Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2007:BA9742

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-05-2007
Datum publicatie
20-07-2007
Zaaknummer
BK-07/00312
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Eén van de 69 gesplitste zaken BK-07/00279 t/m BK-07/00347 in vervolg op de tussenuitspraak van 29 december 2006 inzake BK-03/01419 (LJN: BA9731) betreffende WOZ-waardering van 3929 woningen uit het bestand van stichting Delftwonen (Delft).

Het beroep betreffende 43 onroerende zaken is gegrond.

De heffingsambtenaar heeft de door hem verdedigde waarde van de onderscheidene woningen, hoewel op zichzelf geloofwaardig geschraagd, tegenover de evenzeer geloofwaardig geschraagde betwisting daarvan door belanghebbende, onvoldoende aannemelijk gemaakt. Hetzelfde geldt op overeenkomstige gronden voor de door belanghebbende verdedigde waarde van de onderscheidene woningen.

Het hof schat, zoveel mogelijk aan de hand van de door partijen aangedragen feiten, bewijsmiddelen en argumenten, en hoofdzakelijk de benadering van het taxatierapport van belanghebbende volgend, de waarde van de onderscheidene woningen in goede justitie op € 440 per kubieke meter bouwvolume. De door de heffingsambtenaar gehanteerde waarden per kubieke meter bouwvolume van € 495 of € 564 komen het Hof te hoog voor. In gevallen waarin bij de woning een tuin aanwezig is, gaat het Hof uit van een extra waarde van ongeveer € 100 per m2 tuinoppervlakte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE

derde meervoudige belastingkamer

24 mei 2007

nummer BK-07/00312

UITSPRAAK

op het beroep van de stichting Stichting Delftwonen, statutair gevestigd te Delft, tegen de uitspraken van de Inspecteur, het Hoofd Belastingen van de gemeente Delft, betreffende na te noemen beschikkingen.

1. Tussenuitspraak en splitsing

1.1 Het Hof verwijst naar hetgeen is vastgesteld, overwogen en beslist in zijn tussenuitspraak van 29 december 2006 in de zaak met het kenmerk BK-03/01419 (hierna: de tussenuitspraak).

1.2 Voor het procesverloop verwijst het Hof in de eerste plaats naar hetgeen daaromtrent is vermeld onder 1 tot en met 3.2 van de tussenuitspraak.

1.3 Na de tussenuitspraak is die zaak gesplitst in 69 zaken, waaronder deze, in welke zaken heden uitspraak wordt gedaan. Ook wordt heden in de zaak met het kenmerk BK-03/01419 de (eind)uitspraak gedaan.

1.4 Het onderhavige beroep is gericht tegen de uitspraken van de Inspecteur op het bezwaar tegen 43 beschikkingen, waarbij de Inspecteur het bezwaar ongegrond heeft verklaard. Die beschikkingen en uitspraken hebben betrekking op de volgende 43 onroerende zaken:

Object Waarde bij beschikking

[...] [...]

Deze uitspraken op bezwaar zijn vervat in deeluitspraak 5.

2. Geschil en standpunten van partijen

2.1 Voor het geschil en de standpunten van partijen verwijst het Hof in de eerste plaats naar hetgeen in de tussenuitspraak onder 4 is vermeld. Wat het subsidiaire standpunt van belanghebbende en de bestrijding daarvan door de Inspecteur betreft, is voorts het volgende van belang.

2.2 Partijen hebben ieder voor zich de woningen, die in Delft bij belanghebbende in eigendom zijn, gegroepeerd, zoveel mogelijk voor elk van die groepen een - al dan niet tot die groep behorende - representatieve woning aangewezen (referentiewoning) en de waarde hiervan getaxeerd. Vervolgens hebben partijen - wederom ieder voor zich - de waarde van de woningen in elk van de groepen afgeleid van de getaxeerde waarde van de desbetreffende referentiewoning. Ter schraging van de waarde van die referentiewoning zijn objecten genoemd die werkelijk zijn verkocht, met vermelding van enkele kenmerkende gegevens van zowel de referentiewoning als de verkochte objecten, zoals verkoopprijs- en datum, bouwvolume, perceel- of tuinoppervlakte, woningtype, bouwjaar en wijknummer, terwijl ook een of meer foto's zijn bijgevoegd.

