Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2008:BC5449

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
29-02-2008
Datum publicatie
29-02-2008
Zaaknummer
20-000638-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld wegens belastingfraude tot gevangenisstraf. Verweren ter zake van bevoegdheid rechtbank en ontvankelijkheid openbaar ministerie verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 20-000638-07

Uitspraak : 29 februari 2008

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

zittinghoudende te 's-Hertogenbosch

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam, nevenzittingsplaats Maastricht van 28 november 2006 in de strafzaak met parketnummer 10-993100-05 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1956],

wonende te [woonplaats], [adres].

1. Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

2. Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en te dien aanzien opnieuw rechtdoende de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

3. Nietigheid dagvaarding

A1.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de feiten onder 1. primair, subsidiair en meer subsidiair, onder 2. primair, subsidiair en meer subsidiair en onder 3. primair, subsidiair en meer subsidiair, zoals weergegeven op de in hoger beroep gewijzigde tenlastelegging, partieel nietig dienen te worden verklaard, waar het de woorden "meermalen" (telkens in regel drie of vier of twee van het primair, respectievelijk subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde). Nu voornoemde ten laste gelegde feiten ten gevolge van de wijziging nader geconcretiseerd zijn door het opnemen van de afzonderlijke desbetreffende aangiften, leiden genoemde bestanddelen tot verwarring.

A2.

Het hof overweegt dienaangaande dat de door de advocaat-generaal bedoelde termen geen onduidelijkheden met zich meebrengen en dat de bedoeling van de tenlastelegger, bezien tegen de achtergrond van het dossier, voldoende duidelijk is. Het hof is van oordeel dat de dagvaarding op dit punt derhalve geldig is en overweegt ten overvloede dat de door de advocaat-generaal opgeworpen stelling de bewijsvraag raakt.

4. Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd reeds omdat in hoger beroep de tenlastelegging - en aldus de grondslag van het onderzoek - is gewijzigd. Voorts kan het hof zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Het hof kan zich onder meer niet verenigen met de motivering van de rechtbank omtrent de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

5. Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 april 2000 tot en met 29 oktober 2004 te Haarlem en/of Heerlen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de Wet op de loonbelasting 1964 voorziene aangifte(n) (zoals opgesomd in de bijlagen: B/112, B/113, B/114, B/115 en B/116), ten name van [bedrijf 1] over het/de aangiftetijdvak(ken):

1e kwartaal 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/112-01) en/of

2e kwartaal 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/112-02) en/of

3e kwartaal 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/112-03) en/of

4e kwartaal 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/112-04) en/of

1e kwartaal 2001, [aangiftenummer], (bijlage B/113-01) en/of

2e kwartaal 2001, [aangiftenummer], (bijlage B/113-02) en/of

3e kwartaal 2001, [aangiftenummer], (bijlage B/113-03) en/of

4e kwartaal 2001, [aangiftenummer], (bijlage B/113-04) en/of

1e kwartaal 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/114-01) en/of

2e kwartaal 2002, [aangiftenummer] (bijlage B/114-02 en/of

3e kwartaal 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/114-03) en/of

4e kwartaal 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/114-04)) en/of

1e kwartaal 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/115-01) en/of

2e kwartaal 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/115-02) en/of

3e kwartaal 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/115-03) en/of

oktober 2003, [aangiftenummer] (bijlage B/115-04) en/of

november 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/115-05) en/of

december 2003, [aangiftenummer] (bijlage B/115-06) en/of

1e kwartaal 2004, [aangiftenummer] (bijlage B/116-01) en/of

2e kwartaal 2004, [aangiftenummer] (bijlage B/116-02) en/of

3e kwartaal 2004, [aangiftenummer] (bijlage B/116-03),

(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, en/althans heeft doen en/of laten doen door ((een) medewerk(st)er(s) van) [bedrijf 4], in elk geval (een) ander(en), immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) toen en daar (telkens) opzettelijk op één of meer van de/het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Haarlem en/of Heerlen ingeleverde aangiftebiljet(ten) loonbelasting/premie volksverzekeringen over genoemd(e) aangiftetijdvak(ken) (telkens) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan loon en/of (Totaal) te betalen loonbelasting/premie volksverzekeringen en/of (een) te la(a)g(e) belastba(a)r(e) bedrag(en), althans (telkens) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan belasting, opgegeven en/of vermeld, en/althans door die ander(en) doen en/of laten opgegeven en/of vermelden,

terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven;

subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[bedrijf 1]

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 april 2000 tot en met 29 oktober 2004 te Haarlem en/of Heerlen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de Wet op de loonbelasting 1964 voorziene aangifte(n), (zoals opgesomd in de bijlagen: B/112, B/113, B/114, B/115 en B/116), over het/de aangiftetijdvak(ken):

1e kwartaal 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/112-01) en/of

2e kwartaal 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/112-02) en/of

3e kwartaal 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/112-03) en/of

4e kwartaal 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/112-04) en/of

1e kwartaal 2001, [aangiftenummer], (bijlage B/113-01) en/of

2e kwartaal 2001, [aangiftenummer], (bijlage B/113-02) en/of

3e kwartaal 2001, [aangiftenummer], (bijlage B/113-03) en/of

4e kwartaal 2001, [aangiftenummer], (bijlage B/113-04) en/of

1e kwartaal 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/114-01) en/of

2e kwartaal 2002, [aangiftenummer] (bijlage B/114-02) en/of

3e kwartaal 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/114-03) en/of

4e kwartaal 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/114-04)) en/of

1e kwartaal 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/115-01) en/of

2e kwartaal 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/115-02) en/of

3e kwartaal 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/115-03) en/of

oktober 2003, [aangiftenummer] (bijlage B/115-04) en/of

november 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/115-05) en/of

december 2003, [aangiftenummer] (bijlage B/115-06) en/of

1e kwartaal 2004, [aangiftenummer] (bijlage B/116-01) en/of

2e kwartaal 2004, [aangiftenummer] (bijlage B/116-02) en/of

3e kwartaal 2004, [aangiftenummer] (bijlage B/116-03),

onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, en/althans heeft doen en/of laten doen door ((een) medewerk(st)er(s) van) [bedrijf 4], in elk geval (een) ander(en), immers heeft/hebben genoemde rechtspersoon en/of genoemde rechtspersoon haar mededader(s) toen en daar (telkens) opzettelijk op één of meer van de/het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Haarlem en/of Heerlen ingeleverde aangiftebiljet(ten) loonbelasting/premie volksverzekeringen over genoemd(e) aangiftetijdvak(ken) (telkens) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan loon en/of (Totaal) te betalen loonbelasting/premie volksverzekeringen en/of (een) te la(a)g(e) belastba(a)r(e) bedrag(en), althans (telkens) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan belasting, opgegeven en/of vermeld, en/althans door die ander(en) doen en/of laten opgegeven en/of vermelden,

terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven, zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, feitelijk leiding heeft gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);

meer subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 13 april 2000 tot en met 29 oktober 2004 te Haarlem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een) aangifte(n) (zoals opgesomd in de bijlagen: B/112, B/113, B/114, B/115 en B/116), voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen ten name van [bedrijf 1] over het/de aangiftetijdvak(ken):

