Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2007:BA9733

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-05-2007
Datum publicatie
20-07-2007
Zaaknummer
BK-07/00279
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Eén van de 69 gesplitste zaken BK-07/00279 t/m BK-07/00347 in vervolg op de tussenuitspraak van 29 december 2006 inzake BK-03/01419 (LJN: BA9731) betreffende WOZ-waardering van 3929 woningen uit het bestand van stichting Delftwonen (Delft).

Belanghebbende bepleit in beroep hogere waarden van 30 onroerende zaken dan die waarop de heffingsambtenaar de waarden bij zijn uitspraken heeft vastgesteld. Daarom ontbreekt een processueel belang en is het beroep niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE

derde meervoudige belastingkamer

24 mei 2007

nummer BK-07/00279

UITSPRAAK

op het beroep van de stichting Stichting Delftwonen, statutair gevestigd te Delft, tegen de uitspraken van de Inspecteur, het Hoofd Belastingen van de gemeente Delft, betreffende na te noemen beschikkingen.

1. Tussenuitspraak en splitsing

1.1 Het Hof verwijst naar hetgeen is vastgesteld, overwogen en beslist in zijn tussenuitspraak van 29 december 2006 in de zaak met het kenmerk BK-03/01419 (hierna: de tussenuitspraak).

1.2 Voor het procesverloop verwijst het Hof in de eerste plaats naar hetgeen daaromtrent is vermeld onder 1 tot en met 3.2 van de tussenuitspraak.

1.3 Na de tussenuitspraak is die zaak gesplitst in 69 zaken, waaronder deze, in welke zaken heden uitspraak wordt gedaan. Ook wordt heden in de zaak met het kenmerk BK-03/01419 de (eind)uitspraak gedaan.

1.4 Het onderhavige beroep is gericht tegen de uitspraken van de Inspecteur op het bezwaar tegen 30 beschikkingen, waarbij de Inspecteur het bezwaar gegrond heeft verklaard en de waarde van elk van de onroerende zaken heeft verminderd. Die beschikkingen en uitspraken hebben betrekking op de volgende 30 onroerende zaken:

Object Waarde bij beschikking Waarde bij uitspraak op bezwaar

[...] [...] [...]

Van deze uitspraken op bezwaar zijn er 29 vervat in deeluitspraak 4 en is er een vervat in deeluitspraak 5.

2. Geschil en standpunten van partijen

2.1 Voor het geschil en de standpunten van partijen verwijst het Hof in de eerste plaats naar hetgeen in de tussenuitspraak onder 4 is vermeld. Wat het subsidiaire standpunt van belanghebbende betreft, is voorts het volgende van belang.

2.2 Belanghebbende heeft in beroep het standpunt ingenomen dat de waarde van de onderwerpelijke woningen moet worden vastgesteld op de volgende onderscheidene bedragen.

Object Waarde bij uitspraak op bezwaar Standpunt belanghebbende

[...] [...] [...]

3. Vaststaande feiten

Het Hof merkt het in de tussenuitspraak onder 1 en 3 vermelde als vaststaand aan.

4. Beoordeling van het beroep

Ontvankelijkheid

4.1 Onder verwijzing naar de in de tussenuitspraak onder 5.1 tot en met 5.4 gegeven oordelen is het beroep tegen de in deeluitspraak 4 vervatte uitspraken op bezwaar niet tijdig ingediend maar moet niet-ontvankelijkverklaring op die grond achterwege blijven.

Vorm en wijze van bekendmaking van de beschikkingen

4.2 Wat betreft de vorm en wijze van bekendmaking van de onderwerpelijke beschikkingen verwijst het Hof naar hetgeen in de tussenuitspraak onder 5.5 en 5.6 is overwogen en geoordeeld.

De waarde van de onroerende zaken

4.3 Het standpunt van belanghebbende betreffende de onderhavige onroerende zaken strekt tot vaststelling van de waarde van elk daarvan op een hoger bedrag dan dat, waarop de Inspecteur de desbetreffende waarde heeft vastgesteld. Mitsdien ontbeert het beroep processueel belang, zodat belanghebbende daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

5. Proceskosten

Het Hof acht voor een veroordeling van de gemeente Delft tot vergoeding aan belanghebbende van proceskosten of schade als bedoeld in artikel 8:75, onderscheidenlijk artikel 8:73, van de Awb, geen termen aanwezig.

6. Beslissing

Het Gerechtshof verklaart belanghebbende niet-ontvankelijk in het beroep.

Deze uitspraak is vastgesteld door mrs. Schuurman, Vierhout en Visser. De beslissing is op 24 mei 2007 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van de griffier.

(Otto) (Vierhout)

Deze uitspraak is ondertekend door mr. Vierhout omdat de voorzitter daartoe verhinderd was.

aangetekend aan

partijen verzonden:

Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.

2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

- de naam en het adres van de indiener;

- de dagtekening;

- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is

gericht;

- de gronden van het beroep in cassatie.

Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.