Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2007:BD6473

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
06-07-2007
Datum publicatie
07-07-2008
Zaaknummer
05/922
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Arbeid, zorgplicht werkgever ex 7:685 BW. Voor eindarrest zie LJN: BD6319.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0439

Uitspraak

Uitspraak: 6 juli 2007

Rolnummer: 05/922

Zaaknummer rechtbank: 344760 \ CV EXPL 03-1628

HET GERECHTSHOF TE ’S-GRAVENHAGE, negende civiele kamer, heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van

[WERKNEMER],

wonende te [Woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: [Werknemer],

procureur: mr. L.S.J. de Korte,

tegen

LAS- EN MONTAGEBEDRIJF ZAPPEY B.V.,

gevestigd te Schoonebeek,

geïntimeerde,

hierna te noemen: Zappey,

procureur: mr. E.J. van der Wilk.

Het verloop van het geding

Bij exploot van 25 november 2004, hersteld bij exploit van 30 november 2004, hersteld bij ex¬ploit van 16 maart 2005, is [Werknemer] in hoger beroep gekomen van de vonnissen van 11 decem¬ber 2003 (hierna: het tus¬senvonnis) en 26 augustus 2004 (hierna: het eindvonnis) van de recht¬bank 's-Gra¬ven¬hage, sector kanton, locatie Gouda, gewezen tussen partijen.

Bij memorie van grieven heeft [Werknemer] drie grieven tegen het eindvonnis aange¬voerd; daarbij vordert hij restitutie van door hem ingevolge het eindvonnis be¬taalde proceskosten.

Zappey heeft een memorie van antwoord genomen.

[Werknemer] heeft een akte uitlating over verweer niet ontvankelijkheid genomen.

Zappey heeft een antwoordakte genomen.

Tot slot hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

De beoordeling

1. Het hof gaat uit van de feiten zoals die door de rechtbank onder 1.1. t/m 1.14. van het tus¬senvonnis zijn vastgesteld, nu die als zodanig in hoger beroep niet wor¬den bestreden.

2. Het gaat, kort gezegd, om het volgende.

2.1. In 1986 is [Werknemer] in dienst getreden van Zappey in de functie van fitter. Dit betrof een full¬time dienstverband.

2.2. [Werknemer] heeft op 20 december 1994 het zgn. veiligheids-I-certificaat behaald.

2.3. Op 9 maart 2001 was [Werknemer] voor Zappey werkzaam in een gebouw van het bedrijf DSM in Emmen. In de hal - zijnde een los-, opslag- en productieruimte - waar [Werknemer] werkte, be¬von¬den zich dozen, opgesteld op pallets, die (door medewerkers van DSM) werden gevuld met hard¬kunststof korrels. Op enig moment is [Werknemer] ten val gekomen. [Werknemer] was vóór 9 maart 2001 niet werkzaam geweest in de desbetreffende hal. [Werknemer] droeg ten tijde van het ongeval veiligheidsschoeisel, halfhoge werkschoenen met stalen neuzen.

2.4. Bij het onder 2.3. vermelde ongeval (hierna: het ongeval) heeft [Werknemer] letsel opge¬lo¬pen aan zijn linker voet.

2.5. Een door Zappey overgelegd rapport, op 12 maart 2001 ondertekend namens Zappey en op 17 oktober 2001 ondertekend door [Werknemer], vermeldt, voor zover van belang, het volgende:

"Toedracht Onbekend, getroffene lag plots op de grond, en had een stekende pijn in de voet.

(..)

Letsel twee gebroken tenen, waarvan één op twee plaatsen.

Getuigen Geen"

2.6. Op 13 maart 2001 heeft een intern onderzoek plaatsgevonden naar de toedracht van het ongeval.

2.7. Bij brief van 17 juli 2001 heeft P.E.J. Karnstra, orthopedisch chirurg, het volgende mee¬ge¬deeld aan de huisarts van [Werknemer]:

"Bovengenoemde patiënt zag ik op het spreekuur wegens een pijnlijke linker voet. De klachten zijn ont¬staan na een bedrijfsongeval, waarbij patiënt ten val kwam en de voet klem kwam te zitten. Er waren fo¬to's gemaakt in het Scheperziekenhuis, waarop fracturen van de metatarsalia zichtbaar waren."

