Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2007:BC1036

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-12-2007
Datum publicatie
02-01-2008
Zaaknummer
2200159507
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak ter zake van huiselijk geweld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-001595-07

Parketnummer(s): 09-535738-06

Datum uitspraak: 21 december 2007

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 19 maart 2007 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Soedan) op [geboortedag] 1968,

adres: [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van

31 juli 2007 en 7 december 2007.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie in dit arrest is gevoegd.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 39 dagen, met aftrek van voorarrest, alsmede tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaren, onder de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, ook indien dat een behandeling bij De Waag zal inhouden zolang als de reclassering zulks nodig acht.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 39 dagen, met aftrek van voorarrest, alsmede tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaren, onder de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht.

Naar het oordeel van het hof is evenwel niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd.

Daartoe heeft het hof het volgende overwogen.

De echtgenote van de verdachte heeft aangifte gedaan van mishandeling door de verdachte. Blijkens de in het dossier gevoegde foto’s en de constatering van de verbalisanten heeft zij letsel ten tijde van de aangifte.

De verdachte ontkent. Hij heeft keer op keer verklaard zijn echtgenote nog nooit te hebben mishandeld.

Hij heeft tegenover het hof verklaard dat hij zijn echtgenote in een ruzie alleen een duw heeft gegeven waarna zij ergens tegenaan is gevallen. Daarbij, of op andere wijze, heeft zij letsel opgelopen. Hij heeft het niet toegebracht.

De aangeefster heeft, nadat zij aangifte heeft gedaan en haar echtgenoot kwam vast te zitten, per brief laten weten dat zij zelf de ruzie heeft uitgelokt, dat ze overspannen was en dat ze spijt heeft van haar aangifte.

Tegenover de raadsheer-commissaris is de aangeefster voor het eerst met tolk gehoord en heeft ze haar belastende verklaring nagenoeg geheel ingetrokken.

Volgens zowel de verdachte, als de aangeefster tegenover de raadsheer-commissaris, zou het volgende zijn gebeurd.

De aangeefster heeft de verdachte in een vlaag van jaloezie en woede – naar haar zeggen onder invloed van een prille zwangerschap – die avond wakker gemaakt en ruzie met hem gezocht. De verdachte wilde daarop het huis uitgaan, maar de aangeefster wilde dat bemoeilijken door zijn autosleutel en GSM-telefoon af te pakken en weg te gooien. Daar was de verdachte het niet mee eens. In haar poging om dat door te zetten bijt zij hem in de hand. Van dat wondje is een foto in het dossier gevoegd. De verdachte verweert zich daartegen – de autosleutel nog in de hand – en duwt haar van zich af. Daarop valt de aangeefster tegen de bedrand aan.

Het hof heeft voorts waargenomen dat de foto’s van het letsel van de aangeefster, deze gang van zaken niet uitsluiten.

Het Hof heeft op deze foto’s ook waargenomen dat het letsel niet geheel in overeenstemming is te brengen met de mishandelingen die de verdachte volgens de aangifte zou hebben begaan.

Al het voorgaande afwegende, is het hof van oordeel dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend is bewezen.

Het Hof is daarbij ten aanzien van het wegduwen als telastegelegd van oordeel dat, mede gelet op de omstandigheden waaronder deze handeling volgens de verklaringen van beiden heeft plaatsgevonden, het (voorwaardelijk) opzet op mishandeling ontbreekt.

Uit het voorgaande vloeit voort dat de verdachte van het tenlastegelegde behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. B.A. Stoker-Klein,

mr. A.J.M. Kaptein en mr. G.J.W. van Oven, in bijzijn van de griffier mr. B.A.A. Daino-Postma.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 21 december 2007.