man is op 22 februari 2008 in hoger beroep gekomen van een beschikking van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 11 december 2007. In het verzoekschrift in hoger beroep is tevens een verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van genoemde beschikking vervat.

Van de zijde van de man zijn bij het hof op 28 februari 2008 en 1 april 2008 aanvullende stukken ingekomen.

Op 17 april 2008 is de zaak ten aanzien van het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad mondeling behandeld. Verschenen zijn: de procureur van de man en de vrouw, bijgestaan door haar advocaat . Betrokkenen hebben het woord gevoerd, de raadslieden van partijen onder meer aan de hand van de bij de stukken gevoegde pleitnotities. De man is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking is onder meer - uitvoerbaar bij voorraad - de door de man te betalen kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarige [naam] met ingang van 17 oktober 2006 bepaald op € 300,- per maand.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK TOT SCHORSING

1. In geschil is het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring.

2. De man stelt in zijn verzoek tot schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring dat de bestreden beschikking berust op een juridische misslag. Ter toelichting voert de man aan dat de rechtbank - kort samengevat - heeft overwogen dat uitsluitend de man volledig in de behoefte van de minderjarige dient te voorzien, hetgeen volgens de man in strijd is met het wettelijke uitgangspunt dat beide ouders onderhoudsplichtig zijn jegens hun kinderen en naar rato van hun draagkracht in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen dienen te voorzien. Dit was volgens de man ook het standpunt dat door beide partijen in eerste aanleg is ingenomen. Daarmee is de rechtbank buiten de rechtsstrijd tussen partijen getreden. De man verzoekt dan ook de uitvoerbaarheid bij voorraad van de bestreden beschikking te schorsen voor de duur van het geding in appel. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de man voorts betoogd dat aan zijn kant sprake is van een financiële noodtoestand.

3. De vrouw heeft betwist dat sprake is van een juridische misslag in de bestreden beschikking van de rechtbank. De grief van de man kan niet tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad leiden nu uit de jurisprudentie blijkt dat de door de rechtbank gehanteerde methode van behoefteberekening voor een kind, dat nimmer met zijn ouder in gezinsverband heeft samengewoond, niet in strijd is met de wet. De rechtbank heeft voor de keuze van de methode aangesloten bij een uitspraak van het gerechtshof ’s-Gravenhage van 27 juni 2007 (LJN BA9110). Deze methode getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en past bij de omstandigheden van de onderhavige zaak. Er kan in dit geval geen misbruik van recht worden aangenomen door tenuitvoerlegging van de uitspraak, De vrouw heeft voorts betwist dat aan de zijde van de man sprake is van de gestelde (financiële) noodtoestand.

4. Het hof overweegt als volgt.

Schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraadverklaring kan slechts plaatsvinden indien tenuitvoerlegging van de betreffende uitspraak misbruik van executiebevoegdheid oplevert. Daarvan kan sprake zijn indien de bestreden beschikking op een juridische of feitelijke misslag berust of er een noodtoestand ontstaat op grond van na de bestreden beschikking voorgevallen of gebleken feiten en omstandigheden.

5. Het hof stelt voorop dat partijen het erover eens zijn dat de rechtbank de behoefte van de minderjarige terecht op € 300,- per maand heeft bepaald. Wettelijk uitgangspunt is dat beide ouders onderhoudsplichtig zijn jegens hun kinderen en naar rato van hun draagkracht in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen dienen te voorzien. Nu de man en de vrouw beiden werken en een vergelijkbaar bruto inkomen verdienen had de rechtbank de behoefte van € 300,- naar rato van de draagkracht van partijen moeten verdelen. Nu de bestreden beschikking er geen blijk van geeft dat de rechtbank een en ander in de overwegingen en de beslissing heeft betrokken is sprake van een juridische misslag, welke het hof aanleiding geeft de uitvoerbaarheid bij voorraad te schorsen.

6. Nu het verzoek tot schorsing zich er in onderhavig geval niet voor leent de draagkracht van de man en de vrouw te beoordelen, zeker niet nu de man in zijn verzoekschrift in beroep zijn draagkracht ter discussie stelt, gaat het hof er voorshands van uit dat het aandeel van de man in de behoefte van de minderjarige op een bedrag in de orde van grootte van € 150,- ligt, gezien de omstandigheid dat de bruto-inkomens van partijen min of meer vergelijkbaar zijn. Dit zou op zich aanleiding geven het verzoek van de man slechts toe te wijzen voor zover de tenuitvoerlegging een bedrag van € 150,- per maand te boven zou gaan. Het hof ziet echter in de omstandigheid dat de man ter zitting onweersproken heeft gesteld dat hij in het kader van getroffen executiemaatregelen in december 2007 de volledige achterstand in de alimentatie vanaf 17 oktober 2006 heeft voldaan, en derhalve over die periode inmiddels € 300,- per maand heeft betaald, het verzoek de uitvoerbaarheid bij voorraad van de bestreden beschikking te schorsen voor de duur van het geding in appel volledig toe te wijzen. Dit brengt mee dat hetgeen de man stelt met betrekking tot een financiële noodtoestand verder geen behandeling behoeft.

7. Het hof zal de uitvoerbaarheid bij voorraad van de bestreden beschikking schorsen voor de duur van het geding in appel.

BESLISSING OP HET VERZOEK TOT SCHORSING

Het hof:

in de zaak met zaaknummer 105.012.896/01:

schorst de uitvoerbaarheid bij voorraad van de beschikking van rechtbank ‘s-Gravenhage van 11 december 2007 voor de duur van het geding in appel;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

in de zaak met zaaknummer 105.012.728/01:

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Husson, Kamminga en Van Wijk, bijgestaan door Lekahena als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 mei 2008.