Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2008:BC9549

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-03-2008
Datum publicatie
16-04-2008
Zaaknummer
461-H-07
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Kinderalimentatie. Extra behoefte in verband met handicap kind

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 19 maart 2008

Rekestnummer. : 461-H-07

Rekestnr. rechtbank : FA RK 06-4466

[appellant],

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

procureur mr. S. Zijdenbos,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

procureur mr. M.Y. van der Bijl.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De moeder is op 6 april 2007 in hoger beroep gekomen van een beschikking van de rechtbank te ’s-Gravenhage van 9 januari 2007.

De vader heeft op 19 juni 2007 een verweerschrift ingediend.

Van de zijde van de moeder zijn bij het hof op 24 april 2007, 10 juli 2007 en 20 augustus 2007 aanvullende stukken ingekomen.

Op 12 december 2007 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de moeder, bijgestaan door haar procureur, en de vader, bijgestaan door zijn procureur. Partijen hebben het woord gevoerd, mr. Zijdenbos onder meer aan de hand van de bij de stukken gevoegde pleitnotities.

HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN DE VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking van de rechtbank ’s-Gravenhage. Bij die beschikking is onder meer - uitvoerbaar bij voorraad - de door de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen bepaald op € 170,- per maand per kind, gedurende vier jaar en ingaande op de dag van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand, en na afloop van voornoemde vier jaar een bijdrage van € 190,- per maand per kind, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

De echtscheidingsbeschikking is op 17 juli 2007 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Hieronder zal het hof zo nodig op hele bedragen afronden.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding voor de minderjarigen:

- [kind 1], geboren [in] 1995, verder: [kind 1],

- [kind 2], geboren [in] 2001, verder: [kind 2], en

- [kind 3], geboren [in] 2003, verder: [kind 3],

ook gezamenlijk te noemen: de kinderen. De kinderen verblijven bij de moeder.

2. De moeder verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen (het hof begrijpt: voor zover het betreft de daarin bepaalde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen) en, opnieuw beschikkende, de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen vast te stellen op € 250,- per maand voor [kind 2] en [kind 3] en op € 500,- per maand voor [kind 1], dan wel een beslissing te nemen welke het hof juist acht.

3. De vader bestrijdt haar beroep en verzoekt het hof, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar beroep, althans dit beroep af te wijzen, onder bekrachtiging van de bestreden beschikking en met verbetering van de gronden als vermeld in zijn verweerschrift.

De behoefte

4. Het hof stelt voorop dat in hoger beroep geen grieven zijn gericht tegen de door de rechtbank bepaalde behoefte van [kind 2] en [kind 3] van € 292,- per maand per kind, zodat de behoefte van deze twee kinderen in hoger beroep vast staat.

5. De moeder stelt dat [kind 1] in verband met zijn handicap een hogere behoefte heeft dan de twee andere kinderen, en wel een behoefte van € 500,- per maand. Ter onderbouwing van haar stelling heeft de moeder als productie 8 bij haar inleidende verzoekschrift een behoefteoverzicht overgelegd. Vanwege zijn ziekte, [kind 1] heeft het Down Syndroom, kampt [kind 1] met verschillende lichamelijke handicaps. Hij heeft een gehoorapparaat en speciale schoenen nodig, en het is zeer moeilijk om voor hem in reguliere winkels kleding te kopen vanwege zijn overgewicht. Omdat [kind 1] last heeft van chronische verkoudheid en obstipatie, gebruikt hij voortdurend Actimel en neussprays. Voorts moet [kind 1] regelmatig naar verschillende artsen, hetgeen gepaard gaat met extra ziektekosten en reiskosten.

De vader voert verweer en stelt dat de moeder de extra kosten voor [kind 1] niet heeft aangetoond. Volgens de vader worden de kosten grotendeels gedekt door verschillende regelingen en de ziektekostenverzekering en is een deel van de kosten fiscaal aftrekbaar. De vader legt zich echter neer bij het bedrag van € 90,- per maand aan extra kosten voor [kind 1], met welk bedrag de rechtbank rekening heeft gehouden.

6. Bij de bepaling van de behoefte van [kind 1] neemt het hof als uitgangspunt voornoemd behoefteoverzicht. Bij optelling van de in dat overzicht door de moeder genoemde bedragen aan extra kosten voor [kind 1] komt het hof tot een bedrag van € 121,- per maand. Het hof gaat er vanuit dat de moeder de bijdrage die zij op grond van de TOG-regeling ontvangt niet kan aanwenden ter voldoening van de in het behoefteoverzicht gemaakte kosten. De moeder heeft naar het oordeel van het hof, anders dan de vader stelt, voldoende aannemelijk gemaakt dat de TOG-regeling ziet op de extra verzorging, begeleiding en toezicht die een thuiswonend kind met een handicap nodig heeft en dat deze regeling niet is bedoeld ter bestrijding van extra kosten terzake de ziekte of handicap. Het hof is echter van oordeel dat de moeder onvoldoende heeft onderbouwd dat [kind 1] op dit moment behoefte heeft aan een bedrag groter dan het bedrag van € 90,- waarmee de rechtbank als extra kosten bij de behoefte van [kind 1] heeft gerekend. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat de moeder de in het overzicht genoemde bedragen slechts zeer summier heeft onderbouwd. De door de moeder overgelegde lijst van aandachtspunten bij de medische zorg voor mensen met Down Syndroom, de kopieën van strippenkaarten en een aantal bonnetjes van drogisterijen zijn hiertoe onvoldoende. Voorts houdt het hof hierbij rekening met het feit dat bepaalde kosten in aanmerking zullen komen voor een vergoeding door de ziektekostenverzekering en de moeder de mogelijkheid heeft van fiscale aftrek voor een deel van de kosten. Het hof acht het derhalve redelijk om het bedrag aan extra kosten voor [kind 1] te stellen op € 90,- per maand.

