Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2008:BC9533

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
02-04-2008
Datum publicatie
16-04-2008
Zaaknummer
1575-R-07
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing vaststelling beslagvrije voet op grond van art 475e Rv: Naar het oordeel van het hof is het aan appellant om te stellen, en zo nodig, te bewijzen, dat hij over onvoldoende middelen van bestaan beschikt. De strekking van art 475e Rv is immers dat een schuldenaar die in Nederland geen vaste verblijfplaats heeft, wordt geacht over bronnen van inkomsten te beschikken – anders dan de vorderingen tot periodieke betalingen die hij in Nederland heeft – die voldoende bestaansmiddelen opleveren. De appellant heeft onvoldoende inzicht gegeven in zijn financiele situatie, nu een voldoende en concreet bewijsaanbod ontbreekt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 2 april 2008

Rekestnummer : 1575-R-07

Rekestnr. rechtbank : 815231

[appellant],

wonende te [woonplaats] (Oekraïne),

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de man,

procureur mr. V.K. Budhu Lall,

tegen

[geïntimeerde]

wonende te [woonplaats],

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de vrouw.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De man is op 23 oktober 2007 in hoger beroep gekomen van een beschikking van de rechtbank Rotterdam, sector kanton locatie Rotterdam van 3 oktober 2007.

De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.

Van de zijde van de man zijn bij het hof op 19 februari 2008 aanvullende stukken ingekomen.

Op 7 maart 2008 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de advocaat van de man, mr. A.R. Jaarsma, vergezeld door de zus van de man, [belanghebbende], en de vrouw. De man is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De aanwezige personen hebben het woord gevoerd.

HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking is het verzoek van de man om ingevolge artikel 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, hierna Rv, de beslagvrije voet vast te stellen op € 343,75 afgewezen.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de vaststelling van de beslagvrije voet.

2. De man verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen, en, opnieuw beschikkende, de beslagvrije voet vast te stellen op € 343,75. De vrouw heeft zijn beroep ter zitting bestreden.

3. De man stelt dat de vrouw niet gemotiveerd betwist heeft dat hij geen inkomen heeft in Oekraïne. De vrouw heeft het gelaten bij een opmerking dat de man niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet over inkomen in Oekraïne beschikt. De man stelt dat hij niet over enig ander inkomen in Oekraïne beschikt. De man verblijft op basis van een toeristenvisum in Oekraïne zodat werken niet mogelijk is, al zou er al sprake van arbeid zijn gezien zijn leeftijd van 62 jaar en zijn gezondheid. De man is van mening dat de bewijslast bij de vrouw ligt, gezien haar ongemotiveerde stelling en dat zij haar stelling dient te onderbouwen en dat zij niet zo maar iets dient te stellen waar dan rechtsgevolgen aan worden verbonden.

4. De vrouw handhaaft in hoger beroep haar standpunt dat het onaannemelijk is dat de man geen inkomsten in Oekraïne heeft. De vrouw verklaart dat de man een ondernemersgeest heeft en is van mening dat hij nog steeds in staat is inkomsten te genereren.

5. Het hof overweegt als volgt. Het hof is van oordeel dat de rechtbank, ter zake het verzoek van de man om de beslagvrije voet op een bedrag van € 343,75 vast te stellen, op goede gronden heeft geoordeeld en beslist zoals zij heeft gedaan. Het hof neemt die gronden over en maakt deze tot de zijne, nu er in hoger beroep geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangedragen die tot een andersluidend oordeel zouden moeten leiden. Naar het oordeel van het hof is het aan de man om te stellen, en zo nodig, te bewijzen, dat hij over onvoldoende middelen van bestaan beschikt. De strekking van art 475e Rv is immers dat een schuldenaar die in Nederland geen vaste verblijfplaats heeft, wordt geacht over bronnen van inkomsten te beschikken – anders dan de vorderingen tot periodieke betalingen die hij in Nederland heeft – die voldoende bestaansmiddelen opleveren. Het hof is van oordeel dat de man in beginsel volledig inzicht dient te geven in zijn financiële situatie. De man heeft in hoger beroep nagelaten dergelijk bewijs te bieden, nu een voldoende en concreet bewijsaanbod ontbreekt. Het had op de weg van de man gelegen om zijn stellingname nader met stukken te onderbouwen. Het hof komt tot de conclusie dat de man onvoldoende inzage heeft gegeven in zijn inkomens- en vermogenspositie en voorts onvoldoende heeft weerlegd hetgeen de vrouw naar voren heeft gebracht. Het hof zal de bestreden beschikking derhalve bekrachtigen.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Pannekoek-Dubois, Stille en Hulsebosch, bijgestaan door mr. Steenks als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2008.