2.3 Partijen hebben de (referentie-)woningen volgens verschillende methoden getaxeerd. De Inspecteur heeft gebruik gemaakt van een taxatiemodel van Kafi, volgens welk de waarde is samengesteld uit een aantal elementen en waarbij bedragen zijn toegekend aan het bouwvolume, de perceel- of tuinoppervlakte, aanhorigheden en dakkapellen. In beroep heeft de Inspecteur dezelfde methode gehanteerd om de waarde van door hem of belanghebbende gekozen referentiewoningen te schatten. Belanghebbende heeft in beroep voor de door haar gekozen referentiewoningen vergelijkbare objecten genoemd en de verkoopprijzen daarvan gedeeld door het bouwvolume om met het gemiddelde daarvan en ook rekening houdend met belangrijke verschillen, de waarde van de referentiewoning te schatten.

2.4 Een en ander heeft ertoe geleid dat belanghebbende de woningen anders heeft gegroepeerd dan de Inspecteur, dat voor de te waarderen woningen in de meeste gevallen door partijen is gerefereerd aan verschillende referentiewoningen en dat zij voor specifieke woningen op verschillende resultaten zijn uitgekomen.

2.5 Het Hof heeft partijen gevraagd of zij het eens kunnen worden over de groepsindeling en de daarbij behorende referentiewoningen.

2.6 Hierop heeft de Inspecteur het volgende te kennen gegeven.

2.6.1 Voor de waardering van de woningen kan worden uitgegaan van de representativiteit van de referentiewoningen die belanghebbende onderscheidenlijk voor haar groepen 3, 4, 5, 7, 16, 26, 28, 40, 41 (Soedanhof 13), 51, 57, 72, 74, 80, 90, 91, 98, 99, 105 (Lusakastraat 1), 106, 108, 109, 110, 116, 123 en 125 heeft gebruikt, met de aantekening dat deze referentiewoningen door de taxateur van belanghebbende te laag zijn gewaardeerd en dat zou moeten worden uitgegaan van de bij de desbetreffende WOZ-beschikkingen voor die referentiewoningen vastgestelde waarden.

2.6.2 De referentiewoningen die belanghebbende onderscheidenlijk voor haar groepen 34, 35, 36, 37, 41 (Caïrostraat 35), 42, 52, 58, 62, 79, 88, 89, 93, 94, 105 (Lusakastraat 1), 115, 119 en 124 heeft gebruikt, zijn niet representatief en dus niet bruikbaar voor de waardering van de woningen in die groepen. De Inspecteur heeft voor acht van de referentiewoningen van belanghebbende alternatieven genoemd die hij wel representatief acht.

2.7 Belanghebbende heeft te kennen gegeven te volharden in haar standpunt dat de onder 2.6.2 bedoelde referentiewoningen van belanghebbende representatief zijn en dat de Inspecteur het tegendeel niet met feiten en dragende argumenten heeft gestaafd. Voorts blijft belanghebbende bij haar standpunt dat haar taxateur de waarde van al haar referentiewoningen niet te laag heeft geschat.

