Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2008:BC2838

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
09-01-2008
Datum publicatie
28-01-2008
Zaaknummer
1184-H-07
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Wettelijke grond voor ondertoezichtstelling niet langer aanwezig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 9 januari 2008

Rekestnummer : 1184-H-07

Rekestnr. rechtbank : JE RK 07-1095

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

procureur mr. D.K.P.K. El Fadili,

tegen

de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden,

kantoorhoudende te ’s-Gravenhage,

hierna te noemen: Jeugdzorg.

Als belanghebbende is aangemerkt:

[belanghebbende],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de vader,

Als informant is aangemerkt:

de raad voor de kinderbescherming,

vestiging ’s-Gravenhage,

hierna te noemen: de raad.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De moeder is op 20 augustus 2007 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 28 juni 2007 van de kinderrechter in de rechtbank ’s-Gravenhage.

Jeugdzorg heeft op 14 september 2007 een verweerschrift ingediend.

Van de zijde van de moeder zijn bij het hof op 7 december 2007 aanvullende stukken ingekomen.

Op 12 december 2007 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de moeder, bijgestaan door haar procureur, en namens Jeugdzorg: mevrouw M. de Graaf en mevrouw

P. Tielemans. Verder is verschenen de vader. De raad is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De aanwezigen hebben het woord gevoerd.

HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN DE VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking van de rechtbank ’s-Gravenhage. Bij die beschikking is de ondertoezichtstelling van na te noemen minderjarige verlengd van 4 juli 2007 tot 4 juli 2008.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de ondertoezichtstelling van de minderjarige:

[kind], geboren op [geboortedatum], verder: [kind].

[kind] verblijft bij de moeder, die het eenhoofdig ouderlijk gezag over haar uitoefent. [kind] is door de vader erkend.

2. De moeder verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, te bepalen dat het inleidend verzoek van Jeugdzorg tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen, althans te bepalen dat de verlenging korter zal zijn dan één jaar.

3. Jeugdzorg bestrijdt haar beroep en verzoekt daarbij de bestreden beschikking te bekrachtigen en mitsdien het verzoek in hoger beroep, strekkende tot vernietiging van de bestreden beschikking, af te wijzen.

4. De moeder stelt in hoger beroep dat de wettelijke gronden voor een ondertoezichtstelling ontbreken. De rechtbank heeft volgens de moeder ten onrechte en slechts op grond van het dossier van Jeugdzorg geoordeeld dat er voldoende gronden aanwezig zijn om de ondertoezichtstelling te verlengen. De moeder stelt dat aan alle eisen die in het dossier van Jeugdzorg zijn opgenomen, is voldaan. In dit kader verklaart de moeder ter terechtzitting dat zij, samen met de vader, een veilige en stabiele omgeving heeft gecreëerd voor [kind]. Zo is de woning aangepast. Er zijn ronde meubels aangeschaft, alle scherpe en gevaarlijke voorwerpen zijn uit huis verwijderd en de toegang tot het balkon is met sloten vergrendeld. Daarnaast is er altijd tenminste één ouder aanwezig en is er dus nooit sprake van een gebrek aan ouderlijk toezicht. Er hebben zich de laatste tijd dan ook geen ongelukken voorgedaan. Bovendien geeft de moeder aan dat zij en de vader hulp van buitenaf accepteren. De ouders geven echter de voorkeur aan hulpverlening op vrijwillige basis omdat zij de hulpverlening van Jeugdzorg als dwingend en bedreigend beschouwen. De ouders vrezen dat uithuisplaatsing het gevolg zou kunnen zijn wanneer zij aanbevelingen van Jeugdzorg niet volgen. Inmiddels ontvangen zij sinds een maand, éénmaal per week ambulante hulpverlening van Jeugdformaat. De communicatie verloopt goed. Daarnaast blijft hulpverlening van Jeugdzorg in het huis aanwezig aangezien sinds kort twee stiefbroers bij [kind] en de moeder in huis wonen en onder toezicht staan van Jeugdzorg. Tevens stelt de moeder dat [kind], volgens haar leerkracht, een positieve ontwikkeling op school doormaakt. Ze is niet agressief naar andere kinderen toe en communiceert goed. De school geeft te kennen geen problemen te ondervinden met [kind]. Gelet op het voorgaande is de moeder van mening dat er geen gronden meer aanwezig zijn die een ondertoezichtstelling nog langer rechtvaardigen.

5. Jeugdzorg verklaart bij monde van mevrouw Tielemans ter terechtzitting dat zij sinds medio juli 2007 de nieuwe gezinsvoogd is. Sinds deze periode is er sprake van een positieve ontwikkeling van [kind]. Jeugdzorg stelt dat weliswaar niet alle doelen uit het dossier volledig zijn bereikt, maar wel grotendeels. De ouders hebben een veilige en stabiele omgeving voor [kind] gecreëerd en zijn bewust bezig met de opvoeding van [kind]. Er is voldoende ouderlijk toezicht. Er is geen sprake van huiselijk geweld of een ernstige bedreiging van de belangen van [kind]. De communicatie met de hulpverlening loopt goed in de situatie dat ouders en Jeugdzorg het met elkaar eens zijn. Jeugdzorg plaatst hierbij de kanttekening dat problemen in de communicatie zich nog wel voordoen op het moment dat ouders het oneens zijn met de aanbevelingen van Jeugdzorg. Zij vertonen dan agressief gedrag en gebruiken grof taalgebruik. Deze communicatie kan voor [kind] schadelijk zijn omdat zij dit gedrag overneemt. De ouders zouden vaker praktische tips van de hulpverlening kunnen overnemen. Op school gaat het goed met [kind]. Ze vertoont geen agressief gedrag tegen andere kinderen.

6. Het hof is van oordeel dat de bestreden beschikking dient te worden vernietigd omdat de wettelijke gronden voor ondertoezichtstelling op dit moment niet aanwezig zijn. Uit de aan het hof overgelegde stukken en uit het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat de ouders voorwaarden hebben geschapen voor het waarborgen van een veilige en stabiele omgeving voor [kind]. Er is voldoende ouderlijk toezicht en daardoor geen risico meer op ongelukken. [kind] maakt het goed op school en gedraagt zich niet agressief tegen andere kinderen. De ouders hebben hulp van Jeugdformaat geaccepteerd. Daarnaast houdt Jeugdzorg toezicht op het huishouden van de ouders in verband met de ondertoezichtstelling van de twee stiefbroers van [kind]. Het hof is van oordeel dat thans niet langer sprake is van een ernstige geestelijke of lichamelijke bedreiging van [kind].

7. Uit het voorgaande volgt dat de ondertoezichtstelling van [kind] met ingang van heden moet worden opgeheven. Mitsdien dient als volgt te worden beslist.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking met ingang van heden en,

wijst het inleidend verzoek voor zover betreffende de periode met ingang van heden af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. van Nievelt, van Leuven en Punselie, bijgestaan door mr. Prins als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 januari 2008.