1e kwartaal 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/112-01) en/of

2e kwartaal 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/112-02) en/of

3e kwartaal 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/112-03) en/of

4e kwartaal 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/112-04) en/of

1e kwartaal 2001, [aangiftenummer], (bijlage B/113-01) en/of

2e kwartaal 2001, [aangiftenummer], (bijlage B/113-02) en/of

3e kwartaal 2001, [aangiftenummer], (bijlage B/113-03) en/of

4e kwartaal 2001, [aangiftenummer], (bijlage B/113-04) en/of

1e kwartaal 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/114-01) en/of

2e kwartaal 2002, [aangiftenummer] (bijlage B/114-02) en/of

3e kwartaal 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/114-03) en/of

4e kwartaal 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/114-04)) en/of

1e kwartaal 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/115-01) en/of

2e kwartaal 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/115-02) en/of

3e kwartaal 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/115-03) en/of

oktober 2003, [aangiftenummer] (bijlage B/115-04) en/of

november 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/115-05) en/of

december 2003, [aangiftenummer] (bijlage B/115-06) en/of

1e kwartaal 2004, [aangiftenummer] (bijlage B/116-01) en/of

2e kwartaal 2004, [aangiftenummer] (bijlage B/116-02) en/of

3e kwartaal 2004, [aangiftenummer] (bijlage B/116-03),

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk heeft doen en/of laten opmaken en/of doen en/of laten vervalsen door ((een) medewerk(st)er(s) van) [bedrijf 4], in elk geval (een) ander(en), immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- op dat/die geschrift(en) (telkens) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan loon en/of (Totaal) te betalen loonbelasting/premie volksverzekeringen en/of (een) te la(a)g(e) belastba(a)r(e) bedrag(en), althans (telkens) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan belasting, geschreven en/of vermeld en/of opgegeven, en/althans door die ander(en) doen en/of laten schrijven en/of vermelden en/of opgeven, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 februari 2000 tot en met 16 april 2003 te Haarlem en/of Heerlen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de Wet op de omzetbelasting1968 voorziene aangifte(n) (zoals opgesomd in de bijlagen: B/107-01 tot en met B/110-03), ten name van [bedrijf 1] over (een) aangiftetijdvak(ken) (tijdvak van een maand) gelegen in de periode januari 2000 tot en met maart 2003:

januari 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/107-01) en/of

februari 2000, [aangiftenummer], (bijlage B/107-02) en/of

maart 2000, [aangiftenummer], (bijlage B/107-03) en/of

april 2000, [aangiftenummer], (bijlage B/107-04) en/of

mei 2000, [aangiftenummer], (bijlage B/107-05) en/of

juni 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/107-06) en/of

juli 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/107-07) en/of

augustus 2000, [aangiftenummer], (bijlage B/107-08) en/of

september 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/107-09) en/of

oktober 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/107-10) en/of

november 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/107-11) en/of

december 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/107-12) en/of

januari 2001, [aangiftenummer] (bijlage B/108-01) en/of

februari 2001, [aangiftenummer] (bijlage B/108-02) en/of

maart 2001, [aangiftenummer] (bijlage B/108-03) en/of

april 2001, [aangiftenummer], (bijlage B/108-04) en/of

mei 2001, [aangiftenummer], (bijlage B/108-05) en/of

juni 2001, [aangiftenummer], (bijlage B/108-06) en/of

juli 2001, [aangiftenummer], (bijlage B/108-07) en/of

augustus 2001, [aangiftenummer] (bijlage B/108-08) en/of

september 2001, [aangiftenummer] (bijlage B/108-09) en/of

oktober 2001, [aangiftenummer] (bijlage B/108-10) en/of

november 2001, [aangiftenummer] (bijlage B/108-11) en/of

december 2001, [aangiftenummer] (bijlage B/108-12) en/of

januari 2002, [aangiftenummer] (bijlage B/109-01) en/of

februari 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/109-02) en/of

maart 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/109-03) en/of

april 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/109-04) en/of

mei 2002, [aangiftenummer] (bijlage B/109-05) en/of

juni 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/109-06) en/of

juli 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/109-07) en/of

augustus 2002, [aangiftenummer] (bijlage B/109-08) en/of

september 2002, [aangiftenummer] (bijlage B/109-09) en/of

oktober 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/109-10) en/of

november 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/109-11) en/of

december 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/109-12) en/of

januari 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/110-01) en/of

februari 2003, a[aangiftenummer] (bijlage B/110-02) en/of

maart 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/110-03),

onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, en/althans heeft doen en/of laten doen door ((een) medewerk(st)er(s) van)[bedrijf 4], in elk geval (een) ander(en), immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) toen en daar (telkens) opzettelijk op één of meer van de/het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Haarlem en/of Heerlen ingeleverde aangiftebiljet(ten) omzetbelasting over bovenbedoelde aangiftetijdvak(ken) (telkens) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan omzet en/of (Totaal) te betalen omzetbelasting en/of (een) te ho(o)g(e) bedrag(en) aan (Totaal) terug te vragen omzetbelasting en/of (een) te la(a)g(e) belastba(a)r(e) bedrag(en), althans (telkens) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan belasting, opgegeven en/of vermeld, en/althans door die ander(en) doen en/of laten opgegeven en/of vermelden,

terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven;

subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[bedrijf 1]

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 februari 2000 tot en met 16 april 2003 te Haarlem en/of Heerlen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de Wet op de omzetbelasting 1968 voorziene aangifte(n), (zoals opgesomd in de bijlagen: B/107-01 tot en met B/110-03), voor de omzetbelasting over (een) aangiftetijdvak(ken) (tijdvak van een maand) gelegen in de periode januari 2000 tot en met maart 2003:

januari 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/107-01) en/of

februari 2000, [aangiftenummer], (bijlage B/107-02) en/of

maart 2000, [aangiftenummer], (bijlage B/107-03) en/of

april 2000, [aangiftenummer], (bijlage B/107-04) en/of

mei 2000, [aangiftenummer], (bijlage B/107-05) en/of

juni 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/107-06) en/of

juli 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/107-07) en/of

augustus 2000, [aangiftenummer], (bijlage B/107-08) en/of

september 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/107-09) en/of

oktober 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/107-10) en/of

november 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/107-11) en/of

december 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/107-12) en/of

januari 2001, [aangiftenummer] (bijlage B/108-01) en/of

februari 2001, [aangiftenummer] (bijlage B/108-02) en/of

maart 2001, [aangiftenummer] (bijlage B/108-03) en/of

april 2001, [aangiftenummer], (bijlage B/108-04) en/of

mei 2001, [aangiftenummer], (bijlage B/108-05) en/of

juni 2001, [aangiftenummer], (bijlage B/108-06) en/of

juli 2001, [aangiftenummer], (bijlage B/108-07) en/of

augustus 2001, [aangiftenummer] (bijlage B/108-08) en/of

september 2001, [aangiftenummer] (bijlage B/108-09) en/of

oktober 2001, [aangiftenummer] (bijlage B/108-10) en/of

november 2001, [aangiftenummer] (bijlage B/108-11) en/of

december 2001, [aangiftenummer] (bijlage B/108-12) en/of

januari 2002, [aangiftenummer] (bijlage B/109-01) en/of

februari 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/109-02) en/of

maart 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/109-03) en/of

april 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/109-04) en/of

mei 2002, [aangiftenummer] (bijlage B/109-05) en/of

juni 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/109-06) en/of

juli 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/109-07) en/of

augustus 2002, [aangiftenummer] (bijlage B/109-08) en/of

september 2002, [aangiftenummer] (bijlage B/109-09) en/of

oktober 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/109-10) en/of

november 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/109-11) en/of

december 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/109-12) en/of

januari 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/110-01) en/of

februari 2003, a[aangiftenummer] (bijlage B/110-02) en/of

maart 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/110-03),

onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, en/althans heeft doen en/of laten doen door ((een) medewerk(st)er(s) van) [bedrijf 4], in elk geval (een) ander(en), immers heeft/hebben genoemde rechtspersoon en/of genoemde rechtspersoon haar mededader(s) toen en daar (telkens) opzettelijk op één of meer van de/het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Haarlem en/of Heerlen ingeleverde aangiftebiljet(ten) omzetbelasting over bovenbedoelde aangiftetijdvak(ken) (telkens) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan omzet en/of (Totaal) te betalen omzetbelasting en/of (een) te ho(o)g(e) bedrag(en) aan (Totaal) terug te vragen omzetbelasting en/of (een) te la(a)g(e) belastba(a)r(e) bedrag(en), althans (telkens) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan belasting, opgegeven en/of vermeld, en/althans door die ander(en) doen en/of laten opgegeven en/of vermelden,

terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven, zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, feitelijk leiding heeft gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);

meer subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 februari 2000 tot en met 16 april 2003 te Haarlem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een) aangifte(n) (zoals opgesomd in de bijlagen: B/107-01 tot en met B/110-03), voor de omzetbelasting ten name van [bedrijf 1] over (een) aangiftetijdvak(ken) (tijdvak van een maand) gelegen in de periode januari 2000 tot en met maart 2003:

januari 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/107-01) en/of

februari 2000, [aangiftenummer], (bijlage B/107-02) en/of

maart 2000, [aangiftenummer], (bijlage B/107-03) en/of

april 2000, [aangiftenummer], (bijlage B/107-04) en/of

mei 2000, [aangiftenummer], (bijlage B/107-05) en/of

juni 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/107-06) en/of

juli 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/107-07) en/of

augustus 2000, [aangiftenummer], (bijlage B/107-08) en/of

september 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/107-09) en/of

oktober 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/107-10) en/of

november 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/107-11) en/of

december 2000, [aangiftenummer] (bijlage B/107-12) en/of

januari 2001, [aangiftenummer] (bijlage B/108-01) en/of

februari 2001, [aangiftenummer] (bijlage B/108-02) en/of

maart 2001, [aangiftenummer] (bijlage B/108-03) en/of

april 2001, [aangiftenummer], (bijlage B/108-04) en/of

mei 2001, [aangiftenummer], (bijlage B/108-05) en/of

juni 2001, [aangiftenummer], (bijlage B/108-06) en/of

juli 2001, [aangiftenummer], (bijlage B/108-07) en/of

augustus 2001, [aangiftenummer] (bijlage B/108-08) en/of

september 2001, [aangiftenummer] (bijlage B/108-09) en/of

oktober 2001, [aangiftenummer] (bijlage B/108-10) en/of

november 2001, [aangiftenummer] (bijlage B/108-11) en/of

december 2001, [aangiftenummer] (bijlage B/108-12) en/of

januari 2002, [aangiftenummer] (bijlage B/109-01) en/of

februari 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/109-02) en/of

maart 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/109-03) en/of

april 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/109-04) en/of

mei 2002, [aangiftenummer] (bijlage B/109-05) en/of

juni 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/109-06) en/of

juli 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/109-07) en/of

augustus 2002, [aangiftenummer] (bijlage B/109-08) en/of

september 2002, [aangiftenummer] (bijlage B/109-09) en/of

oktober 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/109-10) en/of

november 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/109-11) en/of

december 2002, [aangiftenummer], (bijlage B/109-12) en/of

januari 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/110-01) en/of

februari 2003, a[aangiftenummer] (bijlage B/110-02) en/of

maart 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/110-03),

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk heeft doen en/of laten opmaken en/of doen en/of laten vervalsen door ((een) medewerk(st)er(s) van) [bedrijf 4], immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- op dat/die geschrift(en) (telkens) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan omzet en/of (Totaal) te betalen omzetbelasting en/of (een) te ho(o)g(e) bedrag(en) aan (Totaal) terug te vragen omzetbelasting en/of (een) te la(a)g(e) belastba(a)r(e) bedrag(en), althans (telkens) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan belasting, geschreven en/of vermeld en/of opgegeven, en/althans door die ander(en) doen en/of laten schrijven en/of vermelden en/of opgeven, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 mei 2003 tot en met 29 oktober 2004 te Haarlem en/of Heerlen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de Wet op de Omzetbelasting 1968 voorziene aangifte(n) (zoals opgesomd in de bijlagen: B/110-04 tot en met B/111-09), ten name van de "[bedrijf 1] over (een) aangiftetijdvak(ken) (tijdvak van een maand) gelegen in de periode april 2003 tot en met september 2004:

april 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/110-04) en/of

mei 2003, [aangiftenummer] (bijlage B/110-05) en/of

juni 2003, [aangiftenummer] (bijlage B/110-06) en/of

juli 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/110-07) en/of

augustus 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/110-08) en/of

september 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/110-09) en/of

oktober 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/110-10) en/of

november 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/110-11) en/of

december 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/110-12) en/of

januari 2004, [aangiftenummer] (bijlage B/111-01) en/of

februari 2004, [aangiftenummer] (bijlage B/111-02) en/of

maart 2004, [aangiftenummer]bijlage B/111-03) en/of

april 2004, [aangiftenummer], (bijlage B/111-04) en/of

mei 2004, [aangiftenummer], (bijlage B/111-05) en/of

juni 2004, [aangiftenummer], (bijlage B/111-06) en/of

juli 2004, [aangiftenummer] (bijlage B/111-07) en/of

augustus 2004, [aangiftenummer], (bijlage B/111-08) en/of

september 2004, [aangiftenummer] (bijlage B/111-09),

onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, en/althans heeft doen en/of laten doen door ((een) medewerk(st)er(s) van) [bedrijf 4], in elk geval (een) ander(en), immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) toen en daar (telkens) opzettelijk op één of meer van de/het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Haarlem en/of Heerlen ingeleverde aangiftebiljet(ten) omzetbelasting over bovenbedoelde aangiftetijdvak(ken) (telkens) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan omzet en/of (Totaal) te betalen omzetbelasting en/of (een) te ho(o)g(e) bedrag(en) aan (Totaal) terug te vragen omzetbelasting en/of (een) te la(a)g(e) belastba(a)r(e) bedrag(en), althans (telkens) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan belasting, opgegeven en/of vermeld, en/althans door die ander(en) doen en/of laten opgegeven en/of vermelden,

terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven;

subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 mei 2003 tot en met 29 oktober 2004 te Haarlem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een) aangifte(n) (zoals opgesomd in de bijlagen: B/110-04 tot en met B/111-09), voor de omzetbelasting ten name van de "[bedrijf 1] over (een) aangiftetijdvak(ken) (tijdvak van een maand) gelegen in de periode april 2003 tot en met september 2004:

april 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/110-04) en/of

mei 2003, [aangiftenummer] (bijlage B/110-05) en/of

juni 2003, [aangiftenummer] (bijlage B/110-06) en/of

juli 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/110-07) en/of

augustus 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/110-08) en/of

september 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/110-09) en/of

oktober 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/110-10) en/of

november 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/110-11) en/of

december 2003, [aangiftenummer], (bijlage B/110-12) en/of

januari 2004, [aangiftenummer] (bijlage B/111-01) en/of

februari 2004, [aangiftenummer] (bijlage B/111-02) en/of

maart 2004, [aangiftenummer]bijlage B/111-03) en/of

april 2004, [aangiftenummer], (bijlage B/111-04) en/of

mei 2004, [aangiftenummer], (bijlage B/111-05) en/of

juni 2004, [aangiftenummer], (bijlage B/111-06) en/of

juli 2004, [aangiftenummer] (bijlage B/111-07) en/of

augustus 2004, [aangiftenummer], (bijlage B/111-08) en/of

september 2004, [aangiftenummer] (bijlage B/111-09),

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk heeft doen en/of laten opmaken en/of doen en/of laten vervalsen door ((een) medewerk(st)er(s) van) [bedrijf 4], immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- op dat/die geschrift(en) (telkens) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan omzet en/of (Totaal) te betalen omzetbelasting en/of (een) te ho(o)g(e) bedrag(en) aan (Totaal) terug te vragen omzetbelasting en/of (een) te la(a)g(e) belastba(a)r(e) bedrag(en), althans (telkens) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan belasting, geschreven en/of vermeld en/of opgegeven, en/althans door die ander(en) doen en/of laten schrijven en/of vermelden en/of opgeven, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

4.

