Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2007:BA8749

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
26-06-2007
Datum publicatie
04-07-2007
Zaaknummer
2200274406
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Jeugdstrafzaak. Veroordeling terzake van heling van scooters

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002744-06

Parketnummers: 09-662554-06 en 09-920039-03 (TUL)

Datum uitspraak: 26 juni 2007

VERSTEK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 7 april 2006 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 23 februari 2007 en 12 juni 2007.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie in dit arrest is gevoegd.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken, met beslissing omtrent de vordering tot tenuitvoerlegging als in het vonnis nader omschreven.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 30 oktober 2005 te ’s-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander twee scooters heeft verworven, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het verwerven van die scooters wisten dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het primair bewezenverklaarde levert op:

Medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en tot veroordeling van de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf weken.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan opzetheling van twee scooters. Dit zijn ergerlijke feiten, waardoor het plegen van andere (vermogens-)misdrijven wordt begunstigd.

Voorts is komen vast te staan dat de verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 30 maart 2007, meermalen is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder vermogensmisdrijven, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Daarnaast heeft het hof acht geslagen op het Voorlichtingsrapport van het Leger des Heils d.d. 31 mei 2007, opgemaakt en ondertekend door T.E.M.M. Scholtens, reclasseringswerker, onder supervisie van R.E. Scheen-stra, manager Jeugdzorg & Reclassering. Blijkens dit rapport vertoont de verdachte weinig inzicht in zijn delictgedrag. Na de behandeling van deze zaak ter terechtzitting van 23 februari 2007 is de verdachte (tussentijds) wederom veroordeeld door de politierechter in de rechtbank Haarlem, waarbij hem verplicht reclasseringscontact is opgelegd. De afspraken daaromtrent worden door hem slecht nageleefd. Op 5 maart 2007 is hij ook nog eens aangehouden ter zake van een poging tot woning inbraak. De verdachte heeft aan de rapporteur aangeven te stelen uit verveling, voor de kick, uit financieel gewin en omdat hij bij aanhouding niets te verliezen heeft.

Gelet op deze rapportage ziet het hof dan ook geen aanleiding om een werkstraf op te leggen, zoals door de reclassering gesuggereerd.

Gelet op het vorenstaande is het hof - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van navermelde duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank te 's-Gravenhage van 15 april 2003 onder parketnummer

09-920039-03 is de verdachte – voor zover hier van belang - veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van twee maanden, met bevel dat die jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vordering van het openbaar ministerie.

In hoger beroep is komen vast te staan, dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. Immers, de verdachte heeft de in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

De vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf is derhalve gegrond.

Het hof zal daarom de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 47, 57, 63, 77a, 77g (oud), 77h, 77i, 77dd en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING (bij verstek)

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar terzake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

5 (vijf) weken.

Wijst toe de vordering van het openbaar ministerie ex artikel 77dd van het Wetboek van Strafrecht en gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de de kinderrechter in de rechtbank te 's-Gravenhage van 15 april 2003 onder parketnummer 09-920039-03 opgelegde voorwaardelijke straf, te weten jeugddetentie voor de duur van 2 (twee) maanden.

Dit arrest is gewezen door mr. G.J.W. van Oven, mr. Chr.A. Baardman en mr. M.L.A. Filippini, in bijzijn van de griffier

mr. C. Hol.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 26 juni 2007.

Mr. M.L.A. Filippini is buiten staat dit arrest te ondertekenen.