Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2007:BA6784

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
11-05-2007
Datum publicatie
11-06-2007
Zaaknummer
C05/1330
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht, functiewaarderingszaak. Het hof komt -marginaal toetsend- tot het oordeel dat een hogere waardering op zijn plaats is (het zwaarwegend advies van de landelijke commissie functiewaardering luidde evenzo).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak: 11 mei 2007

Rolnummer: 05/1330

Zaaknummer rechtbank: 564171 CV EXPL 04-22641

HET GERECHTSHOF TE ’S-GRAVENHAGE, negende civiele kamer, heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van

[Partij A],

wonende te [woonplaats],

appellante,

hierna te noemen: [Partij A],

procureur: mr. D.C. Coppens,

tegen

STICHTING SINT FRANCISCUS GASTHUIS,

gevestigd te Rotterdam,

geïntimeerde,

hierna te noemen: SFG,

procureur: mr. W. Heemskerk.

Het verloop van het geding

Bij exploot van 28 juni 2005 is [Partij A] in hoger beroep gekomen van het vonnis van 30 maart 2005 van de rechtbank Rotterdam, sector kanton, locatie Rotterdam, gewezen tussen partijen.

Bij memorie van grieven (met producties) heeft [Partij A] vijf grieven tegen het vonnis aangevoerd, die door SFG bij memorie van antwoord (met producties) zijn bestreden.

[Partij A] heeft een akte houdende uitlating producties genomen.

Partijen hebben op 23 maart 2007 hun standpunten mondeling en aan de hand van overlegde pleitaantekeningen doen toelichten, [Partij A] door haar pro¬cureur en SFG door mr. E.K.W. van Kam¬pen, advocaat te Rotterdam.

Tot slot hebben partijen arrest gevraagd op de pleidooistukken.

De beoordeling in hoger beroep

1. Het hof gaat uit van de feiten zoals die door de rechtbank sub 2.1 t/m 2.4 van het bestreden vonnis zijn vastgesteld, nu die als zodanig in hoger beroep niet wor¬¬den bestreden.

2. Het gaat, kort gezegd, om het volgende.

2.1. SFG exploiteert in Rotterdam een algemeen ziekenhuis.

2.2. [Partij A] is op 6 juni 1983 bij SFG in dienst getreden. Zij is sinds 1 april 1998 in het ziekenhuis werkzaam als verpleegkundige 1e niveau op de afdeling hart- en vaatziekten ("HVZ").

2.3. In de op de arbeidsovereenkomst toepasselijke CAO (1999-2001) is opge¬no¬men dat er een nieuwe methodiek ("FWG 3.0”) moest worden ingevoerd voor de functie¬waar¬de¬ring en functie-indeling in de ziekenhuizen. De peildatum daarbij is 1 januari 2000 en indeling vindt plaats op basis van de vastgestelde functiebe¬schrij¬¬ving. Waardering vindt plaats vanuit negen gezichtpunten, waaronder "zelf¬standigheid" en "oplettendheid".

2.4. In de begrippenlijst van FWG 3.0 is onder meer als volgt opgenomen:

"Leidinggeven

Het richting geven aan/sturen van activiteiten en derhalve verantwoordelijk c.q. aan¬spreek¬baar zijn op het resultaat. Onderscheiden wordt hiërarchisch, operatio¬neel en functioneel leidinggeven.

Hiërarchisch leidinggeven

Het vanuit een hiërarchische positie leidinggeven aan een organisatorische eenheid, inclusief de daarbij behorende personele en financiële aspecten.

Functioneel leidinggeven

Het geven van richtlijnen en aanwijzingen vanuit een verantwoordelijkheid voor specifieke vaktechnische aspecten bij de uitvoering van werkzaamheden, met als doel zorg te dra¬gen voor het op peil blijven, ontwikkelen en juist hanteren van specialistische kennis en vaardigheden.

Operationeel leidinggeven

Het aansturen van het werkproces ter realisatie van een bepaald resultaat, met de be¬voegd¬¬heid om werkopdrachten te geven binnen een daartoe door de hiërarchisch leiding¬gevende gestelde raamopdracht. Het stellen van prioriteiten, coördineren van de te ver¬ric¬hten activiteiten en bewaken van de voortgang."

