Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2008:BD3720

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-05-2008
Datum publicatie
11-06-2008
Zaaknummer
22-002105-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uit de stukken in het procesdossier blijkt dat het door de brigadier van de politie Haaglanden, X , op 25 juni 2003 gegeven bevel niet rechtmatig is gegeven, nu de betreffende verbalisant daartoe niet bevoegd was. Derhalve kan niet van een bevel of een vordering krachtens artikel 7 (het hof begrijpt: aanhef en onder a) van de Wet Openbare Manifestaties worden gesproken. Verdachte wordt vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002105-07

Parketnummer: 09-052156-03

Datum uitspraak: 19 mei 2008

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 21 oktober 2003 in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en - na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad der Nederlanden - het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 23 januari 2008 en 19 mei 2008.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie in dit arrest is gevoegd.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een geldboete van EUR 110,- subsidiair twee dagen hechtenis.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Dit Gerechtshof heeft bij arrest van 10 mei 2004 het vonnis van de rechtbank vernietigd en de verdachte terzake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een geldboete van EUR 110,- subsidiair twee dagen hechtenis.

Tegen dit arrest is door de verdachte beroep in cassatie ingesteld.

De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 17 oktober 2006 voormeld arrest vernietigd en de zaak naar dit gerechtshof verwezen teneinde de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Het hof overweegt daartoe dat uit de stukken in het procesdossier blijkt dat het door de brigadier van de politie Haaglanden, [X] , op 25 juni 2003 gegeven bevel niet rechtmatig is gegeven, nu de betreffende verbalisant daartoe niet bevoegd was. Derhalve kan niet van een bevel of een vordering krachtens artikel 7 (het hof begrijpt: aanhef en onder a) van de Wet Openbare Manifestaties worden gesproken.

Nadere overweging met betrekking tot verzoek verdachte

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte het hof te verstaan gegeven dat zijns inziens een volledig hernieuwde behandeling door het hof, waarin de feiten opnieuw vastgesteld worden, wenselijk en geboden is. Ter onderbouwing van dit verzoek heeft de verdachte gewezen op het maatschappelijk belang dat volgens hem is gediend bij een duidelijke uitspraak van de hoogste feitelijke instantie omtrent de in de onderhavige zaak naar voren gekomen geschilpunten, in het bijzonder met betrekking tot de vraag wanneer sprake is van een betoging in de zin van de Wet Openbare Manifestaties.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt. De Hoge Raad heeft in haar arrest d.d. 17 oktober 2006 de zaak in volle omvang teruggewezen naar het gerechtshof, hetgeen de mogelijkheid opent tot een volledig nieuwe feitelijke behandeling door het hof. Nu de verdachte echter reeds op bovenstaande grond dient te worden vrijgesproken van het aan hem tenlastegelegde, zal een volledig nieuwe behandeling van de feiten naar het oordeel van het hof niet leiden tot een andere uitkomst dan vrijspraak. Het hof ziet om die reden van een hernieuwde behandeling af en heeft het verzoek van de verdachte ter terechtzitting van 19 mei 2008 afgewezen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. L.F. Gerretsen-Visser,

mr. W.P.C.M. Bruinsma en mr. J.C.F. van Gelder, in bijzijn van de griffier mr. F.J.M. Noordhoff.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 19 mei 2008.