Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2007:BC0254

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-10-2007
Datum publicatie
17-12-2007
Zaaknummer
887-M-06
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg op LJN mummer AZ4433. Afloop en afdoening na regiezitting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 24 oktober 2007

Rekestnummer : 887-M-06

Rekestnr. rechtbank : 53-05

[De moeder],

wonende te [woonplaats],

verzoekster, tevens voorwaardelijk incidenteel verweerster, in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

procureur mr. H.H.M. de Vries-Veringa,

tegen

[de vader],

wonende te [woonplaats],

verweerder, tevens voorwaardelijk incidenteel verzoeker, in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

procureur mr. H.J.A. Knijff.

VERDERE PROCESVERLOOP

Het hof verwijst voor het verloop van het geding naar zijn tussenbeschikking van 13 december 2006, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast moet worden beschouwd. Bij die beschikking heeft het hof onder meer bepaald dat partijen nadere (financiële) gegevens dienen te verstrekken en dat er een regiezitting zal zijn op 30 januari 2007. Voorts is tot deskundige benoemd de heer A. Hak, registeraccountant bij Hak & Baak Accountants.

Nadien zijn de volgende stukken bij het hof ingekomen:

- van de zijde van de moeder op 24 januari 2007 een fax en op 25 januari 2007 een brief met bijlagen;

- van de zijde van de vader op 10 januari 2007 twee brieven met bijlagen.

Op 30 januari 2007 is er een regiezitting geweest, waarvan proces-verbaal is opgemaakt. Tijdens de zitting zijn de onderzoeksvragen voor de deskundige geformuleerd.

Nadien zijn de volgende stukken bij het hof ingekomen:

- van de zijde van de moeder op 2 februari 2007 een brief met bijlagen en op 28 maart 2007 een brief met bijlagen;

- van de deskundige op 28 juni 2007 het conceptrapport met bijlagen.

Op 5 juli 2007 is er wederom een regiezitting geweest, waarvan proces-verbaal is opgemaakt. Tijdens de zitting zijn partijen tot overeenstemming gekomen, waardoor de huwelijkse voorwaarden zijn afgewikkeld. Partijen hebben daarbij het hof verzocht nog te beslissen op het verzoek om kinder- en partneralimentatie. Zij zijn overeengekomen, dat zij binnen veertien dagen na 5 juli 2007 het hof en elkaar zullen voorzien van de meest recente relevante informatie en dat zij niet op elkaars stukken zullen reageren.

Nadien zijn de volgende stukken bij het hof ingekomen:

- van de zijde van de moeder op 17 juli 2007 een brief met bijlagen;

- van de zijde van de vader op 18 juli 2007 twee brieven met bijlagen.

BEOORDELING VAN HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP

1. In geschil zijn thans nog ten aanzien van de alimentatie ten behoeve van de moeder en de kinderalimentatie voor [de minderjarige sub 1], geboren [in] 1991, en [de minderjarige sub 2], geboren [in] 1994, de behoefte van de moeder en van [de minderjarige sub 1] en [de minderjarige sub 2] en de draagkracht van de vader.

2. De moeder verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen wat betreft de kinder- en partneralimentatie en opnieuw beschikkende – uitvoerbaar bij voorraad – de kinderalimentatie vast te stellen op een bedrag van € 500,- per maand per kind, en de partneralimentatie op een bedrag van € 4.500,- bruto per maand.

3. De vader bestrijdt haar beroep en verzoekt incidenteel de bestreden beschikking wat betreft de partneralimentatie te bekrachtigen, althans een partneralimentatie te bepalen die het hof juist acht.

Kinderalimentatie

Behoefte kinderen

4. De vader heeft gesteld dat de rechtbank ten onrechte de behoefte van de kinderen heeft bepaald op € 500,- per kind per maand. Uitgaande van de tabel en het netto besteedbaar inkomen van de vader bedraagt de behoefte € 272,50 per kind per maand. In de brief van 18 juli 2007 van de zijde van de vader wordt gesteld dat hij naast de door de rechtbank in de bestreden beschikking bepaalde alimentatie ook andere kosten van de kinderen betaalt. Hij wil dat de schoolkosten en de kosten van openbaar vervoer worden verdeeld en dat de sportcontributie wordt betaald door degene die de kinderen ervoor aanmeldt. Het is wenselijk dat de kinderalimentatie op nihil wordt gesteld, aldus de vader.

5. De moeder heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

6. Uit de brief van 18 juli 2007 maakt het hof op dat de vader zijn verzoek vermeerdert en nu ook verzoekt de kinderalimentatie op nihil te stellen. Het hof is van oordeel dat deze vermeerdering in strijd is met de eisen van een goede procesorde, nu de vermeerdering pas is gedaan nadat de mondelinge behandeling en het nadien voortgezette schriftelijke debat met die brief werd afgesloten en de moeder niet meer op de vermeerdering kon reageren.

