Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2008:BC8029

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
27-02-2008
Datum publicatie
08-04-2008
Zaaknummer
1318-H-07
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het in hoger beroep niet onderbouwen van stellingen leidt tot proceskostenveroordeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 27 februari 2008

Rekestnummer : 1318-H-07

Rekestnr. rechtbank : 07-376

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

procureur mr. E.A.C. van Kempen,

tegen

[verweerster],

wonende te [woonplaats],

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De vader is op 19 september 2007 in hoger beroep gekomen van een beschikking van de rechtbank te ‘s-Gravenhage van 19 juni 2007.

De moeder heeft geen verweerschrift ingediend.

Van de zijde van de vader zijn bij het hof op 19 oktober 2007 en 14 februari 2008 aanvullende stukken ingekomen.

Van de zijde van de moeder zijn bij het hof op 5 februari 2008 op voorhand pleitnotities ingekomen.

Op 15 februari 2008 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de moeder, bijgestaan door haar advocaat, mr. J.I.M. van Ede-Pas. De moeder en haar raadsvrouw hebben het woord gevoerd.

HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking, waarbij de rechtbank uitvoerbaar bij voorraad de door de vader te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind], geboren op [geboortedatum], hierna te noemen: [kind], met ingang van 19 januari 2007 tot 1 juni 2007 op € 150 en met ingang van 1 juni 2007 op € 450 per maand heeft bepaald, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is ten aanzien van de kinderalimentatie voor [kind], de behoefte van [kind] en de draagkracht van de vader.

2. De vader verzoekt het hof de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind] vast te stellen op € 150 per maand, althans op € 150 per maand tot 1 juni 2007, op € 450 per maand vanaf 1 juni 2007 tot 1 augustus 2007 en op € 300 per maand vanaf 1 augustus 2007.

3. De moeder bestrijdt zijn beroep en verzoekt het hof het verzoek van de vader af te wijzen.

4. Gelet op het petitum van de vader, gelezen in samenhang met het dictum van de bestreden beschikking, stelt het hof vast dat het geschil door de vader is beperkt tot de periode vanaf 1 augustus 2007.

5. In de grieven I en II, in onderlinge samenhang bezien, betoogt de vader dat de rechtbank de behoefte van [kind] ten onrechte op € 450 heeft bepaald. De vader voert hiertoe aan dat de behoefte van [kind] lager is, nu hij voor een deel rechtstreekse betalingen ten behoeve van [kind] doet.

6. De moeder ontkent dat de vader betalingen ten behoeve van [kind] doet.

7. Het hof zal met de gestelde betalingen geen rekening houden, nu de vader niet met stukken heeft onderbouwd dat hij aldus rechtstreeks (deels) in de behoefte van [kind] voorziet.

8. De vader voert voorts aan dat zijn situatie is gewijzigd. Zijn huidige partner heeft op 1 augustus 2007 een zoon heeft gekregen. De vader stelt dat zij en hun zoon volledig te zijner laste komen, zodat hij niet langer in staat is € 450 aan kinderalimentatie te voldoen.

9. De moeder stelt dat de partner van de vader een eigen inkomen geniet en derhalve niet (volledig) ten laste van de vader komt.

10. Het hof is van oordeel dat de vader niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn huidige partner niet in staat is om (deels) in haar eigen levensonderhoud te voorzien. Het hof gaat er dan ook vanuit dat zij haar eigen aandeel in de woonlasten en premie zorgverzekering zal voldoen. Nu echter niet in geschil is dat de vader en zijn partner een kind hebben, zal het hof bij de bepaling van de draagkracht van de vader de bijstandsnorm behorende bij een éénoudergezin hanteren en een draagkrachtpercentage van 45% toepassen.

11. Ten slotte stelt de vader ter toelichting op de van zijn zijde ingebrachte draagkrachtberekening dat hij niet beschikt over een auto van de zaak, waardoor hij per maand € 300 aan reiskosten voor zijn werk heeft. Ook stelt de vader dat hij omgangskosten heeft, nu [kind] gemiddeld 10 dagen in de maand bij hem verblijft.

12. De moeder betwist de gestelde reiskosten en stelt dat de vader niet heeft aangetoond dat deze noodzakelijk zijn. Voorts stelt de moeder dat de vader de eventuele reiskosten kan opvoeren als bedrijfskosten. Ook betwist de moeder de opgevoerde omgangskosten. Volgens de moeder verblijft [kind] uitsluitend enkele uren per weekend bij de vader, zodat van omgangskosten nauwelijks sprake is. Voorts betwist de moeder de door de vader opgevoerde hypothecaire lasten, nu hij deze uitsluitend met een offerte heeft onderbouwd en hieruit niet blijkt dat hij de hypotheek met de bijbehorende lasten heeft afgesloten. Ten slotte stelt de moeder dat de vader onvoldoende inzicht heeft verschaft in de inkomsten die hij geniet als DGA van zijn vennootschap.

13. Het hof houdt met de door de moeder betwiste lasten geen rekening, nu de vader deze niet met stukken heeft onderbouwd. Het gevolg hiervan is dat de draagkracht vastgesteld aan de hand van het door de vader gestelde inkomen reeds de in geschil zijnde kinderalimentatie toelaat. De stelling van de moeder dat het inkomen van de vader hoger ligt dan door de vader gesteld, behoeft derhalve geen bespreking meer.

14. Het hof ziet in de omstandigheid dat de vader in hoger beroep is gekomen zonder zijn stellingen op enigerlei wijze te onderbouwen aanleiding hem te veroordelen in de kosten van deze procedure.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking;

veroordeelt de vader in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van de moeder aan de hand van de liquidatietarieven begroot op € 894,-;

wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Mos-Verstraten, Husson en Bos, bijgestaan door mr. van Elden als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 februari 2008.