2.5. In de handleiding FWG 3.0 is onder meer vermeld dat bij het ontwikkelen van de normteksten er zoveel mogelijk naar is gestreefd de bovengrens van de niveaus te omschrijven, hetgeen meebrengt dat indien bij de in te delen functie ten aanzien van een bepaald gezichtspunt zwaardere eisen gelden dan bij een bepaald niveau maar lichtere dan bij het naast hogere niveau, het hogere niveau van toepassing is.

2.6. FWG 3.0 bevat ten aanzien van het gezichtspunt zelfstandigheid onder meer de volgende tekst:

"TOELICHTING EN NORMTEKSTEN ZELFSTANDIGHEID

DEFINITIE

De mate waarin in de functie problemen moeten worden opgelost, in relatie tot:

-de aan de functionaris gegeven vrijheden en bevoegdheden en

-de aan de functionaris opgedragen verantwoordelijkheden voor het overwegen en handelen dat nodig is om deze problemen tot een oplossing te brengen.

TOELICHTING

het gaat onder meer om:

-de moeilijkheidsgraad van de problemen en keuzen die in de functie voorkomen en het overzien van de consequenties van die keuzen;

-het vereiste vermogen om de in de functie voorkomende problemen op te lossen door het combineren c.q. het kunnen toepassen of hanteren van kennis en begrip, beoor¬de¬lings¬vermogen, organisatievermogen, vindingrijkheid, initiatief, creativiteit, besluitvaar¬dig¬heid, handigheid.

Van invloed op de zelfstandigheid is:

-de gebondenheid aan voorschriften (ook feiten en gegevens die de functionaris moet ken¬¬nen!), de duidelijkheid van de voorschriften, de ruimte die de voorschriften biedt, al of niet vastgelegde regels, handleidingen en dergelijke;

-de mogelijkheid die de functionaris heeft om op anderen terug te vallen;

-de mate van controle op de uit te voeren werkzaamheden.

ASPECTEN VAN ZELFSTANDIGHEID

Probleem oplossen

1. aard (en kader) van de probleemstelling;

2. aantal en aard van de bij de oplossing betrokken gegevens;

4. aantal keuzemogelijkheden en de complexiteit van de mogelijke gevolgen;

4. snelheid waarmee moet worden beslist;

6. toelaatbare marge met betrekking tot de juistheid van de keuze.

Werk organiseren:

7. het organiseren van het eigen werk;

8. het organiseren van het werk van anderen;

Innoveren

9. mate van initiatief;

10. mate van vindingrijkheid;

11. mate van creatief werken en oorspronkelijkheid.

Weerstand overwinnen

12. weerstand die bij de zelfstandigheid moet worden overwonnen;

Tijdspanne

13. de tijd tussen initiatief en waarneembaar gevolg van het resultaat;

14. invloed van het initiatief op de oorspronkelijke toestand.

GRENSGEBIEDEN

het kan voorkomen dat de functionaris met relatief weinig voorschriften werkt, terwijl de zelfstandigheid toch relatief klein is door:

* het geringe aantal problemen;

* de eenduidigheid van de probleemstelling;

* het beperkte gezichtsveld van de functie.

Er bestaat veelal een verband tussen de score voor zelfstandigheid en die voor kennis (het kennisniveau is voorwaarde voor een juiste behandeling van problemen). Het kan echter voorkomen dat zelfstandigheid een relatief lage score ten opzichte van kennis heeft, als het werk wordt bepaald door voorschriften die vrijwel geen keuzemogelijkheid openlaten. De score voor kennis kan in dat geval relatief hoog zijn als al deze voor¬schrif¬ten veelomvattend zijn en nauwkeurig moeten worden gekend. Omgekeerd kan de score voor zelfstandigheid relatief hoog zijn bij uitvoerende functies, met een sterk regelend ka¬rakter, waar binnen een kort tijdsbestek voortdurend beslissingen genomen moeten wor¬den.

Bij een normale functievervulling moet het oplossen van de meeste problemen een 'weet' zijn: deze problemen moeten in de opleidingsperiode of de inwerktijd zijn geleerd en val¬len dus onder kennis. In dit systeem wordt uitgegaan van een functionaris die be¬schikt over de noodzakelijke kennis voor de oplossing van de in de functie voorkomen¬de proble¬men. Als deze kennis onvoldoende aanwezig is, waardoor het oplossen van de proble¬men moeilijker wordt, leidt dit niet tot een hogere score op zelfstandigheid. Een tekort aan kennis dient niet te worden verward met daardoor voor de functionaris grotere complexi¬teit van de problemen.