[bedrijf 1] in of omstreeks de periode van 1 januari 2000 tot en met 6 oktober 2004 te Haarlem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot

a. het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de Belastingwet gestelde eisen, (telkens) opzettelijk een zodanige administratie niet heeft gevoerd en/of doen voeren,

en/of

b. het bewaren van boeken, bescheiden en/of andere (primaire) gegevens- dragers, (telkens) opzettelijk deze niet (volledig) heeft bewaard,

immers heeft/hebben genoemde rechtspersoon en/of haar mededader(s) toen en daar (telkens) opzettelijk onjuiste en/of onvolledige (te lage) (afgeroomde) omzetgegevens in de administratie van [bedrijf 1] opgenomen en/of geboekt en/of doen boeken en/of doen opnemen en/of omzetgegevens en/of contante betalingen en/of leveranties aan klanten/gasten en/of (digitale) gegevens van kassabonnen uit het [kassasysteem] verwijderd en/of gewist en/of gegumd en/of (andere) digitale gegevens verwijderd en/of vernietigd en/of (andere) administratie bescheiden (waaronder (kassa)bonnen en/of personeels- en/of urenlijsten en/of (klad-)kasboeken) en/of gegevens niet bewaard, terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven, hebbende hij, verdachte tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) tot het plegen bovenomschreven strafbare feit(en) opdracht gegeven en/of aan vorenstaande verboden gedraging(en) (telkens) feitelijk leiding gegeven;

subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2000 tot en met 6 oktober 2004 te Haarlem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) geschriften die bestemd zijn om tot bewijs van enig feit te dienen opzettelijk valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk heeft doen opmaken en/of doen vervalsen, hebbende hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) toen daar (telkens) opzettelijk in de bedrijfsadministratie van de besloten vennootschap [bedrijf 1], zijnde een samenstel van geschriften bestemd om tot bewijs van het daarin vermelde te dienen, valselijk in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - onjuiste en/of onvolledige (te lage) (afgeroomde) omzetgegevens opgenomen en/of geboekt en/of verwerkt, en/althans doen opnemen en/of doen boeken en/of doen verwerken door ((een) medewerk(st)er(s) van) [bedrijf 4], in elk geval (een) ander(en), en/of in het in die bedrijfsadministratie opgenomen (net-)kasboek (telkens) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan omzet vermeld en/of doen vermelden en/of contante betalingen en/of leveranties aan klanten/gasten en/of (digitale) gegevens van kassabonnen uit het [kassasysteem] verwijderd en/of gewist en/of gegumd en/of (andere) digitale gegevens verwijderd en/of vernietigd, zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die (samenstel van) geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door ander(en) te doen gebruiken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

6. De bevoegdheid van de rechtbank

B1.

Namens verdachte is aangevoerd dat uitsluitend de rechtbank Haarlem bevoegd is om de onderhavige zaak te behandelen. Dat [ medeverdachte 1]wellicht strafbare feiten heeft gepleegd met een aantal andere (rechts)personen dan van de [ medeverdachte 2], maakt naar de opvatting van de verdediging niet dat deze andere (rechts)personen (en aldus verdachte) een verbinding vormen met de [ medeverdachte 2]. Daardoor is ten aanzien van verdachte noch met het openbaar ministerie Rotterdam noch met de rechtbank Rotterdam een relatie aanwezig.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

B2.

Artikel 6, derde lid van het Wetboek van Strafvordering luidt als volgt:

"Indien door meer dan één persoon, al dan niet tezamen, verschillende strafbare feiten zijn begaan, die in zodanig verband tot elkaar staan, dat de behandeling voor één rechtbank gewenst moet worden geacht, worden deze feiten voor de toepassing van het eerste lid van dit artikel geacht in deelneming te zijn begaan.".

Artikel 6, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering luidt als volgt:

"Bij deelneming van meer dan één van hetzelfde strafbare feit brengt de bevoegdheid ten aanzien van één der als daders of medeplichtige personen de bevoegdheid mede ten aanzien van de andere.".

B3.

De onderhavige zaak maakt onderdeel uit van de megazaak welke de naam [naam] heeft gekregen. Het betreffen een aantal zaken waarin een gemeenschappelijk element een rol speelt, te weten het gebruik van het [programma]. In alle zaken is de tenlastelegging (deels) gebaseerd op het (laten) verwijderen van bonnen middels een verborgen optie in het [programma]. De zaken staan derhalve in zodanig verband met elkaar dat behandeling voor één rechtbank gewenst moet worden geacht. Nu een belangrijk deel van de verdachten woonachtig is in het arrondissement Rotterdam, komt aan de rechtbank Rotterdam, ingevolge het bepaalde in artikel 6 van het Wetboek van Strafvordering rechtsmacht toe, ook voor de behandeling van de zaak van verdachte.

Daar het geheel aan zaken een megazaak betreft is de zaak vervolgens toegewezen aan de nevenzittingsplaats van de rechtbank Rotterdam te Maastricht. Op grond van artikel 4.5., lid 6 van het Bestuursreglement Gerechtshof 's-Gravenhage, wordt de zaak dan vervolgens in hoger beroep behandeld in de nevenzittingsplaats van het gerechtshof te 's-Gravenhage in het ressort, waarbinnen die nevenzittingsplaats van de rechtbank is gelegen (in casu de nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch).

Met het vorenstaande is niet alleen de bevoegdheid van de rechtbank Rotterdam gegeven maar zijn ook de nevenzittingsplaatsen Maastricht en 's-Hertogenbosch verklaard.

Het verweer wordt verworpen.

7. Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Van de zijde van verdachte is het verweer gevoerd dat het openbaar ministerie in zijn strafvervolging niet-ontvankelijk behoort te worden verklaard, omdat er een ernstige schending van beginselen van een goede procesorde heeft plaatsgevonden, waarbij doelbewust of met grove veronachtzaming van verdachtes belangen is tekort gedaan aan diens recht op een behoorlijke behandeling van de zaak, zo althans wordt het door de raadsman gevoerde verweer verstaan.

Daartoe is aangevoerd - zakelijk weergegeven - als volgt.

C1.1

De gehele gang van zaken voor, tijdens en na de doorzoeking bij [bedrijf 1]) is een fishing expedition geweest, waardoor de rechten van verdachte op ontoelaatbare wijze zijn geschaad.

C1.2

Het openbaar ministerie heeft naar de opvatting van de verdediging ten onrechte betoogd dat er sprake was van een doorzoeking bij een getuige in de zaak tegen [ medeverdachte 1], omdat feitelijk, aldus de verdediging, sprake was van een doorzoeking bij een verdachte. De inval en doorzoeking bij [bedrijf 1] op 6 oktober 2004 met bijna 30 mensen is naar de opvatting van de verdediging absoluut niet vergelijkbaar met een doorzoeking bij een getuige.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

C2.

