Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2007:BA7014

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-05-2007
Datum publicatie
13-06-2007
Zaaknummer
07/190
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Declaratie advocaat. Bevoegdheid rechtbank, sector kanton.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak: 24 mei 2007

Rolnummer: 07/190

Rolnr. rechtbank: 601014/06-1989

HET GERECHTSHOF TE ’S-GRAVENHAGE, eerste civiele kamer, heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van:

[De maatschap],

gevestigd te [plaatsnaam],

appellant,

hierna te noemen: de maatschap,

procureur: mr. W. Heemskerk,

tegen

[Geïntimeerde],

wonende te [plaatsnaam],

geïntimeerde,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

niet verschenen.

Het geding

Bij exploot van 30 januari 2007 is de maatschap in hoger beroep gekomen van het vonnis van 16 januari 2007, door de rechtbank te ’s-Gravenhage, sector kanton, locatie Alphen aan den Rijn, gewezen tussen partijen. Het exploot bevat één grief tegen dat vonnis en gaat vergezeld van een aantal producties. Nadat tegen [geïntimeerde] verstek is verleend, heeft de maatschap bij conclusie van eis in hoger beroep geconcludeerd overeenkomstig dat exploot. Hierna heeft de maatschap stukken overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1. Het gaat in deze zaak om het volgende.

De maatschap heeft van [geïntimeerde] opdracht gekregen hem bij te staan in een strafzaak. Voor de in verband met die zaak verrichte werkzaamheden heeft de maatschap aan [geïntimeerde] een drietal declaraties voor een totaalbedrag van € 3.008,59 gezonden. Deze zijn onbetaald gebleven. Vervolgens heeft de maatschap voor de rechtbank, sector kanton, betaling van dit bedrag gevorderd vermeerderd met buitengerechtelijke kosten en rente. Nadat [geïntimeerde] de hoogte van de declaratie had bestreden, heeft de kantonrechter zich onbevoegd verklaard. Hij oordeelde dat het hier een geschil betreft over de hoogte van de declaratie van een advocaat waarvoor in de Wet tarieven burgerlijke zaken (WTBZ) een bijzondere rechtsgang is voorzien en dat gesteld noch gebleken is dat de maatschap van die rechtsgang gebruik heeft gemaakt.

2. In dit hoger beroep vordert de maatschap vernietiging van dit vonnis en – kort weergegeven – voor recht te verklaren dat de kantonrechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen en de zaak naar hem terug te wijzen ter verdere behandeling en afdoening. Met haar enige grief betoogt de maatschap dat de in de WTBZ genoemde rechtsgang voor geschillen over betwiste declaraties van advocaten alleen voor civiele zaken geldt en niet voor strafrechtelijke kwesties als waarvan in deze zaak sprake is.

3. De grief slaagt.

Art. 32 van de WTBZ regelt alleen de procedure voor het innen van betwiste declaraties in civiele zaken. Deze regelgeving geldt niet voor strafzaken.

4. Dit betekent dat het bestreden vonnis zal worden vernietigd. Het hof zal de rechtbank, sector kanton, bevoegd verklaren van de vordering kennis te nemen en de zaak terugwijzen naar de rechter in eerste aanleg voor verdere behandeling en afdoening. [Geïntimeerde] zal als in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Voor een beslissing op de gevorderde veroordeling in de kosten van de eerste aanleg is in dit stadium van de procedure geen plaats.

Beslissing

Het hof:

- vernietigt het bestreden vonnis;

- verklaart de rechtbank, sector kanton, locatie Alphen aan den Rijn bevoegd kennis te nemen van de onderhavige vordering;

- wijst de zaak naar voormelde rechtbank terug ter verdere behandeling en afdoening;

- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van de maatschap bepaald op € 321,85 aan verschotten en op € 632 aan salaris voor de procureur;

- verklaart dit arrest voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. A. Dupain, M.L. Vierhout en S.A. Boele en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 mei 2007 in aanwezigheid van de griffier.