Zelfstandigheid moet niet worden verward met 'het alleen werken'.(…)

NORMTEKSTEN ZELFSTANDIGHEID

(…)

E

Het uitoefenen van de functie aan de hand van richtlijnen, waarbij voortgangsbewaking, werkwijze en prioriteitsstelling naar eigen inzicht plaatsvinden. De functie vereist het op¬lossen van niet-alledaagse problemen, waarbij meerdere gegevens uit verschillende in¬valshoeken in onderlinge samenhang moeten worden bezien en een praktische vinding¬rijkheid nodig is. De te maken keuzen zijn min of meer bekend en de uitkomsten zijn goed voorspelbaar.

Eventueel worden de werkzaamheden van medewerkers met uitvoerende werkzaamhe¬den in overzichtelijke situaties gecoördineerd en gepland of leiding gegeven aan een klei¬ne afdeling met uitvoerende medewerkers.

Voorbeelden:

Uitvoeren van gevarieerde verpleegtechnische handelingen in de verpleging en verzor¬ging van pre- en postoperatieve patiënten op een verpleegafdeling. Treedt handelend op bij problemen van verpleegkundige aard.

Bereiden van (dieet)maaltijden aan de hand van receptuurvoorschriften.

Verrichten van allround secretariaatswerkzaamheden waarbij aanpak, uitvoering en prio¬ri¬¬teit¬stel¬ling in belangrijke mate zelf worden vastgesteld.

Operationeel leidinggeven aan en meewerken met een groep medewerkers groenvoor-zie¬¬ning, schoonmaak of centrale sterilisatie (tot ca. 15 fte) of een team van verplegen¬den/ ver¬zor¬genden (tot ca. 10 fte).

Leidinggeven aan een afdeling restauratieve voorzieningen, receptie/bewaking of ma¬gazijn (tot ca. 10 fte).

F

Het uitoefenen van de functie naar eigen inzicht aan de hand van globale richtlij¬nen, pro¬cedures en planning. De functie vereist inzicht in en interpretatie van richt¬lijnen en proce¬dures om gevarieerde problemen op te kunnen lossen, waar¬bij afgewogen keuzes moe¬ten worden gemaakt uit verschillende oplossingsmo¬ge¬lijkheden en vindingrijkheid nodig is. De uitkomsten zijn op voorhand niet ge¬heel duidelijk, maar zijn doorgaans terug te draaien of bij te sturen.

Eventueel worden de werkzaamheden van een groep vaklieden gecoördineerd en ge¬pland, wordt leiding gegeven aan medewerkers van een afdeling met homogene werk¬zaamheden of aan vaklieden/medewerkers van een kleine afdeling met gevarieerde werk¬¬zaamheden.

Voorbeelden:

Verplegen en bewaken van patiënten die intensieve zorg behoeven, waarbij acute hulp ge¬boden wordt in levensbedreigende situaties in afwachting van de komst van een arts.

Langdurig verplegen en begeleiden van chronische patiënten en het coördineren van de zorgverlening rondom de patiënt.

Opstellen en uitvoeren van voedings- en dieettherapieën.

Opstellen en uitvoeren van deelbehandelingen in het kader van bijvoorbeeld logopedie, oefen-, ergo- of fysiotherapie waarbij de te behandelen problematiek voor een belangrijk deel standaard is.

(…)

Operationeel leidinggeven aan en meewerken met radiologisch laboranten, prak¬tijk¬be¬ge¬leiders of verpleegkundigen (tot ca. 10 fte).

Leidinggeven aan (…) een afdeling dagbehandeling (tot ca. 10 fte)."

