Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2007:BB4981

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
16-08-2007
Datum publicatie
08-10-2007
Zaaknummer
06/1120
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Appel bevoegdheidsincident. Fenex-condities.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak: 16 augustus 2007

Rolnummer: 06/1120

Rolnr. rechtbank: 05/2780

HET GERECHTSHOF TE ’S-GRAVENHAGE, eerste civiele kamer, heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van:

METAAL TRANSPORT B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

appellant,

hierna te noemen: Metaal Transport,

procureur: mr. H.J.A. Knijff,

tegen

INTERFER EDELSTAHL HANDELSGESELLSCHAFT MBH,

gevestigd te Karlsruhe, Duitsland,

en

[Naam] GMBH & CO. KG,

gevestigd te Bremen, Duitsland,

geïntimeerden ,

hierna te noemen: Interfer,

procureur: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.

Het geding

Bij exploot van 20 juni 2006 is Metaal Transport in hoger beroep gekomen van het vonnis van 24 mei 2006, door de rechtbank te Rotterdam gewezen tussen partijen. Bij memorie van grieven (met producties) heeft Metaal Transport twee grieven tegen het vonnis aangevoerd, welke door Interfer bij memorie van antwoord zijn bestreden. Hierna hebben partijen elk een akte genomen.

Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1. Het gaat in deze zaak om het volgende.

Interfer heeft vergoeding van schade ten gevolge van ondeugdelijke bewaarneming gevorderd. Hierop heeft Metaal Transport voor alle weren een incidentele vordering tot onbevoegdverklaring ingesteld. Volgens Metaal Transport is de rechtbank onbevoegd van dit geschil kennis te nemen, omdat op de overeenkomst de Fenex-condities van toepassing zijn, krachtens welke voorwaarden alle geschillen met uitsluiting van de gewone rechter door arbiters zullen worden beslecht.

2. De rechtbank heeft deze incidentele vordering afgewezen, omdat zij de Fenex-voorwaarden niet toepasselijk achtte. Tegen dit oordeel komt Metaal Transport op in dit appel.

3. Een uitspraak in een incident waarin een beroep op de onbevoegdheid van de rechter is verworpen, is een tussenvonnis. Op grond van art 337, tweede lid Rv is tussentijds beroep daarvan uitgesloten, tenzij de rechter anders heeft bepaald. Dat heeft de rechter hier niet gedaan. Dit betekent dat Metaal Transport niet in het hoger beroep kan worden ontvangen. Op deze regel kan geen uitzondering worden gemaakt op gronden van processuele doelmatigheid. Dat Interfer de schijn zou hebben gewekt akkoord te gaan met het instellen van het appel –

wat Interfer overigens bestrijdt – kan aan het voorgaande niet afdoen.

4. Op het voorgaande stuiten de grieven af. Metaal Transport zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

Beslissing

Het hof:

- verklaart Metaal Transport niet-ontvankelijk in het hoger beroep;

- veroordeelt Metaal Transport in de kosten van het hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Interfer bepaald op € 300 aan griffierecht en op € 894 aan salaris voor de procureur.

Dit arrest is gewezen door mrs. A. Dupain, M.L. Vierhout en A.H. de Wild en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 augustus 2007 in aanwezigheid van de griffier.