Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2008:BD1295

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
26-03-2008
Datum publicatie
09-05-2008
Zaaknummer
759-M-07
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In een alimentatieprocedure dient de alimentatieplichtige, bij een beroep op het ontbreken van (voldoende) draagkracht, deze stelling met stukken te onderbouwen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 26 maart 2008

Rekestnummer : 759-M-07

Rekestnr. rechtbank : FA RK 07-100

[de vader],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

procureur mr. E. Grabandt,

tegen

[de moeder],

wonende te [woonplaats], gemeente [*],

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De vader is op 7 juni 2007 in hoger beroep gekomen van een beschik¬king van de rechtbank te Middelburg van 14 maart 2007.

De moeder heeft op 21 januari 2008 op voorhand een pleitnota met bijlagen aan het hof doen toekomen.

Van de zijde van de vader zijn bij het hof op 13 juni 2007, 10 juli 2007 en 25 januari 2008 aanvullende stukken ingekomen.

Op 30 januari 2008 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de vader, bijgestaan door zijn advocaat, mr. E.D. Breuning ten Cate, en de moeder, bijgestaan door haar advocaat, mr. M. Krijger. Partijen hebben het woord gevoerd, de raadslieden van partijen onder meer aan de hand van de bij de stukken gevoegde pleitnotities.

HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking van de rechtbank te Middelburg. Bij die beschikking is - met wijziging van de beschikking van 29 juni 2005 en uitvoerbaar bij voorraad - de door de vader te betalen kinderalimentatie voor de hierna te noemen minderjarigen bepaald op € 175,- per maand per kind, met ingang van 2 november 2006.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de kinderalimentatie voor de minderjarigen:

[kind 1], geboren op [geboortedatum], verder: [kind 1]

[kind 2], geboren op [geboortedatum], verder: [kind 2],

hierna gezamenlijk verder: de kinderen, die bij de moeder verblijven.

2. De vader verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen, en opnieuw beschikkende, de kinderalimentatie te stellen op nihil, met bepaling dat de vader ter zake van de kinderalimentatie kan volstaan met betaling van hetgeen hij daadwerkelijk heeft voldaan.

3. De moeder bestrijdt zijn beroep.

4. De vader stelt dat zijn draagkracht geen betaling van kinderalimentatie toe laat Hij geniet een inkomen van € 970,- per vier weken, terwijl hij samenwoont met zijn nieuwe partner, die hetzelfde werk doet, tegen een zelfde inkomen. De vader en zijn nieuwe partner dienen daarbij de vijf kinderen van de partner te onderhouden.

Volgens de vader heeft hij diverse schulden, waaronder een renteloze lening van de hervormde kerk, gebruikt om een belastingschuld af te lossen. Op deze lening dient hij maandelijks € 200,- af te betalen.

Uit de door de hem overgelegde stukken blijkt volgens de vader dat hij als colporteur ongeveer € 1.000,-, volgens de vader bruto, per maand verdient. Ter zitting is voorts gesteld dat de vader en zijn partner aan deze werkzaamheden samen één full-time baan hebben. Zij wisselen elkaar af en besteden de andere helft van hun tijd aan de verzorging en opvoeding van haar kinderen.

5. De moeder is van mening dat de vader zijn financiële positie onvoldoende heeft onderbouwd met stukken. De vader heeft de omvang van de schulden en de ontstaansreden onvoldoende aangetoond. Ook heeft de vader geen bewijsstukken overgelegd waaruit blijkt dat hij daadwerkelijk aflost, en met welk bedrag. De moeder vermoedt dat het nahuwelijkse schulden betreft, welke sowieso buiten beschouwing dienen te blijven.

Voorts voert de moeder aan dat de vader onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn inkomen, dat hij zijn verdiencapaciteit niet volledig benut, en dat het er, bij gebreke aan voldoende gegevens, voor moet worden gehouden dat de partner van de vader in eigen levensonderhoud en dat van haar kinderen kan voorzien.

6. De behoefte van de kinderen aan een bijdrage als door de rechtbank bepaald staat als niet bestreden vast. Het hof is van oordeel dat het op de weg van de vader ligt aan te tonen dat hij de bij de bestreden beschikking vastgestelde bijdrage niet kan voldoen.

De vader heeft onvoldoende inzicht gegeven in zijn inkomen. Zo ontbreken jaaropgaven en fiscale bescheiden die het door de vader genoemde inkomen staven. Bovendien kan van de vader verwacht worden dat hij zijn verdiencapaciteit volledig benut. Hij heeft niet, althans onvoldoende, aangetoond dat hij niet in staat is zijn huidige werkzaamheden uit te breiden, of anderszins full-time arbeid te verrichten, met een salaris zoals hij dat in het verleden verdiende. Het feit dat hij de helft van de tijd zorg verleent aan de kinderden van zijn huidige partner berust op een eigen keuze maar ontslaat hem niet van zijn - dringende - verplichting zo goed mogelijk in het levensonderhoud van zijn eigen kinderen te voorzien.

De vader heeft geen, althans onvoldoende, inzicht gegeven in zijn lasten. Hij heeft geen bewijs van betaling op zijn schulden over gelegd, hij heeft geen inzicht in zijn totale schuldenlast gegeven en evenmin aangetoond dat het hier om huwelijkse schulden gaat, dan wel dat om een andere reden met deze schulden rekening gehouden moet worden bij de beoordeling van zijn draagkracht. Hij heeft geen inzicht in de financiële positie van zijn partner gegeven.

7. Gezien het voorgaande is het hof van oordeel dat de vader niet heeft aangetoond de alimentatie zoals bepaald in de bestreden beschikking te voldoen. Het hof zal derhalve de bestreden beschikking bekrachtigen.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Pannekoek-Dubois, Kamminga en Van der Burght bijgestaan door mr. Wijtzes als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 maart 2008.