2.7. Alle func¬ties in het ziekenhuis van SFG zijn in het kader van voormelde func¬tiewaardering en -indeling in 2000 op¬nieuw beschreven. De vastgestelde functie¬beschrijving voor de verpleegkundige 1e niveau op de afdeling HVZ bij SFG luidt als volgt:

"Plaats in de organisatie

Situatieschets

Op de afdeling hart- en vaatziekten worden voornamelijk patiënten behandeld met een car¬diologische aandoening. De afdeling werkt nauw samen met de CCU (hartbewaking). 16 patiënten kunnen telemetrisch bewaakt worden. Op de afdeling werkt de verpleeg¬kun¬dige 1e niveau (2,5 fte.) samen met verpleegkundigen (5,8 fte.), CCU-verpleegkundigen (1,3 fte.), leerlingverpleegkundigen/stagiairs (3,66 fte.), zorgassistenten (4.22 fte.), een afdelingssecretaresse (0,9) en een hulpafdelingsassistent (1 fte.). De verpleeg¬kundi¬ge 1e niveau is voornamelijk belast met de coördinatie van de te geven patiëntenzorg en de bewaking van telemetriepatiënten. Tevens levert de verpleegkundige 1e niveau des¬kun¬digheid binnen het aandachtsgebied en wordt invloed uitgeoefende op het opname¬be¬leid.

Leiding geven/leiding ontvangen

Functionaris ontvangt hiërarchische leiding van het afdelingshoofd.

Functionaris ontvangt functionele leiding van de medisch specialisten en arts-assistenten.

Functionaris geeft functioneel en operationeel leiding aan (leerling)verpleegkundigen, zorg¬assistenten, (hulp)afdelingsassistenten, stagiairs en de afdelingssecretaresse die met de functionaris dienst hebben.

In- en externe contacten

Interne contacten:

Artsen over de patiëntenzorg (dagelijks)

Para- en perimedische beroepsbeoefenaars over de patiëntenzorg (ad hoc).

Collega's voor adviezen en consulten (dagelijks).

Ondersteunende diensten voor zover dit voor de patiëntenzorg noodzakelijk is (ad hoc).

Medewerkers van andere verpleegafdelingen/andere disciplines i.v.m. patiëntenover¬plaat¬singen (dagelijks).

Externe contacten:

Beroepsverenigingen voor ontwikkelingen in beroep (periodiek).

Familie en relaties van de patiënt over de zorgverlening (ad hoc).

Medewerkers gezondheidszorginstellingen over patiëntenzorg (dagelijks).

Functiedoel

Het leveren van zorgdiensten aan individuele patiënten in alle fasen van het verpleegpro¬ces. Het leveren van verpleegkundige consultatie en het coördineren van de te geven zorg. Het leveren van deskundigheid in een verpleegkundig aandachtsgebied.

Te behalen resultaten

Resultaten Belangrijkste problematiek

Zorgaanbod Het op basis van relevante gegevens vaststellen van de aard van de zorgvraag en de complexiteit van de zorgsituatie. Het toewij¬zen van verpleegkundigen aan zorgvragers.

Verpleegkundige zorg Het op basis van diagnosestelling plannen, uitvoeren en evalue¬ren van de gewenste en/of noodzakelijke (verpleegkundige) zorg¬verlening.

Gecoördineerde zorg Het coördineren van het verpleegproces waarbij verschillende disci¬plines zijn betrokken. Het waarborgen van de continuïteit van de zorgverlening. Het, indien nodig, behartigen van de belangen van de zorgvrager.

(…)

Kwaliteitszorg Het signaleren en bedenken van mogelijkheden voor het verbe¬te¬ren van het verpleegkundig proces en de organisatie daarom heen. Het ontwikkelen en toepassen van nieuwe werkwijzen, pro¬tocollen en (standaard)procedures.

(…)

Functie-eisen

(…)

Zelfstandigheid

Aan de hand van richtlijnen het zelfstandig oplossen van niet-alledaagse problemen in het verpleegproces en processen van de afdeling, alsmede zelfstandigheid voor het ade¬quaat kunnen handelen bij calamiteiten.

Aan de hand van protocollen en standaarden uitvoeren van gevarieerde verpleeg¬techni¬sche handelingen en/of voorbehouden handelingen.

(…)"

2.8. Het protocol "Verantwoordelijkheidheid ten aanzien van de telemetrische be¬wa¬king" bij SFG bevat onder meer de volgende tekst:

"Doel

Inzicht in de verantwoordelijkheden van verpleegkundigen ten aanzien van telemetrische bewaking op de afdeling HVZ en CCU.