2.8 Hetgeen hiervoor onder 2.6 en 2.7 is vermeld, is in de onderstaande tabel concreter weergegeven.

Groep

Referentiewoning belanghebbende

Waarde volgens belanghebbende

Waarde volgens Inspecteur

Alternatieve referentiewoning Inspecteur

Waarde volgens Inspecteur

Waarde volgens belanghebbende

3

Zusterlaan 86

€ 56.500

€ 65.798

4

Zusterlaan 10

€ 92.500

€ 103.462

5

Gashouderpad 43

€ 108.500

€ 127.513

7

Noordeinde 70

€ 56.000

€ 61.714

16

Oude IJsbaan 167

€ 110.000

€ 148.679

26

Staalmeesterstraat 28-I

€ 55.000

€ 71.811

28

Melkhof 40

€ 111.000

€ 122.067

34

Sasboutstraat 14

€ 75.200

€ 91.210

35

Sasboutstraat 14-I

€ 72.300

€ 88.034

36

Van Kinschotstraat 230

€ 71.700

€ 93.025

Van Kinschotstraat 206

€ 93.024

€ 71.700

37

Meermanstraat 66

€ 75.300

€ 95.294

Meermanstraat 4

€ 95.293

€ 75.200

40

Nijlhof 22

€ 41.000

€ 59.899

41

Cairostraat 35

€ 87.000

€ 94.435

Soedanhof 13

€ 87.000

€ 95.632

42

Egyptelaan 24

€ 102.000

€ 127.059

51

Nicolaas Beetslaan 16

€ 100.000

€ 124.336

52

Dirk Costerplein 27

€ 64.000

€ 78.504

57

Chopinlaan 119

€ 51.500

€ 70.336

58

Haydnlaan 100

€ 83.000

€ 108.908

Schubertlaan 19

€ 114.352

€ 83.000

62

Reinier de Graafweg 112

€ 100.000

€ 110.268

72

Teding v. Berkhoutlaan 45

€ 62.000

€ 81.681

74

Poptahof-Noord 211

€ 58.000

€ 73.966

79

Fabritiusstraat 11

€ 68.500

€ 81.681

Fabritiusstraat 19

€ 81.680

€ 68.500

80

Bankastraat 20

€ 62.500

€ 70.336

88

Van der Lelijstraat 147

€ 103.500

€ 110.723

89

Van Kinschotstraat 292

€ 77.600

€ 95.294

Van Kinschotstraat 206

€ 93.024

€ 71.700

90

Teding v. Berkhoutlaan 97

€ 71.000

€ 93.025

91

Teding v. Berkhoutlaan 95

€ 75.000

€ 97.563

93

Nijlhof 16

€ 111.500

€ 144.756

94

Egyptelaan 42

€ 118.000

98

Schubertlaan 162

€ 34.000

€ 49.462

99

Schubertlaan 164

€ 49.000

€ 63.983

105

Lusakastraat 1

€ 109.000

€ 136.588

Bantulaan 15

€ 132.503

€ 132.503

106

Zwanenpad 11

€ 150.000

€ 163.815

108

Koningin Emmalaan 113

€ 100.000

€ 130.689

109

Koningin Emmalaan 80

€ 101.500

€ 132.958

110

Diamantpad 12

€ 124.500

€ 157.462

115

Geitenkamp 19

€ 38.500

116

Simonsstraat 31

€ 87.500

€ 98.925

119

Saaiwerkerstraat 6

€ 84.000

€ 96.202

Kaarderstraat 5

€ 86.218

€ 83.925

123

Palamedesstraat 54

€ 65.000

€ 75.328

124

Persijnlaan 71

€ 70.500

€ 81.681

Persijnlaan 64

€ 81.680

125

Poptahof-Noord 120

€ 58.500

€ 74.420

2.9 De Inspecteur heeft verder onder meer gesteld dat met betrekking tot een aantal verkochte woningen, die in de taxatierapportages van belanghebbende zijn vermeld, de taxateur is uitgegaan van een onjuist bouwvolume. Belanghebbende heeft hieromtrent ter zitting te kennen gegeven dat de door de Inspecteur genoemde bouwvolumes voor juist moeten worden gehouden.

2.10 Partijen bestrijden elkaars taxatiemethoden en stellen dat bij een taxatie met de eigen methode de waarde van de woningen beter kan worden benaderd. Voor de argumenten die partijen daarbij bezigen, verwijst het Hof verder naar de gedingstukken.

3. Vaststaande feiten

Het Hof merkt het in de tussenuitspraak onder 1 en 3 vermelde als vaststaand aan. Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde is verder, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, het volgende komen vast te staan:

3.1 De onderhavige woningen zijn portiekwoningen, gelegen in wijk 25. De woningen hebben een bouwvolume van 78 m3. Bij negen van de woningen behoort een tuin met een oppervlakte van 22, 37, 44 of 74 m2. De Inspecteur heeft de woningen ingedeeld in groep 02535 met als referentiewoning de portiekwoning aan de Schubertlaan 220 of in groep 02589 met als referentiewoning de portiekwoning aan de Reinier de Graafweg 492, terwijl belanghebbende de woningen heeft ingedeeld in groep 98 met als referentiewoning de portiekwoning aan de Schubertlaan 162. De eerstvermelde referentiewoningen hebben een bouwvolume van onderscheidenlijk 163 m3 en 230 m3. De laatstvermelde referentiewoning heeft een bouwvolume van 78 m3 en een woonoppervlakte van 28 m2.

3.2 De Inspecteur heeft zich, blijkens hetgeen hiervoor onder 2.6 tot en met 2.8 is vermeld, in beroep aangesloten bij de indeling die belanghebbende voor de te waarderen woningen hanteert. Hij schat echter de waarde van de referentiewoning van belanghebbende op € 49.462, terwijl de taxateur van belanghebbende de waarde daarvan heeft geschat op € 34.000. Voor de grondslagen van de laatstvermelde taxatie verwijst het Hof naar het desbetreffende rapport.

