Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2007:BA8843

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-01-2007
Datum publicatie
20-07-2007
Zaaknummer
BK-03/02226
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Einduitspraak, volgend op de tussenuitspraak van 9 januari 2007 (LJN: BA8834) betreffende WOZ-waardering van 2338 woningen uit het bestand van woonstichting Vidomes (Delft).

Om formele redenen is het beroep inzake vijf onroerende zaken niet-ontvankelijk en is het beroep inzake één onroerende zaak gegrond.

Tegelijk met deze einduitspraak is uitspraak gedaan in de 29 gesplitste zaken BK-07/00019 t/m BK-07/00047.

Daarbij is het beroep betreffende de 2332 overige onroerende zaken in 1641gevallen ongegrond en in 691 gevallen gegrond verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2007-1391
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE

derde meervoudige belastingkamer

24 januari 2007

nummer BK-03/02226

UITSPRAAK

op het beroep van de stichting Christelijke Woonstichting Vidomes, statutair gevestigd te Delft, tegen de uitspraken van de Inspecteur, het Hoofd Belastingen van de gemeente Delft, in vervolg op de tussenuitspraak van het Gerechtshof.

1. Tussenuitspraak en splitsing

1.1 Het Hof verwijst naar hetgeen te dezen is vastgesteld, overwogen en beslist in zijn voormelde tussenuitspraak van 9 januari 2007.

1.2 Na de tussenuitspraak is de zaak gesplitst in 29 zaken, genummerd BK-07/00019 tot en met BK-07/00047, in welke zaken heden eveneens uitspraak wordt gedaan.

2. Ontvankelijkheid

Het in de tussenuitspraak onder 5.4 overwogene brengt mee dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard voor zover het betrekking heeft op de zeven beschikkingen betreffende de vijf onder 3.2, vierde, zesde en zevende liggende streepje, van de tussenuitspraak vermelde onroerende zaken:

CHURCHILLLAAN 22

NIGERIASTRAAT 165

NIGERIASTRAAT 51

ISAAC DA COSTALAAN 163 A

WEZELSTRAAT 6

3. Herstel kennelijke vergissing

Het Hof merkt de in 1.7.7 van de tussenuitspraak vermelde ambtshalve vermindering van de waarde van de onroerende zaak PROF. BURGERSHOF 25 tot op € 96.313 aan als een uitspraak op het tegen de desbetreffende primaire beschikking gemaakte bezwaar. Uit de stukken komt naar voren dat die genoemde waarde geldt voor de onroerende zaak PROF. BURGERSHOF 26 en dat de Inspecteur heeft bedoeld de waarde van PROF. BURGERSHOF 25 te verminderen tot op € 87.565 en dat belanghebbende zich daarmee verenigt. In zoverre is het beroep gegrond.

4. Proceskosten en griffierecht

4.1 Nu te dezen het beroep met betrekking tot één onroerende zaak gegrond is en ook in een aantal gesplitste zaken het beroep gegrond is, heeft te gelden wat het Hof in de tussenuitspraak onder 6 en 7 heeft overwogen.

4.2 Mitsdien komt aan belanghebbende een proceskostenvergoeding van € 4,55 en een schadevergoeding van € 5,05 toe.

4.3 Voorts dient de gemeente Delft het voor deze zaak gestorte griffierecht van € 232 aan belanghebbende te vergoeden.

5. Beslissing

Het Gerechtshof

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het betrekking heeft op de onder 2 genoemde onroerende zaken,

- vernietigt de onder 3 genoemde uitspraak van de Inspecteur en wijzigt de desbetreffende beschikking aldus dat de waarde van de onroerende zaak PROF. BURGERSHOF 25 wordt vastgesteld op € 87.565,

- veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het beroep aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 4,55, en wijst de gemeente Delft aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden,

- veroordeelt de gemeente Delft tot vergoeding van de door belanghebbende geleden schade, vastgesteld op € 5,05, en

- gelast de gemeente Delft het voor deze zaak gestorte griffierecht van € 232 aan belanghebbende te vergoeden.

Deze uitspraak is vastgesteld door mrs. Schuurman, Vierhout en Visser. De beslissing is op 24 januari 2007 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van de griffier.

(Otto)

(Schuurman)

aangetekend aan

partijen verzonden:

Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.

2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

- de naam en het adres van de indiener;

- de dagtekening;

- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is

gericht;

- de gronden van het beroep in cassatie.

Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.