Op grond van de processtukken alsmede het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep stelt het hof het volgende vast.

- Uit het strafrechtelijk onderzoek tegen medeverdachte [naam] zijn aanwijzingen naar voren gekomen die deden vermoeden dat [ medeverdachte 1]behulpzaam was geweest bij het afromen van omzet uit de kassabestanden van het [kassasysteem] bij de [naam].

- Dit afromen vond plaats middels een door [ medeverdachte 1] verstrekte verborgen optie (ook wel gumregel genoemd) in het [kassasysteem] die in de [applicatie] kon worden toegepast en waarmee bonnen uit het kassasysteem konden worden verwijderd.

- Naar aanleiding van het vorenstaande is het vermoeden ontstaan dat [ medeverdachte 1] zich in het geval van [naam] schuldig maakte aan het medeplegen van dan wel het medeplichtig zijn aan het doen van opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting, het niet voldoen aan de verplichting de gevoerde administratie te bewaren en het valselijk opmaken van de administratie. Verder achtte men het niet uitgesloten dat [ medeverdachte 1] de optie om bonnen te verwijderen ook bij andere klanten geïnstalleerd had en zich mogelijk ook ten aanzien van deze klanten schuldig maakte dan wel medeplichtig was aan het valselijk opmaken van de administratie.

- Op 27 september 2004 heeft vervolgens een doorzoeking plaats op het bedrijfsadres van [ medeverdachte 1]. Op deze datum en de dagen erna zijn diverse verdachten en getuigen gehoord. Verder is de bij [ medeverdachte 1] in beslag genomen administratie zowel op papier als digitaal onderzocht. Hieruit blijkt (onder meer) dat het [kassasysteem]ook is verkocht aan [bedrijf 1]; hierna [bedrijf 1] te Haarlem. Enig aandeelhouder van deze B.V. is verdachte. Een van de bedrijfsleiders is medeverdachte [naam].

- Uit onderzoek van de bij [ medeverdachte 1] vastgelegde helpdeskmutaties die ten aanzien van klanten worden vastgelegd (in het programma Goldmine) blijkt dat [bedrijf 1] eveneens de beschikking heeft over de verborgen optie (gumregel) in tickview.exe. In de genoemde mutaties wordt onder meer gesproken over "Set T" en over "bespreking gggum". Ook de naam [naam] staat vermeld in mutaties.

- Naar aanleiding van het vorenstaande heeft op 6 oktober 2004 een doorzoeking plaats bij [bedrijf 1].

- Kort na aanvang van het onderzoek is één van de bedrijfsleiders van [bedrijf 1], genaamd [naam], gehoord. Naar aanleiding van de verklaring van [naam] is contact opgenomen met verdachte en met [naam] welke zich omstreeks 11.00 uur hebben gemeld.

- Verdachte is vervolgens aangehouden. Alvorens het eerste verhoor van verdachte plaatsvond is hem de cautie gegeven.

C3.1. Fishing expedition?

Van een fishing expedition is slechts sprake indien er geen min of meer concrete aanwijzingen voorhanden zijn voor een strafrechtelijke inbreuk op de rechten van [bedrijf 1] of van verdachte. Het hof leidt uit vorengenoemde feiten en omstandigheden af dat de aanwijzingen voor een doorzoeking bij [bedrijf 1] voldoende concreet waren zodat dit verweer faalt.

C3.2. Doorzoeking bij verdachte in plaats van doorzoeking bij een getuige?

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat bovengenoemde feiten en omstandigheden tot geen andere conclusie kunnen leiden dan dat er voorafgaande aan de doorzoeking bij [bedrijf 1] sprake was van een redelijk vermoeden dat [bedrijf 1] (en daarmee verdachte en [ medeverdachte 2]) een strafbaar feit hadden gepleegd.

Het vorenstaande leidt echter niet tot de conclusie dat het openbaar ministerie dan niet de mogelijkheid heeft om in het kader van het strafrechtelijk onderzoek jegens een andere verdachte (in casu [ medeverdachte 1]) onderzoek te doen bij [bedrijf 1] en haar bestuurders/feitelijk leidinggevenden (verdachte en [ medeverdachte 2]). De wettelijke waarborgen die in acht moeten worden genomen bij een doorzoeking bij een getuige zijn in beginsel niet anders dan bij een doorzoeking bij een verdachte. Een uitzondering geldt het bepaalde in artikel 99a van het Wetboek van Strafvordering maar eventuele niet naleving van die bepaling raakt de rechtmatigheid van de zoeking niet. De verdenking jegens [bedrijf 1] en haar bestuurders staat dan ook niet in de weg aan de uitoefening van de bevoegdheid te zoeken bij [bedrijf 1] in het kader van het onderzoek tegen [ medeverdachte 1] en eventueel over te gaan tot inbeslagneming, mits de aan verdachte als zodanig toekomende waarborgen in acht worden genomen. Uit vorenstaande feiten en omstandigheden blijkt niet dat deze waarborgen niet in acht zijn genomen.

Direct nadat verdachte ter plaatse arriveerde is hij aangehouden en voorafgaande aan zijn verhoor is hem de cautie gegeven. Verdachte heeft zijn verklaring derhalve afgelegd nadat hem de cautie is gegeven. Niet is gebleken dat overige personeelsleden bij de aanvang van de zoeking als verdachte hadden moeten worden aangemerkt. Voor zover in de loop van het onderzoek wel een verdenking rees zoals bedoeld in artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering is de cautie gegeven.

Ten overvloede merkt het hof op dat - zo er al op enig moment ten aanzien van een ander dan verdachte een verzuim zou zijn te constateren met betrekking tot de cautieplicht - dit geen gevolgen heeft voor wat betreft de bruikbaarheid van de door die ander afgelegde verklaring in de zaak tegen verdachte nu het niet verdachte zelf is die dan door dat verzuim zou zijn geschaad in enig rechtens te beschermen belang.

Het hof is van oordeel dat op basis van het vorenstaande niet kan worden geconcludeerd dat doelbewust of met grove veronachtzaming van verdachtes belangen tekort is gedaan aan diens recht op een behoorlijke behandeling van de onderhavige strafzaak, zodat het verweer wordt verworpen.

Nu ook overigens geen feiten of omstandigheden zijn aangevoerd of anderszins aannemelijk zijn geworden die zouden moeten leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, is het openbaar ministerie ontvankelijk in de vervolging.

8. Vrijspraak

D1.

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1. primair, ten laste gelegde heeft begaan voor zover het betreft het doen van valse aangiften loonbelasting voor de kwartalen zoals ten laste gelegd onder 1. primair met uitzondering van het 2e kwartaal van 2004, zodat verdachte daarvan wordt vrijgesproken.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is naar het oordeel van het hof onvoldoende gebleken dat in de perioden buiten het 2e kwartaal van 2004 sprake is geweest van "zwarte" betalingen van loon, dat wil zeggen van betalingen van loon ten aanzien waarvan niet de wettelijke inhoudingen werden verricht cq de wettelijke meldingen werden gedaan. Er zijn verschillende getuigen die verklaard hebben dat zij het loon contant uitbetaald kregen maar uit deze verklaringen blijkt niet dat deze loonbetalingen ook "zwart" zijn geweest. Integendeel, deze getuigen hebben later aangegeven dat zij niet wisten of deze contante betalingen ook buiten de fiscus om werden gedaan. Bovendien is in het verhandelde ter terechtzitting naar voren gekomen dat [bedrijf 4] de netto contante loonbetalingen bruteerde en deze verwerkte in de boekhouding. Dit wordt niet weerlegd door hetgeen overigens ter terechtzitting is gebleken.

