Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2007:BB5698

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-09-2007
Datum publicatie
16-10-2007
Zaaknummer
2200223207
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Openlijke geweldpleging in het verkeer

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-002232-07

Parketnummer: 09-535771-06

Datum uitspraak: 20 september 2007

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 10 april 2007 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 6 september 2007.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie in dit arrest is gevoegd.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van twee jaren, met een bijzondere voorwaarde als nader in het vonnis waarvan beroep omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

(zie de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt)

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Ten aanzien van het onder 2 primair bewezenverklaarde:

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen.

Strafbaarheid van de verdachte

Ten aanzien van de strafbaarheid van de verdachte heeft het hof acht geslagen op het Pro Justitia rapport d.d. 29 maart 2007, opgesteld en ondertekend door drs. H.J. Veerbeek, psycholoog.

Het hof komt met in achtneming van de beschouwingen en de conclusies van deze deskundige tot het oordeel dat niet aannemelijk is dat de bewezenverklaarde feiten in het geheel niet aan de verdachte kunnen worden toegerekend.

Ook overigens is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is derhalve strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde, als voortgezette handeling te kwalificeren, zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft op de openbare weg – in het verkeer - openlijk in vereniging met zijn mededaders geweld gepleegd tegen de bestuurder van een achterop komende auto, die naar het oordeel van de verdachte en de zijnen te dicht achter de auto reed waarin zij zich bevonden.

Laatstbedoelde auto werd door de bestuurder ervan tot stilstand gebracht. Het latere slachtoffer bracht daarop zijn auto ook tot stilstand. De verdachte en de zijnen waren intussen uitgestapt en liepen op die auto en de bestuurder af. Vervolgens hebben zij – kort gezegd – onverhoeds een portier van diens auto opengetrokken en geprobeerd het slachtoffer uit de auto te sleuren, waarbij zij hem geslagen en geschopt hebben en aan de haren hebben getrokken, zoals in de bewezenverklaring nader is omschreven. Zij hebben daarbij schade aangericht aan de auto van het slachtoffer, waarbij onder meer de contactsleutel is weggepakt en weggegooid.

Dit zijn verwerpelijke feiten, waardoor de openbare orde wordt verstoord en gevoelens van angst en onrust in de samenleving worden teweeggebracht. Daarnaast hebben de verdachte en de zijnen de fysieke en psychische integriteit van het slachtoffer op grove wijze geschonden. Tevens hebben zij laten blijken geen respect voor andermans eigendommen te hebben.

Blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 24 augustus 2007, is de verdachte meermalen veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

In beginsel is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zoals door de advocaat-generaal gevorderd dan ook alleszins gerechtvaardigd.

Ten voordele van de verdachte heeft het hof rekening gehouden met de positieve ontwikkelingen in zijn leven, zoals verwoord in het eerder aangehaalde rapport van de psycholoog en het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport van de reclassering d.d. 14 februari 2007, en zoals daarvan voorts ter terechtzitting is gebleken, waaronder de omstandigheid dat de verdachte inmiddels een vaste baan heeft. Daarnaast houdt het hof rekening met de omstandigheid dat de partner van de verdachte over enige tijd zal bevallen van een kind, dat naar verwachting de nodige medische zorg nodig zal hebben, zodat de aanwezigheid van de verdachte thuis extra gewenst is. Het hof is van oordeel dat de verdachte door oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zoals gevorderd onevenredig zwaar zou worden getroffen.

Alles overwegende en gelet op de generale en de speciale preventie acht het hof de oplegging van een geheel onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur een passende en geboden reactie.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar terzake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) uren, te vervangen door hechtenis voor de tijd van 100 (honderd) dagen voor het geval die taakstraf niet naar behoren wordt verricht.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Beveelt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is gewezen door mr. L.F. Gerretsen-Visser,

mr. W.P.C.M. Bruinsma en mr. A.G. Korvinus, in bijzijn van de griffier mr. C. Hol.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 20 september 2007.