2.8. Een "vragenlijst bedrijfsongeval/vragenlijst letsel", door [Werknemer] ondertekend op 1 decem¬ber 2001, vermeldt onder meer het volgende:

"Toedracht

1. Geef hieronder een zakelijke beschrijving van de toedracht van het ongeval

uitgegleden met de voet in een pallet en toen omgevallen

(.. )

Informatie met betrekking tot het letsel

1. Opgelopen letsel 1. verbrijzeld middenvoets gewrichten

(zo goed mogelijk omschrijven)"

2.9. Een verslag d.d. 17 december 2001, ondertekend door R.H. Verhoog en G.M. Vos namens Zappey, alsmede door [Werknemer], vermeldt onder meer het volgende:

"[Werknemer] geeft in het gesprek aan dat hij geen aanwijsbare oorzaak weet wat mogelijk aanleiding kan zijn geweest voor zijn val.

[Werknemer]: Ik lag plotseling op de grond en had een stekende pijn in mijn linker voet. Ik ben voorover geval¬len maar ik weet niet wat de oorzaak was. Dit gebeurde omstreeks 11.30 die vrijdag.

De vloer was aangeveegd en het werkgebied was afgezet.

Mijn vader [..] en [Y] hebben mij via de zijdeur naar de bus begeleid en mij naar de keet van Zappey gereden.

Daar heeft [Z] mijn voet in een emmer koud water gezet en hebben we met z'n allen vis ge¬ge¬ten.

Na de pauze heeft een van mijn collega's mij naar het ziekenhuis gebracht.

In de eerste instantie was de uitslag van ziekenhuis dat er twee tenen uit de kom waren en dat er een breuk was. De arts heeft mijn voet niet eens aangeraakt maar alleen op een afstand mijn voet bekeken.

Op 10-07-2001 zijn er weer foto's gemaakt van mijn voet en toen gaf men mij te kennen dat er sprake was van verbrijzeling."

2.10. Bij brief van 17 december 2001 heeft A.A.J. Houtsma, bedrijfsarts van Arbo Unie (hierna: de bedrijfsarts), voor zover van belang, het volgende meegedeeld:

"Betrokkene is nog arbeidsongeschikt ten gevolge van een bedrijfsongeval wat hem op 9 maart 2001 overkwam. De toedracht van het ongeval is niet geheel duidelijk: er was geen van buiten komende oor¬zaak; betrokkene is gevallen, waarover is niet duidelijk, en heeft daarbij meerdere fracturen van de lin¬ker voorvoet opgelopen. Het herstel verliep zodanig met complicaties, dat betrokkene blijvende afwij¬kingen aan de voorvoet houdt, en ook blijvende beperkingen ten aanzien van lopen en staan zal hou¬den."

2.11. Namens [Werknemer] is Zappey - als formele werkgever - bij brief van 7 januari 2002 aanspra¬ke¬lijk gesteld voor de schade die [Werknemer] lijdt en zal lijden als gevolg van het in sub 2.2. vermel¬de ongeval.

2.12. GAB Robins Takkenberg B.V. heeft in opdracht van de verzekeraar van Zappey een on¬der¬zoek ingesteld.

2.13. Bij brief van 22 november 2002 heeft de bedrijfsarts aan de medisch adviseur van FNV Ledenservice, voor zover van belang, het volgende bericht:

"Betrokkene was op 4/11/2002 nog ongeschikt voor alle lopende werkzaamheden. Ik verwacht dat eind januari 2003 weer enige werkzaamheden geprobeerd kunnen gaan worden. Het bedrijf kan u inlichten op welke manier dit ingevuld zal worden."

2.14. Bij brief van 28 november 2002 heeft P.C.Th. van Aanholt, revalidatie-arts, voorzover van belang, het volgende meegedeeld aan de huisarts van [Werknemer]:

"Anamnese:

Patiënt vertelde mij dat hij op 04-03-2001 met zijn voet in een pallet heeft gezeten die 180° om de as ge¬draaid is. In de voorvoet zou alles kapot zijn geweest.

Hij bleef pijn houden na aanvankelijk eerst een gips corset te hebben gehad.

Uiteindelijk werd hij op 28-06-2002 door collega […] geholpen. De operatie heeft de klachten een heel klein beetje kunnen verminderen. Het lopen op blote voeten blijft een probleem. Wanneer hij op de voet staat wil hij wel eens omvallen van de pijn. Hij heeft altijd gewerkt in de metaal. Van onderhoud tot constructie. Hij werkt met name op het oude AKZO terrein.

Als hobby's noemt hij autocrossen en het sleutelen eraan. Dit wil niet meer."

2.15. Bij brief van 13 maart 2003 heeft de bedrijfsarts onder meer het volgende bericht aan de medisch adviseur van FNV Ledenservice:

"Er zit vooruitgang in het ziektebeeld van dhr. [Werknemer]; na de operatie begint de functie van de voet geleidelijk te herstellen. Betrokkene heeft minder pijn en kan weer enige honderden meters lopen.