D2.

Het hof heeft voorts uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 2. primair respectievelijk 3. primair ten laste gelegde met betrekking tot het doen van valse aangiften omzetbelasting voor de maanden januari 2000, februari 2000, mei 2002, juni 2002, juli 2002, oktober 2002, januari 2003, februari 2003, maart 2003, april 2003, mei 2003, juni 2003, juli 2003 en augustus 2003 heeft begaan zodat verdachte daarvan wordt vrijgesproken.

Het hof overweegt hiertoe dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat verdachte in deze maanden omzet heeft afgeroomd.

9. Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1. primair, 2. primair, 3. primair en 4. primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 april 2004 tot en met 22 juli 2004 te Haarlem of Heerlen, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk een bij de Wet op de loonbelasting 1964 voorziene aangifte ten name van [bedrijf 1] over het aangiftetijdvak 2e kwartaal 2004, aangiftenummer 0084.99.998.L.01.422.0 onjuist heeft laten doen door ((een) medewerk(st)er(s) van) [bedrijf 4], immers hebben verdachte en zijn mededaders opzettelijk op één van het bij de Inspecteur der belastingen ingeleverde aangiftebiljet loonbelasting/premie volksverzekeringen over genoemd aangiftetijdvak een te laag bedrag aan te betalen loonbelasting/premie volksverzekeringen en een te laag belastbaar bedrag door die ander(en) doen laten opgeven, terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven.

2.

hij op tijdstippen in de periode van 24 februari 2000 tot en met 16 april 2003 te Haarlem en/of Heerlen, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, telkens opzettelijk een bij de Wet op de omzetbelasting 1968 voorziene aangifte, ten name van [bedrijf 1] over aangiftetijdvakken gelegen in de periode januari 2000 tot en met maart 2003:

maart 2000, [aangiftenummer], en

april 2000, [aangiftenummer], en

mei 2000, [aangiftenummer], en

juni 2000, [aangiftenummer] en

juli 2000, [aangiftenummer] en

augustus 2000, [aangiftenummer], en

september 2000, [aangiftenummer] en

oktober 2000, [aangiftenummer] en

november 2000, [aangiftenummer] en

december 2000, [aangiftenummer] en

januari 2001, [aangiftenummer] en

februari 2001, [aangiftenummer] en

maart 2001, [aangiftenummer] en

april 2001, [aangiftenummer], en

mei 2001, [aangiftenummer], en

juni 2001, [aangiftenummer], en

juli 2001, [aangiftenummer], en

augustus 2001, [aangiftenummer] en

september 2001, [aangiftenummer] en

oktober 2001, [aangiftenummer] en

november 2001, [aangiftenummer] en

december 2001, [aangiftenummer] en

januari 2002, [aangiftenummer] en

februari 2002, [aangiftenummer], en

maart 2002, [aangiftenummer], en

april 2002, [aangiftenummer], en

augustus 2002, [aangiftenummer] en

september 2002, [aangiftenummer] en

november 2002, [aangiftenummer], en

december 2002, [aangiftenummer], en

onjuist heeft laten doen door ((een) medewerk(st)er(s) van) [bedrijf 4], immers hebben verdachte en zijn, verdachtes, mededaders opzettelijk op die bij de Inspecteur der belastingen ingeleverde aangiftebiljetten omzetbelasting over bovenbedoelde aangiftetijdvakken telkens een te laag bedrag aan omzet en te betalen omzetbelasting laten opgeven, terwijl die feiten er telkens ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven.

3.

hij op tijdstippen in de periode van 23 mei 2003 tot en met 29 oktober 2004 te Haarlem en/of Heerlen, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, telkens opzettelijk een bij de Wet op de omzetbelasting 1968 voorziene aangifte ten name van "[bedrijf 1]over aangiftetijdvakken gelegen in de periode april 2003 tot en met september 2004:

september 2003, [aangiftenummer], en

oktober 2003, [aangiftenummer], en

november 2003, [aangiftenummer], en

december 2003, [aangiftenummer], en

januari 2004, [aangiftenummer] en

februari 2004, [aangiftenummer] en

maart 2004, aangiftenummer 0084.99.998.B.01.4030, en

april 2004, [aangiftenummer], en

mei 2004, [aangiftenummer], en

juni 2004, [aangiftenummer], en

onjuist heeft laten doen door ((een) medewerk(st)er(s) van) [bedrijf 4], immers hebben verdachte en zijn, verdachtes, mededaders opzettelijk op die bij de Inspecteur der belastingen ingeleverde aangiftebiljetten omzetbelasting over bovenbedoelde aangiftetijdvakken telkens een te laag bedrag aan omzet en te betalen omzetbelasting laten opgeven, terwijl die feiten er telkens ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven.

4.

I [bedrijf 1]. in de periode van 1 januari 2000 tot en met 6 oktober 2004 te Haarlem, tezamen en in vereniging met een ander, als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de Belastingwet gestelde eisen, opzettelijk een zodanige administratie niet heeft gevoerd,

immers heeft genoemde rechtspersoon opzettelijk onjuiste omzetgegevens in de administratie van [bedrijf 1] opgenomen en omzetgegevens, contante betalingen, leveranties aan klanten/gasten en gegevens van kassabonnen uit het [kassasysteem] verwijderd, terwijl die feiten ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven, hebbende hij, verdachte aan vorenstaande verboden gedragingen feitelijk leiding gegeven,

en

II [bedrijf 1]. in de periode van 1 januari 2000 tot en met 6 oktober 2004 te Haarlem, tezamen en in vereniging met een ander, als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het bewaren van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, telkens opzettelijk deze niet volledig heeft bewaard,

immers heeft genoemde rechtspersoon administratiebescheiden waaronder kladkasboeken niet bewaard, terwijl die feiten telkens ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven, hebbende hij, verdachte, aan vorenstaande verboden gedragingen feitelijk leiding gegeven.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan wordt vrijgesproken.

10. Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

11. Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

E1.

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

E2.

De raadsman van verdachte heeft - geheel subsidiair - aangevoerd dat de elementen als hiervoor onder C1 genoemd, dienen te leiden tot bewijsuitsluiting met als gevolg dat verdachte moet worden vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd.

Het hof overweegt dienaangaande dat deze subsidiair gevoerde verweren op dezelfde gronden als hiervoor overwogen onder C3.1 en C3.2 worden verworpen.

E3.1.

De advocaat-generaal heeft ten aanzien van feit 1. primair, feit 2. primair, feit 3. primair en feit 4. primair veroordeling van verdachte gevorderd en de verdediging heeft bepleit dat niet bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten 1. tot en met 4. zodat verdachte dient te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

E3.2.