De draagkracht

7. Het hof merkt op dat tussen partijen niet in geschil is de ingangsdatum van de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. Het hof neemt derhalve als ingangsdatum 17 juli 2007, zijnde de datum waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

8. Gelet op voornoemde ingangsdatum gaat het hof bij de berekening van de draagkracht van de vader uit van een bruto maandinkomen van € 3.131,-, exclusief vakantiegeld, zoals dit blijkt uit de door de vader overgelegde salarisspecificaties van april 2007. Het hof ziet geen aanleiding om, zoals door de moeder is gesteld, uit te gaan van de jaaropgaaf 2006. In deze jaaropgaaf is begrepen een uitkering van niet door de vader opgenomen vakantiedagen. De vader heeft naar het oordeel van het hof aannemelijk gemaakt dat deze uitkering niet structureel mogelijk is en dat het beleid van zijn werkgever dergelijke uitkeringen nu niet meer toestaat. Het hof houdt voorts rekening met een, door partijen niet betwiste, eindejaarsuitkering van 6%.

9. Tussen partijen staat, als niet weersproken, vast dat het bruto inkomen van de vader uit zijn werkzaamheden als gastdocent bij [naam school] in 2004 € 1.477,- en in 2005 € 299,- bedroeg. Uit een door de moeder in eerste aanleg bij brief van 20 november 2006 als productie 22 overgelegde salarisspecificatie van juni 2006 blijkt van een bruto inkomen van de vader bij [naam school] van € 1.269,-. Het hof acht het redelijk om het inkomen van de vader bij [naam school] over de laatste drie jaren te middelen. Aan de stelling van de vader, dat zijn te verwachten inkomen bij [naam school] over 2007 € 637,- bruto zal bedragen, gaat het hof voorbij. De vader heeft deze stelling slechts met een door hem van [naam school] ontvangen cursusplanning voor het cursusjaar 2007 onderbouwd. Bovendien is een eerdere inschatting van de vader, een inkomen van € 299,- bruto per jaar voor het cursusjaar 2006/2007, gelet op voornoemde salarisspecificatie van juni 2006 onjuist gebleken. Het hof houdt dan ook rekening met een bedrag van € 1.015,- bruto per jaar aan inkomsten van de vader uit zijn werkzaamheden bij [naam school].

10. Aan ziektekosten houdt het hof rekening met de door partijen niet betwiste premie van € 132,- per maand. Het hof neemt hierbij in aanmerking de door de vader ontvangen tegemoetkoming van € 14,- per maand en de wettelijke bijdrage van de werkgever van de vader, zoals deze blijken uit de eerder genoemde salarisspecificaties van april 2007. Het hof houdt tevens rekening met een huur van € 525,- per maand en kosten omgangsregeling van € 90,- per maand, welke lasten door de rechtbank zijn meegenomen in de berekening van de draagkracht van de vader en door partijen niet zijn betwist. Het hof acht het voorts redelijk om in deze procedure rekening te houden met advocaatkosten, nu de onderhavige procedure een echtscheidingsprocedure betreft. Het hof zal rekening houden met een bedrag van € 114,- per maand voor de duur van een jaar.

11. Het hof houdt, anders dan de rechtbank, geen rekening met een bedrag aan herinrichtingskosten. De vader heeft geen inzicht gegeven in de door hem gestelde kosten van herinrichting en deze kosten niet aangetoond door middel van het overleggen van relevante (financiële) bescheiden.

12. Rekening houdend met de bijstandsnorm voor een alleenstaande, het bijbehorende draagkrachtpercentage en het feit dat het hof gedurende een jaar rekening houdt met advocaatkosten, volgt uit het vorenstaande dat de draagkracht van de vader na te noemen bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen toelaat. Gelet op het feit dat de behoefte van [kind 1] aan een bijdrage in de kosten van zijn verzorging en opvoeding hoger is dan die van de andere twee kinderen van partijen, zal het hof de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 1] in beide periodes stellen op € 380,- per maand. De bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 2] en [kind 3] zal het hof in de periode van 17 juli 2007 tot 17 juli 2008 bepalen op € 210,- per maand per kind en in de periode vanaf 17 juli 2008 op € 245,- per maand per kind.

13. Derhalve wordt als volgt beslist.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking voor zover het betreft de daarin bepaalde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen en, in zoverre opnieuw beschikkende:

bepaalt de door de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 1] met ingang van 17 juli 2007 op € 380,- per maand, wat de na heden te verschijnen termijnen betreft bij vooruitbetaling te voldoen;

bepaalt de door de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 2] en [kind 3] met ingang van 17 juli 2007 tot 17 juli 2008 op € 210,- per maand per kind en met ingang van 17 juli 2008 op € 245,- per maand per kind, wat de na heden te verschijnen termijnen betreft bij vooruitbetaling te voldoen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voor¬raad;

wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Dusamos, Pannekoek-Dubois en van der Zanden, bijgestaan door mr. Buiting als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 maart 2008.