Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2008:BC8663

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
02-04-2008
Datum publicatie
04-04-2008
Zaaknummer
C 05/01592
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Kort-geding, uitleg wet kinderopvang

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector handel

Rolnummer : C05/01592

Rolnummer rechtbank : 05/849 KG

arrest van de derde civiele kamer d.d. 2 april 2008

inzake

B.V. Disck Kinderopvang Delfshaven,

gevestigd te Rotterdam,

appellante,

hierna te noemen: Disck,

procureur mr. H. Koning,

tegen

1. Oudercommissie kinderdagverblijf de Beatrix ,

vertegenwoordigd door:

[VADER 1],

[VADER 2],

[MOEDER A],

[MOEDER B],

[MOEDER C],

[MOEDER D],

[VADER 3],

allen wonende te [woonplaats],

2. Oudercommissie Kinderdagverblijf de Hooikever,

vertegenwoordigd door:

[VADER 4],

[MOEDER E],

[MOEDER F],

[MOEDER G],

allen wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

hierna te noemen: de oudercommissies,

procureur mr. R.Th.R.F. Carli.

Het geding

Bij exploten van 28 oktober 2005 is Disck in hoger beroep gekomen van een door de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam tussen partijen gewezen vonnis van 4 oktober 2005. Bij memorie van grieven heeft Disck twee grieven aangevoerd met producties. Bij memorie van antwoord met producties hebben de oudercommissies de grieven bestreden.

Vervolgens hebben partijen op 22 februari 2007 de zaak schriftelijk doen bepleiten, Disck door mr. J. Slager, advocaat te Rotterdam, en de oudercommissies door mr. M.F.A. van Pelt, advocaat te Rotterdam, waarbij mr. Slager nog enige producties en mr. Van Pelt één productie in het geding heeft gebracht. Hierna hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1. Het gaat in dit geding om het volgende:

Disck verzorgt in Delfshaven (gemeente Rotterdam) op verschillende locaties kinder(dag)opvang en buitenschoolse opvang, daartoe behoren de kinderdagverblijven de Beatrix en de Hooikever.

Nadat al op 27 januari 2005 een ontslagaanvraag was ingediend voor 19 werknemers en met 11 werknemers een contract voor bepaalde tijd niet is verlengd is in de loop van 2005 een tweede reorganisatie aan de orde gekomen. Daarbij is collectief ontslag aangevraagd voor 45 van de resterende 199 werknemers van Disck. Het betrof 33 personen werkzaam in de functie groepsleidster hele dagopvang, 1 werknemer bedrijfsbureau en 11 oproepkrachten met 0 uren contract voor onbepaalde tijd. De oudercommissies hebben in een vroeg stadium aangegeven er prijs op te stellen hun adviesrecht op grond van de Wet kinderopvang uit te oefenen (Wk). Disck heeft de oudercommissies echter niet om advies gevraagd alvorens het collectief ontslag aan te vragen.

2. In dit geding vorderen de oudercommissies onder andere veroordeling van Disck om hen in staat te stellen hun adviesrecht uit te oefenen. De voorzieningenrechter heeft deze vordering toe gewezen. Het overigens gevorderde is afgewezen.

3. Disck heeft tegen het vonnis één inhoudelijke grief aangevoerd. De grief komt erop neer dat in hoger beroep aan het hof de vraag wordt neergelegd op welk moment de oudercommissies hun adviesrecht toekomt. Eerst in de uitvoeringsfase (Disck) of reeds voordat het collectieve ontslag is aangevraagd (de oudercommissies).

4. Uitgangspunt bij de beantwoording van voormelde vraag vormen de artikelen 50 en 60 Wk, in het bestreden vonnis geciteerd onder 3.3. Ingevolge artikel 50, lid 1, van die wet dient de houder van een kindercentrum de kinderopvang op zodanige wijze te organiseren, zowel kwalitatief als kwantitatief zodanig van personeel en materiaal te voorzien, zorg te dragen voor een zodanige verantwoordelijkheidstoedeling en een zodanig pedagogisch beleid te voeren, dat – kort gezegd – sprake is van verantwoorde opvang. De houder dient in dat kader (voor zover in dit geval van belang) in ieder geval aandacht te besteden aan het aantal beroepskrachten in relatie tot het aantal kinderen per leeftijdscategorie en de groepsgrootte. Ingevolge artikel 60, lid 1, Wk stelt de houder de oudercommissie in ieder geval in de gelegenheid advies uit te brengen over ieder voorgenomen besluit met betrekking tot de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan artikel 50 Wk.