Ten tijde van het huwelijk was er sprake van een hoog uitgavenpatroon van de ouders. De kinderen hebben in een hoge mate van welstand geleefd. Er is nu sprake van co-ouderschap, waarbij de kinderen de ene week bij de vader en de andere week bij de moeder verblijven. De moeder heeft gesteld dat de kinderen, ook indien zij de helft van de tijd bij de vader verblijven, behoefte hebben aan een bijdrage van de vader van € 500,- per kind per maand. Zij heeft ter onderbouwing een kostenoverzicht overgelegd, waaruit blijkt van een bedrag aan extra kosten van € 523,62 per maand voor één kind. De vader heeft gesteld dat hij naast de dagelijkse kosten van verblijf nog € 931,24 per maand voor de kinderen betaalt. Het hof leidt hieruit af dat beide ouders naast de kosten van verblijf van de kinderen nog ieder ongeveer € 500,- per kind per maand uitgeven. Gelet op de inkomens van beide ouders acht het hof het redelijk dat de vader de totale kosten van de kinderen voor zijn rekening neemt. In het licht van het vorenstaande acht het hof een behoefte aan een bijdrage van de vader in de kosten van de kinderen van € 500,- zoals door de rechtbank bepaald, niet onredelijk.

Draagkracht vader

7. De vader heeft gesteld dat zijn draagkracht niet toelaat dat hij geheel in de behoefte van de kinderen voorziet en hij heeft ter staving van zijn stelling een draagkrachtberekening overgelegd.

8. De moeder heeft zijn stelling gemotiveerd betwist.

9. Het hof overweegt het volgende. Uit het rapport van de deskundige van 28 juni 2007 is gebleken dat de vader niet méér inkomen uit zijn onderneming kan genereren dan hij doet. De liquiditeit en solvabiliteit laten niet toe dat dividenden worden uitgekeerd. Het hof gaat voor het inkomen van de vader uit van de jaaropgaaf 2006. Rekening wordt gehouden met een huur van € 650,- per maand. Ook al huurt de vader het pand van zijn bedrijf, het betreft niettemin een verplichting die de vader in privé heeft te voldoen. Naar het oordeel van het hof heeft de vader onvoldoende onderbouwd dat zijn partner niet in eigen levensonderhoud kan voorzien. Daarom zal het hof slechts de helft van de woonlasten meenemen en geen rekening houden met de premie ziektekostenverzekering van de partner van de vader. Evenmin houdt het hof rekening met de aflossing van een schuld. De vader ontvangt nog een behoorlijk bedrag uit het depot dat zou kunnen worden aangewend voor de sanering van de onderneming en er is nu nog onvoldoende zicht op de concrete gevolgen van een regeling met de schuldeisers. Ten slotte houdt het hof rekening met het co-ouderschap. De draagkracht van de vader is dan toereikend om een kinderalimentatie te betalen van € 385,- per kind per maand.

Partneralimentatie

Behoefte moeder

10. De moeder heeft gesteld dat zij behoefte heeft aan een bijdrage van de vader in de kosten van haar levensonderhoud en zij heeft ter staving van haar stelling een behoefteoverzicht overgelegd.

11. De vader heeft haar behoefte aan een bijdrage gemotiveerd betwist.

12. Het hof is van oordeel dat de moeder behoefte heeft aan een bijdrage van de vader.

Daarbij neemt het hof in aanmerking dat partijen ten tijde van het huwelijk hebben geleefd in aanzienlijke welstand en dat zij een royaal bestedingspatroon hadden. Dat zij onvoldoende inkomsten hadden om een dergelijk bestedingspatroon te financieren doet daaraan niet af, nu partijen de uitgaven hebben gedaan ten koste van hun vermogen.

Gelet op het feit dat de moeder na de middelbare school geen vervolgopleiding heeft genoten, dat partijen jong zijn gehuwd en dat er sprake was van een traditioneel rollenpatroon waarbij de moeder de zorg op zich genomen heeft voor de twee kinderen van partijen en niet heeft gewerkt, acht het hof de moeder op dit moment niet in staat om in eigen levensonderhoud te voorzien. Wel mag van haar verwacht worden, gelet op haar leeftijd en de leeftijd van de kinderen, dat zij binnen afzienbare tijd een betaalde baan heeft gevonden en daarmee in ieder geval voor een deel in eigen levensonderhoud voorziet.

Draagkracht vader

13. Bij een kinderalimentatie van € 385,- per kind per maand heeft de vader geen draagkracht meer om een bijdrage te betalen in de kosten van levensonderhoud van de moeder. De partneralimentatie zal daarom worden bepaald op nihil.

Overig

14. Nu partijen zich niet hebben uitgelaten over een ingangsdatum, zal het hof deze ambtshalve bepalen op de dag waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, te weten 26 juli 2006.

15. De kosten van de deskundige bedragen in totaal € 18.501,53. Partijen hebben afgesproken dat deze kosten worden voldaan uit het bedrag dat de notaris in depot heeft. Uit het depot is al

€ 14.875,- overgemaakt naar de bankrekening van het hof. Afgesproken is dat partijen het restant à € 3.626,53 rechtsreeks overmaken naar de bankrekening van de deskundige. Het hof zal bepalen dat de kosten van de deskundige worden gedragen door beide partijen, ieder voor de helft.

BESLISSING OP HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en in zoverre opnieuw beschikkende:

bepaalt de door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie met ingang van 26 juli 2006 op € 385,- per maand per kind, wat de na heden te verschijnen termijnen betreft bij vooruitbetaling te voldoen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt de alimentatie voor de moeder ten laste van de vader met ingang van 26 juli 2006 op nihil;

bepaalt de kosten van de deskundige in totaal op € 18.501,53;

bepaalt dat de kosten van de deskundige worden gedragen door beide partijen, ieder voor de helft.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Labohm, Pannekoek-Dubois en Ydema, bijgestaan door mr. Martens als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 oktober 2007.