(…)

Verantwoordelijkheid bij het aan-, afsluiten en het zichtbaar in beeld houden van de pa¬tiënt gegevens op de telemetrie

De verantwoordelijkheid ten aanzien van het aan-, afsluiten en het zichtbaar in beeld houden van de patiënt gegevens op de telemetrie ligt bij de (leerling)-ver¬pleegkundige die deze handeling verricht en/of zorg draagt voor de patiënt met telemetrie bewaking. Hierbij hoort ook het instellen en controleren van de alarm¬grenzen van de hartfrequentie aan het begin van iedere dienst (…)

Verantwoordelijkheid bij het beoordelen en interpreteren van de ritmebewaking op de mo¬ni¬toren

• De verpleegkundige die werkzaam is op de afdeling HVZ en CCU is ver¬ant¬woordelijk voor de aan hem/haar toegewezen patiënt met ritme bewaking.

• De verantwoordelijkheid bij het bewaken van het hartritme op de afdeling HVZ berust bij de verpleegkundigen die de aanvullende cardiologie cursus "de cardiologische patiënt" hebben gevolgd. Indien er niemand met deze cur¬sus werkt meldt de teamoudste van HVZ dit aan de teamoudste van de CCU, en ligt vanaf dat moment de verantwoordelijkheid bij de CCU.

• De verpleegkundigen die werkzaam zijn op de CCU hebben een (onge¬vraagd) advies en consult functie bij het beoordelen en interpreteren van het hartritme op de telemetrie monitor.

• Ligt de patiënt met telemetrie bewaking op de CCU dan heeft de verpleeg¬kun¬dige, aan wie deze patiënt is toegewezen, de eindverantwoordelijkheid bij het beoordelen en interpreteren van het hartritme op de monitor.

• Bij calamiteiten en/of alarmering van de zogeheten 'rode alarmen' dragen de verpleegkundigen die werkzaam zijn op de CCU de verantwoording. De HVZ-verpleegkundigen zijn medeverantwoordelijk.

Verantwoordelijkheid bij het beoordelen en interpreteren van het hartritme op de tele¬me¬trie¬strookjes.

• De verpleegkundige aan wie de patiënt met telemetrie bewaking is toege¬we¬zen draagt de verantwoordelijkheid voor het uitdraaien, laten be¬oordelen en administratief verwerken van de telemetrie strookjes aan het einde van iedere dienst.

• De verantwoordelijkheid bij het beoordelen en interpreteren van de telemetrie strookjes, op de adfdeling HVZ, berust bij de verpleegkundigen die de aan¬vul¬¬¬lende cardiologie cursus "de cardiologische patiënt" hebben gevolgd. In¬dien er niemand met deze cursus werkt meldt de teamoudste van HVZ dit aan de teamoudste van de CCU, en ligt vanaf dat moment de ver¬antwoorde¬lijkheid bij de CCU.

• De CCU heeft een (ongevraagd) advies en consult functie bij het beoordelen en interpreteren van de telemetrie strookjes.

(…)

Verantwoordelijkheid bij het instellen van de alarmgrenzen en bewakingsvormen van de telemetrie bewaking.

• De verantwoordelijkheid voor het instellen en controleren van de juiste alarmgrenzen en bewakingsvormen ligt bij de (leerling)-verpleegkundige die de patiënt aansluit en/ of zorg draagt voor de patiënt.

Voor patiënten op HVZ geldt het volgende:

• in principe worden de afdelingsinstellingen gebruikt.

• Verpleegkundigen die de cursus "de cardiologische patiënt" hebben gevolgd mogen zelf de alarminstellingen aanpassen."

2.9. SFG heeft [Partij A] per brief van 17 september 2001 een indelings¬voor¬stel voor haar functie toegestuurd. In dat voorstel wordt haar functie inge¬deeld in functiegroep 45, met de navolgende toelichting:

"In de kadertekst, passend bij de kernfunctie verplegende algemene ziekenhuiszorg wordt door het verrichten van complexe verpleegtechnische handelingen en door een meer in¬tensieve begeleiding van patiënten en hun relaties bij (ernstige) ziekten de mees¬te aan¬sluiting gevonden bij het niveau FWG 45. In vergelijk met de kadertekst, passend bij de kernfunctie van teamleider ziekenhuiszorg is het niveau FWG 50 door de aspecten van in¬ten¬sieve zorg en/of bewaking te hoog voor de in te delen functie.