3.3 In het taxatierapport van belanghebbende betreffende haar referentiewoning zijn gegevens omtrent de verkoop van zes objecten vermeld waarop de taxatie berust. Van een van die objecten is de inhoud onjuist vermeld. Het betreft de woning aan de Buitenstede 9, waarvan het bouwvolume 160 m3 bedraagt in plaats van 166 m3.

4. Beoordeling van het beroep

Vorm en wijze van bekendmaking van de beschikkingen

4.1 Wat betreft de vorm en wijze van bekendmaking van de onderwerpelijke beschikkingen verwijst het Hof naar hetgeen in de tussenuitspraak onder 5.5 en 5.6 is overwogen en geoordeeld.

De waarde van de onroerende zaken

4.2 De waarde als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ is naar de bedoeling van de wetgever 'de prijs welke door de meestbiedende koper besteed zou worden bij aanbieding ten verkoop op de voor de zaak meest geschikte wijze na de beste voorbereiding' (Kamerstukken II 1993/94, 22 885, nr. 36, blz. 44).

4.3 De bewijslast met betrekking tot deze waarde rust op de inspecteur. Indien de inspecteur niet aan de op hem rustende bewijslast heeft voldaan, komt de vraag aan de orde of de belanghebbende de (eventueel) door hem verdedigde waarde aannemelijk heeft gemaakt. Indien ook dat laatste niet het geval is, kan de rechter - desgeraden na inwinning van een deskundigenbericht - zelf tot een vaststelling in goede justitie van de in artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ bedoelde waarde komen.

4.4 De Inspecteur heeft de door hem verdedigde waarde van de onderscheidene woningen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ, hoewel op zichzelf geloofwaardig geschraagd, tegenover de evenzeer geloofwaardig geschraagde betwisting daarvan door belanghebbende, onvoldoende aannemelijk gemaakt. Hetzelfde geldt op overeenkomstige gronden voor de door belanghebbende verdedigde waarde van de onderscheidene woningen.

4.5 Ter beslechting van het geschil schat het Hof zelf, zoveel mogelijk aan de hand van de door partijen aangedragen feiten, bewijsmiddelen en argumenten, de waarde van elk van de woningen in goede justitie. Het Hof heeft in dit verband geen aanleiding gevonden een deskundigenbericht in te winnen. Partijen hebben daar ook niet om verzocht. Bij zijn schatting houdt het Hof rekening met de hiervoor onder 3.1 tot en met 3.3 vermelde gegevens en gaat het, hoofdzakelijk de benadering van het taxatierapport van belanghebbende volgend, uit van een waarde per kubieke meter bouwvolume van ongeveer € 440 (in plaats van € 435). In gevallen waarin bij de woning een tuin aanwezig is gaat het Hof uit van een extra waarde van ruim € 100 per m2 tuinoppervlakte, ontleend aan de waarde die de Inspecteur blijkens bijlage 3 bij het verweerschrift toerekent aan een tuin van 22 m2. De door de Inspecteur gehanteerde waarden per kubieke meter bouwvolume van € 495 of € 564 komen het Hof te hoog voor.

4.6 Het vorenoverwogene betekent dat de bestreden uitspraken niet in stand kunnen blijven en dat de waarden van de woningen moeten worden vastgesteld op de hierna vermelde bedragen.

5. Proceskosten

5.1 Nu het beroep gegrond is, heeft te gelden wat het Hof in de tussenuitspraak onder 6 heeft overwogen.

5.2 Mitsdien komt aan belanghebbende een proceskostenvergoeding van (43 x € 4,00 is) € 172 en een schadevergoeding van (43 x € 6,45 is) € 277,35 toe.

6. Beslissing

Het Gerechtshof

- verklaart het beroep gegrond,

- vernietigt de 43 bestreden uitspraken van de Inspecteur,

- wijzigt de beschikkingen aldus, dat de waarde van de onroerende zaken nader wordt vastgesteld op de hieronder vermelde bedragen:

Object Waarde

[...] [...]

- veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het beroep aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 172, en wijst de gemeente Delft aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden, en

- veroordeelt de gemeente Delft tot vergoeding van de door belanghebbende geleden schade, vastgesteld op € 277,35.

Deze uitspraak is vastgesteld door mrs. Schuurman, Vierhout en Visser. De beslissing is op 24 mei 2007 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van de griffier.

(Otto) (Vierhout)

Deze uitspraak is ondertekend door mr. Vierhout omdat de voorzitter daartoe verhinderd was.

aangetekend aan

partijen verzonden:

Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.

2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

- de naam en het adres van de indiener;

- de dagtekening;

- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is

gericht;

- de gronden van het beroep in cassatie.

Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.