5. Niet in geschil is dat de oudercommissies geen adviesrecht hebben inzake personeel- of bedrijfseconomisch beleid. Besluiten die op bedrijfseconomische gronden worden genomen kunnen echter ook repercussies hebben voor een van de in artikel 50, lid 1, Wk genoemde onderwerpen. In dat geval brengt artikel 60 Wk met zich mee dat de houder voorafgaand (immers de wet spreekt van voorgenomen besluit) aan het nemen van het betreffende besluit advies vraagt aan de oudercommissie. In zoverre dient de Wk ruim te worden uitgelegd. In een geval als het onderhavige, waarin sprake is van een groter aantal kindercentra met ieder een eigen oudercommissie omvat het adviesrecht vervolgens niet meer dan het voornemen voor zover dit relevant is voor en betrekking heeft op het “eigen kindercentrum”, in dit geval respectievelijk de Beatrix en de Hooikever.

6. De collectieve ontslagaanvraag betreft 45 van de 199 werknemers van Disck, waarvan 33 groepsleidsters.

Van de zijde van de oudercommissies is er in eerste aanleg op gewezen dat vaste vertrouwde leidsters en leiders voor de kinderen van groot belang zijn. Ook is van de zijde van de oudercommissies aangevoerd dat bij de huidige reorganisatie de ratio leiding- kind, groepsgrootte, opvang in horizontale of verticale groepen direct worden beïnvloed. Gelet op het grote aantal groepsleidsters dat bij de collectieve aanvraag is betrokken komt dit ook het hof voorhands ook aannemelijk voor. Daar komt bij dat Disck deze stelling van de ouders onvoldoende concreet heeft betwist. Zij volstaat er mee aan te voeren dat ook na de reorganisatie voldaan zal worden aan de Wk en de CAO kinderopvang, maar dat betreft de minimale eisen en neemt niet weg dat sprake kan zijn van een verslechtering ten opzichte van de eerdere situatie. Disck lijkt zich dit ook wel te realiseren gelet op haar opmerking bij pleidooi in eerste aanleg dat zij niet ontkent dat er veranderingen zullen plaatsvinden die de betrokken ouders wellicht minder prettig zullen vinden.

7. Het voorgaande laat geen andere slotsom toe dan dat de oudercommissies adviesrecht hebben over dat deel van de reorganisatieplannen dat relevant is voor of betrekking heeft op de Beatrix en de Hooikever. Zoals hiervoor overwogen dient de oudercommissie advies te worden gevraagd voordat het besluit is genomen, in casu derhalve voor de indiening van de aanvraag collectief ontslag. Advies vragen aan de oudercommissie in de uitvoeringsfase is onvoldoende tijdig, immers dan zijn de ontslagen in beginsel een voldongen feit. Terecht heeft de voorzieningenrechter de voorziening getroffen die hij heeft uitgesproken.

8. Dat het CWI op 28 oktober 2005 toestemming heeft verleend tot het ontslag, waarbij met betrekking tot het adviesrecht van de oudercommissies is overwogen dat er geen aanleiding bestaat om de procedure op te schorten en vooralsnog niet te behandelen, leidt niet tot een ander oordeel. Bij de afwegingen die het CWI dient te maken in de ontslagprocedure speelt de kwaliteit van de opvang een ondergeschikte rol. Terecht heeft het CWI overwogen dat de kwaliteit van de kinderopvang onder toezicht staat van Burgemeester en wethouders en het niet tot zijn bevoegdheid behoort hierover een oordeel uit te spreken. Dat de vakbonden zijn geïnformeerd en de Wet op de ondernemingsraden is nageleefd doet hier op dezelfde gronden niet aan af. Het overleg met de vakbonden betreft het sociaal plan, hetgeen bij uitstek een bedrijfseconomisch onderwerp betreft waarvoor het adviesrecht van de oudercommissie niet geldt. De ondernemingsraad slaat met name acht op de te verwachten gevolgen voor de in de onderneming werkzame personen. De onderwerpen genoemd in artikel 50, lid 1, Wk kunnen daarbij wellicht zijdelings aan de orde komen, maar deze zijn niet in het bijzonder aan de ondernemingsraad toevertrouwd, zoals zij dat wel zijn aan de oudercommissie.

9. De tweede grief heeft geen zelfstandige betekenis en behoeft in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen geen afzonderlijke bespreking meer.

10. De grieven falen. Het bestreden vonnis dient te worden bekrachtigd. Het bewijsaanbod van Disck wordt gepasseerd omdat een procedure als de onderhavige zich niet leent voor bewijslevering.

Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt Disck in de kosten van het hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van de oudercommissies worden bepaald op:

€ 296,-- verschotten en € 1.788,-- salaris voor de procureur.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.C.M. van Dijk, M.A.F. Tan - de Sonnaville en J.A. van Kempen en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2008 in aanwezigheid van de griffier.