Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2008:BD3718

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
30-05-2008
Datum publicatie
11-06-2008
Zaaknummer
22-006476-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hoger beroep is namens de verdachte ingesteld door een – daartoe door de raadsman van de verdachte schriftelijk gemachtigde – ambtenaar bij de centrale balie van de rechtbank ’s-Gravenhage. Nu zulks niet voldoet aan één van de voorwaarden van de artikelen 449 en 450 van het Wetboek van Strafvordering voor de juiste wijze van het instellen van hoger beroep, zal de verdachte niet ontvankelijk worden verklaard in het namens hem ingestelde appel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2008, 169
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-006476-07

Parketnummer: 09-118389-04

Datum uitspraak: 30 mei 2008

VERSTEK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

Meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 7 april 2005 in de strafzaak tegen de verdachte:

[PERSONALIA VERDACHTE]

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 30 mei 2008 gevorderd dat het hof de verdachte niet ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hoger beroep is namens de verdachte ingesteld door een – daartoe door de raadsman van de verdachte schriftelijk gemachtigde – ambtenaar bij de centrale balie van de rechtbank ’s-Gravenhage. Nu zulks niet voldoet aan één van de voorwaarden van de artikelen 449 en 450 van het Wetboek van Strafvordering voor de juiste wijze van het instellen van hoger beroep, zal de verdachte niet ontvankelijk worden verklaard in het namens hem ingestelde appel.

BESLISSING (bij verstek)

Het hof:

Verklaart de verdachte niet ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. H.M.A. de Groot,

mr. G.J.W. van Oven en mr. J.W. Klein Wolterink, in bijzijn van de griffier mr. W.R. van Hattum.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 30 mei 2008.