Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2008:BD0585

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-04-2008
Datum publicatie
25-04-2008
Zaaknummer
BK-06/00265
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDOR:2006:AY9423, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Op de overschrijding van de in art. 8:66 Awb genoemde termijn voor het doen van uitspraak binnen zes weken na de mondelinge behandeling staat geen sanctie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2008/954
FutD 2008-0965
Belastingblad 2008/789

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector belasting

Nummer BK-06/00265

Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer van 8 april 2008

op het hoger beroep van X te Z tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 1 september 2006, nummer AWB 05/1222, betreffende na te noemen beschikking.

Beschikking, bezwaar en geding voor de rechtbank

1.1. Bij beschikking als bedoeld in artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) heeft de Inspecteur, de heffingsambtenaar van de gemeente Oud-Beijerland, de waarde van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als a-straat 1 te Z (hierna: de woning), voor het tijdvak van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2006 en naar de waardepeildatum 1 januari 2003 (hierna: de waardepeildatum) vastgesteld op € 327.000. In hetzelfde geschrift zijn de aanslagen onroerende-zaakbelastingen voor het jaar 2005 be-kendgemaakt.

1.2. Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur de waarde ge-handhaafd.

1.3. Belanghebbende is van deze uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank. De recht-bank heeft het beroep ongegrond verklaard.

Loop van het geding in hoger beroep

2.1. Belanghebbende is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. In verband daarmee is door de griffier een griffierecht geheven van € 105. De Inspec-teur heeft een verweerschrift ingediend.

2.2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Ge-rechtshof van 18 maart 2008, gehouden te Den Haag. Aldaar is de Inspecteur verschenen. Belanghebbende is niet verschenen. Belanghebbende is door de griffier bij aangetekende brief van 7 februari 2008, verzonden op 7 februari 2008 aan het adres a-straat 1 te 1111 BB Z, onder vermelding van plaats en tijdstip uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Blij-kens door de griffier op de website van TNT Post ingewonnen informatie is deze brief op 8 februari 2008 op voormeld adres afgeleverd. Van het verhandelde ter zitting is door de grif-fier een proces-verbaal opgemaakt.

Vaststaande feiten

Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde staat, als tussen par-tijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en op zichzelf aannemelijk het vol-gende vast:

De mondelinge behandeling voor de rechtbank heeft plaatsgevonden op 25 april 2006. Op 30 mei 2006 is belanghebbende ervan op de hoogte gebracht dat de termijn waarop schrifte-lijk uitspraak zou worden gedaan was verlengd met zes weken. Op 11 juli 2006 is aan be-langhebbende medegedeeld dat in verband met onvoorziene omstandigheden op 18 juli 2006 geen uitspraak kon worden gedaan en dat het streven van de rechtbank erop is gericht uiter-lijk 25 augustus 2006 schriftelijk uitspraak te doen.

Omschrijving geschil, standpunten en conclusies van partijen

4.1. In geschil is of de uitspraak van de rechtbank wegens overschrijding van de termijn vermeld in artikel 8:66, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) dient te worden vernietigd, hetgeen belanghebbende bepleit, doch de Inspecteur bestrijdt.

4.2. Voor de standpunten van partijen, de gronden waarop zij deze doen steunen en de con-clusies verwijst het Hof naar de gedingstukken.

Overwegingen omtrent het geschil

5.1. Ingevolge artikel 8:66, lid 1, Awb moet binnen zes weken na de mondelinge behande-ling schriftelijk uitspraak worden gedaan. Deze termijn kan op grond van het tweede lid van dat artikel in bijzondere omstandigheden met maximaal zes weken worden verlengd. In dit geval eindigde laatstbedoelde termijn op 18 juli 2006. De uitspraak van de rechtbank, gedag-tekend 1 september 2006, is derhalve niet gedaan binnen de daarvoor gestelde termijn.

5.2. Bedoelde termijn is niet meer dan een aansporing aan de rechter om binnen voormelde termijn uitspraak te doen. Op het overschrijden van de termijn staat geen sanctie. In de me-morie van toelichting bij het wetsvoorstel “Aanpassing van het fiscale procesrecht aan de Algemene wet bestuursrecht en wijziging van een aantal fiscale en andere wetten (herzie-ning van het fiscale procesrecht)” heeft de regering met betrekking tot de termijnen ge-noemd in artikel 8:66 van de Awb opgemerkt: “Het betreft overigens termijnen van orde, op de overschrijding waarvan zoals bekend geen sanctie staat.” (Kamerstukken II 1996-1997,

25 175, nr. 3, blz. 21). Anders dan belanghebbende voorstaat leidt de overschrijding van vo-renbedoelde termijn dan ook niet reeds om die reden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.

5.3. Op grond van het vorenoverwogene is het hoger beroep ongegrond. Ook overigens is niet gebleken dat de uitspraak van de rechtbank onjuist is.

Beslissing

Het Gerechtshof verklaart het hoger beroep ongegrond.

Deze uitspraak is vastgesteld door mrs. P.J.J. Vonk, J.W. Savelbergh en H.J. van den Steen-hoven. De beslissing is op 8 april 2008 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. Y. Postema als griffier.

aangetekend aan

partijen verzonden:

Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.

2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

- de naam en het adres van de indiener;

- de dagtekening;

- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

- de gronden van het beroep in cassatie.

Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingka-mer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden ver-zocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.