Op grond van het dossier alsmede het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep stelt het hof de navolgende feiten en omstandigheden vast.

a. Verdachte is directeur en enig aandeelhouder van [bedrijf 1] te Haarlem ([bedrijf 1]) (hierna: [bedrijf 1]).

b. Verdachte voert volgens zijn eigen verklaring de dagelijkse leiding over [bedrijf 1] en heeft daarnaast enkele bedrijfsleiders in dienst. Eén van de bedrijfsleiders is medeverdachte [naam].

c. [bedrijf 1] maakt (in ieder geval) vanaf het jaar 2000 gebruik van het door medeverdachte [bedrijf 3] geleverde [kassasysteem].

d. In het door [bedrijf 3] geleverde [kassasysteem] kan een verborgen optie in het kassasysteem (in de [applicatie]) geactiveerd worden. Met behulp van deze verborgen optie (ook wel gumregel genoemd) kunnen bonnen verwijderd worden uit het systeem. Deze optie is niet in de handleiding van het [programma] opgenomen en kan alleen geactiveerd worden door middel van het gebruiken van een commandoregel.

e. Tijdens het verkoopgesprek met [ medeverdachte 1] inzake de levering van bovengenoemd kassasysteem is met verdachte gesproken over de toepassing van bovengenoemde commandoregel, ofwel de gumregel.

f. In de periode na de levering van het kassasysteem heeft verdachte danwel [ medeverdachte 2] meermalen contact met [ medeverdachte 1] over het gebruik van voorgenoemde commandoregel. Dit blijkt onder meer uit een verklaring van [getuige] (afgelegd bij de raadsheer-commissaris) inhoudende dat [verdachte] reclameerde en dat [verdachte] aangaf dat hem de 'gumregel' was toegezegd, een faxbericht van 28 september 2000 van [ medeverdachte 1] aan [bedrijf 1], inhoudende een instructie over het oproepen van de commandoregel, een faxbericht van 19 april 2002 van [ medeverdachte 1] aan [verdachte], welk faxbericht refereert aan de tijdens het verkoopgesprek gemaakte afspraak een speciale tool te leveren en uit te leggen, en een faxbericht van 25 maart 2002 van [ medeverdachte 1] aan verdachte, welk faxbericht refereert aan het verzoek van [bedrijf 1] tot uitbreiding van de speciale tool.

Een medewerker van [bedrijf 3] (getuige [getuige] verklaart later dat met deze speciale tool de gumregel wordt bedoeld.

g. Naast bovengenoemde faxberichten vormen de helpdeskmutaties van [ medeverdachte 1], dit zijn uitdraaien uit het [systeem] aanwijzingen dat [bedrijf 1] (in de persoon van verdachte) meermalen contact had met [ medeverdachte 1] over het gebruik van de gumregel. Er wordt meermalen gesproken over de regel "SET T", welke regel blijkt te horen bij de opstartprocedure van de gumregel in tickview.exe. Verder is op 18 juni 2001 een mutatie gemaakt waarin staat opgenomen: "bespreking gggum (oc: [medeverdachte 3] ter plekke)".

h. Een onderzoek bij [bedrijf 3] op 27 september 2004 leidt uiteindelijk (zoals hiervoor onder C2 opgenomen) tot een doorzoeking bij [bedrijf 1] op 6 oktober 2004.

i. Bij deze doorzoeking wordt de harde schijf van de kassaserver van [bedrijf 1] gekopieerd. Dit is de centrale computer waar alle kassa's bij [bedrijf 1] hun gegevens naar toe wegschrijven. [getuige 2], ambtenaar van de Belastingdiens FIOD, heeft een onderzoek verricht naar de op deze harde schijf aanwezige gevensdirectory's van het kassa[programma]. [getuige 2] concludeert uit dit onderzoek dat gedurende de gehele ten laste gelegde periode omzet van [bedrijf 1] is afgeroomd. [getuige 2] leidt dit af uit de omstandigheden dat met regelmaat bonnen zijn gewist uit het kassasysteem van [bedrijf 1] met behulp van de commandoregel en de (grote) verschillen tussen de omzet volgens het netkasblad en de omzet die uit de ACL-fragmenten is berekend.

j. Verder wordt bij de doorzoeking de administratie van [bedrijf 1] in beslag genomen. Uit de administratie blijkt dat [bedrijf 1] een kladkasboek opmaakt en vervolgens aan de hand van het kladkasboek een netkasboek opmaakt. Het kladkasboek werd vervolgens vernietigd.

k. De lonen van het personeel werden betaald per kas. In het kladkasboek werden steeds alle betalingen per persoon bijgehouden. In het netkasboek werden alleen de totaal uitbetaalde lonen opgenomen.

l. Uit de doorzoeking op 6 oktober 2004 en uit de verklaringen van de naar aanleiding daarvan gehoorde getuigen alsmede uit de verklaringen van verdachte en [ medeverdachte 2], blijkt vervolgens (naast het bovenstaande) nog het volgende.

o Alle belastingaangiften, zowel voor de loonbelasting als voor de omzetbelasting, worden verzorgd door [bedrijf 4] te Amsterdam. Per maand wordt de complete administratie over de voorliggende periode ingeleverd bij [bedrijf 4] zodat zij de aangifte omzetbelasting en de aangifte loonbelasting kan doen.

o [naam] is bedrijfsleider van [bedrijf 1]. Hij houdt zich in dat kader onder andere bezig met de administratie van [bedrijf 1]. Hij verklaart hierover dat hij maandelijks zowel de gegevens voor de aangifte loonbelasting als de stukken voor het verzorgen van de aangifte omzetbelasting aanlevert aan [bedrijf 4].

o Verdachte komt in ieder geval iedere maandag bij [bedrijf 1] om de kas te tellen en kasgeld op de bank te storten.

o [naam] heeft met medeweten van verdachte in de maanden april, mei, en juni 2004 gebruik gemaakt van de gumregel en daarmee bonnen uit het kassasysteem gewist alsmede een deel van de salarissen zwart uitbetaald, wat in die maanden heeft geleid tot het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting en loonbelasting van [bedrijf 1] (het hof begrijpt: [bedrijf 1]

E3.3.1.

Uit vorengenoemde feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang beschouwd, leidt het hof af dat het onder 1. primair, onder 2. primair, onder 3. primair en onder 4. primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden als hiervoor weergegeven. Verdachte was meteen vanaf de aanschaf van het [kassasysteem] op de hoogte van de verborgen optie om bonnen te wissen (gumregel) en de toepassing daarvan. Vervolgens blijkt uit het contact tussen verdachte, [ medeverdachte 2] en [ medeverdachte 1] gedurende de bewezen verklaarde periode, alsmede de resultaten uit het onderzoek van [getuige 2] dat de gumregel ook feitelijk door [bedrijf 1] wordt toegepast en dat derhalve ook daadwerkelijk bonnen worden gewist. Daarnaast tonen de grote verschillen tussen de omzet volgens het netkasblad en de omzet volgens de ACL-bestanden aan dat met regelmaat (ofwel door gebruik van de gumregel ofwel op andere wijze) omzet is afgeroomd. [naam] verklaart bovendien dat met medeweten van verdachte in het tweede kwartaal van 2004 met de gumregel is gewerkt en dat het personeel in die periode gedeeltelijk zwart is uitbetaald. Het vorenstaande leidt naar het oordeel van het hof tot de conclusie dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het bewezen verklaarde onder 1. tot en met 4., I en II zoals hiervoor weergegeven.

Het hof overweegt in het bijzonder nog het volgende.

E3.3.2.

De rechtspersoon [bedrijf 1] is steeds de persoon die aangifteplichtig is voor de omzetbelasting en loonbelasting van [bedrijf 1]. Verdachte is als directeur-aandeelhouder en leidinggevende van [bedrijf 1] verantwoordelijk voor het op juiste wijze voeren van de administratie van [bedrijf 1] en het aan de hand daarvan op basis van de juiste bedragen doen van de aangiften loonbelasting en omzetbelasting door de rechtspersoon [bedrijf 1] Het ligt immers op de weg van verdachte om als goed ondernemer oplettend te zijn en te zorgen dat de administratie in orde is. Daarnaast is [ medeverdachte 2] als bedrijfsleider van [bedrijf 1] nauw betrokken bij het voeren van de administratie en het doen van de aangiften loonbelasting en omzetbelasting nu hij de maandelijkse administratie van [bedrijf 1] verzorgt en [bedrijf 4] voorziet van de gegevens ten behoeve van het verzorgen van de aangiften loonbelasting en omzetbelasting. Het vorenstaande maakt naar het oordeel van het hof dat verdachte de feiten 1., 2. en 3. tezamen en in vereniging met zowel de rechtspersoon [bedrijf 1] als [ medeverdachte 2] heeft gepleegd en als feitelijk leidinggevende van de onder 4. primair ten laste gelegde feiten dient te worden aangemerkt.

