Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2007:BB8845

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
17-10-2007
Datum publicatie
28-11-2007
Zaaknummer
1447-R-06
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voornaamswijziging. Alsnog gelast door het hof. Gewenste voornaam B'Elana voldoet aan de eisen die artikel 1:1 BW stelt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 17 oktober 2007

Rekestnummer : 1447-R-06

Rekestnr. rechtbank : F1 RK 06-744

[vader],

en

[moeder],

beiden wonende te Rotterdam,

verzoekers in hoger beroep,

hierna te noemen: de ouders,

procureur mr. J.H. Rodenburg,

tegen

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Rotterdam,

zetelend te Rotterdam,

verweerder in hoger beroep,

in persoon vertegenwoordigd door [de ambtenaar],

hierna te noemen: de ambtenaar.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De ouders zijn op 17 oktober 2006 in hoger beroep gekomen van de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 21 juli 2006.

Van de zijde van de ouders zijn bij het hof op 10 november 2006 en 22 mei 2007 aanvullende stukken ingekomen.

Op 30 mei 2007 is de zaak aangehouden, waarvan proces-verbaal.

Op 12 september 2007 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de ouders, bijgestaan door hun procureur, de ambtenaar, en namens het Openbaar Ministerie de advocaat-generaal mr. S.A. Minks. De aanwezigen hebben het woord gevoerd, de raadsman van de ouders onder meer aan de hand van de bij de stukken gevoegde pleitnotitie.

HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking van de rechtbank Rotterdam. Bij die beschikking is het verzoek van de ouders, strekkende tot wijziging van de voornaam van de hierna te noemen minderjarige, afgewezen.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de wijziging van de voornaam van de minderjarige Belana [geboren in] 2005, verder: de minderjarige, in [B'Elana].

2. De ouders verzoeken de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende:

primair: te bepalen dat de eerste voornaam van de minderjarige alsnog zal luiden: B’Elana;

subsidiair: hun verzoek, voor het geval het hof van mening is dat het verzoek van de ouders terecht is afgewezen omdat een voornaam met twee hoofdletters niet toelaatbaar is, in die zin te wijzigen dat de tweede hoofdletter, de E dus, wordt vervangen door een kleine letter, de e.

3. De ouders stellen dat de rechtbank ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat de door hen verzochte spelling van de naam - met in het woord een apostrof - op grond van het bepaalde in artikel 2 Wet Conflictenrecht namen, juncto artikel 17 en 18 van het Besluit burgerlijke stand 1994 (hierna: Bbs 1994), niet is toegestaan. Onder verwijzing naar het arrest van 4 oktober 1993, NJ 1994, 571 van het gerechtshof te Amsterdam voeren de ouders daartoe aan dat de door hen beoogde voornaam van de minderjarige geen ongepaste is. Voorts voeren zij aan dat uit de samenstelling van de naam blijkt dat geen sprake is van een afkorting. Bovendien is de rechtbank er volgens de ouders ten onrechte aan voorbij gegaan dat de naam B’Elana is gekozen omdat dit de naam is van een personage uit de televisieserie “Star Trek Voyager” en dat zonder de apostrof in feite sprake is van een andere naam. Ten slotte is volgens de ouders al herhaaldelijk de naam B’Elanna of B’elanna toegekend.

4. De ambtenaar handhaaft het standpunt dat op grond van artikel 18 lid 1 Bbs 1994 niets in de akten van de burgelijke stand bij verkorting mag worden uitgedrukt en dat een apostrof volgens het groot woordenboek van de Nederlandse taal, Van Dale, een afkorting inhoudt. De gemeente Rotterdam voert een beleid dat bij kinderen met de Nederlandse nationaliteit - in tegenstelling tot die met een buitenlandse nationaliteit - geen apostrof in de voornaam mag voorkomen. Voorts wijst de ambtenaar op artikel 2 Wet Conflictenrecht namen, waarin onder meer vermeld staat dat de voornaam van een persoon die de Nederlandse nationaliteit heeft, wordt bepaald door het Nederlandse interne recht.

5. Het Openbaar Ministerie heeft geconcludeerd dat de grieven van de ouders tegen de bestreden beschikking gedeeltelijk gegrond zijn, in die zin dat de schrijfwijze van de voornaam met een enkele hoofdletter - B’elana - geen onevenredige problemen zal veroorzaken bij deelname aan het maatschappelijk en/of economische verkeer.

6. Het hof overweegt als volgt.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat het de wens van de ouders was om hun dochter - evenals hun andere kinderen - te vernoemen naar een personage uit de televisieserie “Star Trek Voyager”, welke serie voor de ouders meer betekent dan een willekeurig televisieprogramma. Het hof acht het voldoende aannemelijk dat zonder apostrof en hoofdletter geen, dan wel onvoldoende, verwantschap is met de personage uit de televisieserie en de naam de ouders weinig meer zegt. Naar het oordeel van het hof hebben de ouders dan ook aannemelijk gemaakt een voldoende zwaarwichtig belang te hebben bij de inwilliging van het verzoek tot wijziging van de voornaam van de minderjarige Belana in B’Elana.

7. Uitgangspunt van de wet (artikel 1:4 BW) is dat de keuze van de voornamen vrij is, zolang deze niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen die niet tevens gebruikelijke voornamen zijn. Het hof is van oordeel dat de voornaam B’Elana aan de eisen van de wet voldoet. Het hof acht de naam niet onwelvoeglijk en is van oordeel dat deze evenmin tot onevenredige problemen zal leiden bij de deelname aan het maatschappelijk en/of economische verkeer. Het bepaalde in artikel 2 Wet Conflictenrecht namen doet aan het vorenstaande niet af, nog afgezien van de vraag of deze wet in de onderhavige zaak, waar zowel de ouders als het kind de Nederlandse nationaliteit hebben, van toepassing is. De stelling van de ambtenaar dat de voornaam in strijd is met het Bbs 1994 is onjuist, omdat in het Bbs 1994 regels worden gegeven voor de inhoud en indeling van de akten en de latere vermeldingen en zich richt tot de ambtenaar van de burgerlijke stand. Voorts heeft de ambtenaar niet aannemelijk gemaakt dat en op welke wijze er sprake is van een afkorting bij de naam B’Elana, zodat moet worden aangenomen, overeenkomstig de stelling van de ouders, dat geen letters worden weggelaten. Ten slotte is het hof van oordeel dat het onderscheid dat volgens de ambtenaar wordt gemaakt tussen kinderen met een buitenlandse en die met een Nederlandse nationaliteit niet bevorderlijk is voor de rechtseenheid en rechtszekerheid.

8. Gelet op het bovenstaande is het hof van oordeel dat het verzoek van de ouders om de voornaam van de minderjarige Belana [geboren in] 2005, te wijzigen in [B'Elana], kan worden toegewezen en zal dienovereenkomstig beslissen.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking en, opnieuw beschik¬kende:

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Rotterdam de geboorteakte van Belana [geboren in] 2005, te wijzigen in die zin dat als voornamen worden vermeld:

B’Elana [andere voornamen];

draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking - en indien daartegen geen cassatie is ingesteld - een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Rotterdam.

Deze beschikking is gegeven door mrs. van Nievelt, Stille en Vonk, bijgestaan door mr. Quarles van Ufford-van Waning als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 oktober 2007.