Dhr. [Werknemer] was met ingang van 10/2/2003 arbeidsgeschikt voor lichte werkzaamheden conform het beperkingenpatroon op basis van arbeidstherapie, te starten met 2 uur per dag. Beperkingen: beperkt staan en lopen, afgewisseld met zitten. Hij breidt nu zijn uren geleidelijk uit naar 4 uur per dag, waarbij het beperkingenpatroon gehandhaafd blijft."

2.16. [Werknemer] vordert - kort gezegd:

a) vergoeding van de door [Werknemer] geleden en nog te lijden materiële en immate¬riële schade voor zover deze verband houdt met het ongeval, nader op te maken bij staat, en voorts te ver¬meerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het ontstaan van de schade, althans vanaf 7 januari 2002;

b) buitengerechtelijke kosten ad € 1.751,76, te vermeerderen met de wet¬telijke rente primair vanaf 5 mei 2003, subsidiair vanaf veertien dagen na betekening van de dagvaarding;

c) proceskosten.

2.17. Nadat in vervolg op het tussenvonnis getuigenverhoren hebben plaatsgevonden, heeft de rechtbank in het eindvonnis de vorderingen van [Werknemer] afgewezen en hem in de proceskos¬ten veroordeeld.

3. Het uitbrengen van twee herstelexploten - het eerste om de foutieve vermelding van het adres van het hof te corrigeren, het tweede om binnen 14 dagen na de oorspronkelijk aan¬ge¬zegde zittingsdag een nieuwe zittingsdag aan te zeggen - is toegestaan, zodat [Werknemer] in zijn hoger beroep zal worden ontvangen.

4. Het hof zal de met de grieven en de toelichting daarop aan de orde gestelde vragen hieron¬der behandelen en overweegt daaromtrent als volgt.

5. Artikel 7:658 lid 1 BW heeft de strekking een zorgplicht in het leven te roepen en verplicht de werkgever voor het verrichten van de arbeid zodanige maat¬regelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. Met deze bepaling wordt niet beoogd een absolute waarborg te scheppen voor de bescherming van de werknemer tegen het gevaar van ongevallen die hem kunnen overkomen door het gebruik van de werktui¬gen en gereedschappen, waarmee de werk¬ge¬ver de arbeid doet verrichten. De bepaling beoogt wel de bescherming van de werknemer te¬gen het oplopen van schade als hier bedoeld voor zo¬ver dat redelijkerwijs in verband met de aard van de arbeid kan worden gevorderd.

6. Wanneer er veronderstellenderwijs van wordt uitgegaan dat het ongeval, zoals door [Werknemer] is gesteld, is veroorzaakt door¬dat [Werknemer] is uitgegleden over op de vlakke betonnen vloer van de werkplek liggende hard¬kunst¬stofkorrels, dan moet vervolgens de vraag worden beantwoord of Zappey meer maatrege¬len ter voorkoming van een en ander had moeten treffen dan waarvan feitelijk sprake was.

7. [Werknemer] heeft onweersproken gesteld dat hij op de dag van het ongeval - zijn eerste werkdag bij DSM - niet is gewaarschuwd voor het risico van op de werkvloer liggende hardkunststofkor¬rels, zodat het hof het ervoor houdt dat dit niet is gebeurd. Ter beantwoording van de vraag of dit niet van Zappey had mogen worden verlangd heeft het hof behoefte aan nadere inlichtingen

over:

a) de zichtbaarheid van de betreffende korrels op die bewuste dag op de werkplek van [Werknemer] (de kleur van de vloer; de kleur van de korrels; de belichting enz.);

b) de vraag waardoor [Werknemer] (bij gebreke van enige waarschuwing) op de aanwezigheid van de korrels bedacht hebben moeten zijn;

c) het profiel van de zolen van veiligheidsschoenen die [Werknemer] ten tijde van het ongeval onweersproken verplicht droeg, en de bescherming die deze schoenen specifiek beogen;

d) de kennis die [Werknemer] had uit hoofde van het hierboven sub 2.2. bedoelde certificaat.

Uit praktische overwegingen verzoekt het hof daarbij ook aan te geven hoe het verdere herstel van [Werknemer] tot dusverre is verlopen.

De zaak zal daartoe voor het nemen van een akte aan de zijde van Zappey naar de rol worden verwezen als hierna vermeld. [Werknemer] zal daarop bij antwoordakte mogen reageren.

8. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

De beslissing

Het hof:

- verwijst de zaak naar de rol van donderdag 9 augustus 2007 voor het ne¬men van een akte door Zappey als hierboven sub 7. bedoeld;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.H. van Coeverden, M.J. van der Ven en T.L. Tan en is uit¬ge¬sproken ter openbare terechtzitting van 6 juli 2007 in aanwezigheid van de griffier.