E3.3.3.

Zijdens verdachte is aangevoerd dat de resultaten van het onderzoek als hiervoor weergegeven onder E3.2, sub i volstrekt onduidelijk en onbetrouwbaar zijn en derhalve niet kunnen worden gebezigd voor het bewijs.

Het hof verwerpt deze stelling. Uit genoemd onderzoek blijkt dat de kassabestanden van [bedrijf 1] in de bewezen verklaarde periode zijn gemanipuleerd middels de commandoregel in de [applicatie]. Dit blijkt onder meer uit het feit dat zogenoemde "no-sale-records" zijn gevonden op andere invoerpunten dan de kassa met het nummer 05. De kassa met het nummer 05 blijkt de enige kassa waar vandaan uit de kassalade kan worden gewisseld. De overige nummers blijken invoerpunten te zijn. Wanneer een "no sale" voorkomt bij een andere kassa dan het nummer 05 duidt dit op het gebruik van de commandoregel.

Verder blijkt uit het onderzoek dat de omzet die door verdachte in het netkasboek is opgenomen met regelmaat fors lager is dan de omzet die aan de hand van de teruggehaalde ACL-bestanden is berekend.

Het hof acht geen gronden aanwezig het vorenstaande onbetrouwbaar dan wel onduidelijk te bestempelen zodat de resultaten van het onderzoek gebezigd kunnen worden voor het bewijs.

E3.3.4.

Zijdens verdachte is vervolgens aangevoerd dat de verklaringen van [ medeverdachte 2] zoals afgelegd bij de FIOD ECD (zoals onder meer ook weergegeven onder E3.2, sub l) niet voor het bewijs gebezigd mogen en kunnen worden. [naam] is, aldus de verdediging, emotioneel zwaar onder druk gezet en heeft zich geïntimideerd gevoeld. Deze druk bij [naam] werd mede veroorzaakt doordat zijn partner en hij zich op dat moment in de laatste fase van een IVF behandeling bevonden. [naam] is in de periode rond dit verhoor bovendien bijgestaan door een piketadvocaat met beperkte ervaring in plaats van de verzochte eigen advocaat met ervaring.

E4.

Het hof is van oordeel dat iedere verhoorsituatie een bepaalde mate van druk met zich brengt. Het hof is evenwel van oordeel dat noch uit het door de raadsman gestelde met betrekking tot de IVF noch anderszins is gebleken van een ongeoorloofde druk die op [naam] zou zijn uitgeoefend.

Voor zover de verdediging heeft bedoeld te stellen dat geen verhoor had mogen plaatsvinden omdat [naam] tijdens het verhoor is bijgestaan door een piketadvocaat en niet door zijn eigen raadsman dan vindt deze stelling geen steun in het recht.

Het hof acht de verklaringen van [naam] bruikbaar voor het bewijs. Deze verklaringen vinden bovendien steun in de overige stukken die voor het bewijs gebezigd worden, in het bijzonder de documenten als weergegeven onder E3.2, sub f en g en de resultaten van het onderzoek als bedoeld onder E3.2, sub i.

Het verweer wordt verworpen.

12. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde onder 1. primair is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 69, tweede lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen juncto artikel 47, eerste lid aanhef en onder 1 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Het bewezen verklaarde onder 2. primair en 3. primair is telkens voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 69, tweede lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, juncto artikel 47, eerste lid aanhef en onder 1, juncto artikel 57, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Het bewezen verklaarde onder 4. primair is voorzien en strafbaar bij artikel 68, tweede lid, aanhef en onder d en onder e, juncto artikel 69, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, juncto artikel 47, eerste lid, aanhef en onder 1, juncto artikel 51, tweede lid, aanhef en onder 2, juncto artikel 57, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het ten laste gelegde.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

13. Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

14. Op te leggen straf

De advocaat-generaal heeft gevorderd - kort weergegeven - verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk.

Hij heeft daarbij, als verwoord in zijn schriftelijk requisitoir en repliek, rekening gehouden met een fiscaal nadeel van 1,5 miljoen euro.

Voorts heeft de advocaat-generaal gelet op het stelselmatig en duurzaam karakter van de gepleegde fraude, het feit dat verdachte geen blijk heeft gegeven de ernst van zijn handelen in te zien en de strafoplegging in vergelijkbare zaken.

Anderzijds heeft de advocaat-generaal is strafmatigende zin acht geslagen op het tijdsverloop tussen de pleegperiode en het te verwachten arrest van het hof en het feit dat verdachte niet eerder soortgelijke strafbare feiten heeft gepleegd.

De raadsman heeft, voor het geval het hof tot een veroordeling zou komen, zijdens verdachte bepleit, als op de gronden in de pleitnota weergegeven, bij de bepaling van de straf rekening te houden met de financiële situatie van verdachte en heeft oplegging van een taakstraf bepleit.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Daarbij is rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd en de mate waarin het bewezen verklaarde heeft geleid tot nadeel voor de maatschappij.

Met betrekking tot de op te leggen straf overweegt het hof in het bijzonder nog het volgende.

- De gepleegde fraude is gedurende een lange periode vast onderdeel geweest van het bedrijfsproces binnen [bedrijf 1].

- De advocaat-generaal heeft een overzicht gegeven van de naheffingen die zijn opgelegd en daaruit geconcludeerd dat het nadeel dat de fiscus in de tenlastegelegde periode heeft geleden door het frauduleuze handelen van verdachte 1,5 miljoen euro bedraagt. Nu het hof met name ten aanzien van de loonbelasting slechts tot bewezenverklaring van 1 kwartaal komt en ten aanzien van de omzetbelasting tot vrijspraak komt van een aantal maanden, gaat het hof uit van een nadeel van ruim 100.000 euro.

- Verdachte is eigenaar van [bedrijf 1] en heeft, in tegenstelling tot [ medeverdachte 2], ook daadwerkelijk financieel voordeel gehad bij de gepleegde belastingfraude.

- Verdachte is terzake soortgelijke strafbare feiten nog niet eerder veroordeeld;

- Na het tijdstip waarop het bewezen verklaarde heeft plaatsgevonden is inmiddels geruime tijd verstreken.

Met oplegging van daarnaast een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete heeft het hof rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.

15. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 51 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 68 en 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het onder 1. primair, onder 2. primair, onder 3. primair en onder 4. primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het onder 1. primair, onder 2. primair, onder 3. primair en onder 4. primair bewezen verklaarde oplevert:

1.

Medeplegen van opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven.

2. en 3. telkens:

Medeplegen van opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd.

4.

I Medeplegen van opzettelijk als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht is tot het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, zodanige administratie niet voeren, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, en

II medeplegen van opzettelijk als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht is tot het bewaren van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, deze niet bewaren, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.

Verklaart verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 8 (acht) maanden, niet zal worden ten uitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van EUR 10.000,= (tienduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 80 (tachtig) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. H. Harmsen, voorzitter,

mr. J.W.J. Huige en mr. E.S.G.N.A.I. van de Griend,

in tegenwoordigheid van mr. C.A. Blokx-van Roosmalen, griffier,

en op 29 februari 2008 ter openbare terechtzitting uitgesproken.