In vergelijk met de ijkfuncties toont de ijkfunctie van teamleidinggevende chirurgische af¬deling, door de coördinerende aspecten, veel overeenkomst met de in te delen functie.

Zowel op basis van de kernfuncties, als op basis van de gekozen ijkfunctie is een indeling in FWG 45 passend. Het systeemadvies wordt derhalve overgenomen."

De bij het indelingsvoorstel behorende "motivatie gezichtspunten" bevat onder meer de volgende tekst:

Zelfstandigheid Bij D wordt de werkwijze door anderen bepaald. D is te licht. Bij F wordt gesproken van globale richtlijnen waarbij meerdere oplos¬sin¬gen mogelijk zijn en de uitkomst niet geheel duidelijk is. F is te zwaar. E

In voormelde brief is voorts onder meer als volgt opgenomen:

"Besloten is de uitloop voor de functie Verpleegkundige 1e niveau boven het maximum van functiegroep 45 door te laten lopen t/m regel 31 van de inpassingstabel (uitloop van 3 periodieken (…)"

2.10. [Partij A] heeft op 16 oktober 2001 tegen voormelde indeling bezwaar ge¬¬¬maakt en in dat verband aangevoerd dat haar functie dient te worden inge¬deeld in functiegroep 50. De Interne Bezwaren Commissie van SFG ("IBC") heeft geadviseerd het be¬zwaar ongegrond te verklaren, welk advies SFG heeft overge¬no¬men bij brief van 29 oktober 2002.

2.11. Tegen voormelde beslissing heeft [Partij A] een bezwaarschrift in¬ge¬¬diend bij de Landelijke Commissie Functiewaardering LCF Ziekenhuizen ("LCF"). Bij uitspraak van juni 2003, verzonden op 2 juli 2003, heeft LCF geadviseerd het gezichtspunt Zelfstandigheid te waarderen met de sco¬re F, het gezichtspunt Op¬lettendheid met de score E en [Partij A]s func¬tie in te delen in functie¬groep 50. LCF overweegt daartoe onder meer als volgt:

"Wat betreft het gezichtspunt Zelfstandigheid is de LCF van oordeel dat normtekst F van toepassing is, zij het licht in de bandbreedte. Normtekst E voldoet zonder meer. Gelet op de functiebeschrijving, waarin wordt aangegeven dat functionaris voornamelijk belast is met de coördinatie van de te geven patiëntenzorg, invloed wordt uitgeoefend op het op¬na¬mebeleid en functioneel en operationeel leiding wordt gegeven aan verpleegkundigen, leerling verpleegkundigen/stagiaires, zorgassistenten, een afdelingssecretaresse en een hulpafdelingsassistent en gelet op de vereiste zelfstandigheid voor het adequaat kunnen handelen bij calamiteiten is de LCF van oordeel dat het niveau zoals omschreven bij norm¬¬¬¬tekst E wordt overschreden. In de functie wordt operationeel leidinggegeven aan ver¬¬pleegkundigen.”

2.12. SFG heeft bij brief van 19 augustus 2003 aan [Partij A] medegedeeld het advies van LCF niet te volgen en de indeling in functiegroep 45 te handha¬ven. In deze brief is onder meer als volgt vermeld:

"Bij het gezichtspunt Zelfstandigheid is, naar de mening van de Raad van Bestuur, het¬geen in de functiebeschrijving van Verpleegkundige 1e niveau is vastgelegd, passend bij de normtekst bij E.

In de functiebeschrijving staat bij Zelfstandigheid: "Aan de hand van richtlijnen het zelf¬stan¬dig oplossen van niet-alledaagse problemen in het verpleegproces en processen van de afdeling, alsmede zelfstandigheid voor het adequaat kunnen handelen bij calamiteiten. Aan de hand van protocollen en standaarden uitvoeren van gevarieerde verpleegtech¬ni¬sche handelingen en/of voorbehouden handelingen".

In de normtekst bij E staat: "Het uitoefenen van de functie aan de hand van richtlijnen, waarbij voortgangsbewaking, werkwijze en prioriteitsstelling naar eigen inzicht plaatsvin¬den. De functie vereist het oplossen van niet-alledaagse problemen, waarbij meerdere gegevens uit verschillende invalshoeken in onderlinge samenhang moeten worden be¬zien en een praktische vindingrijkheid nodig is. De te maken keuzen zijn min of meer be¬kend en de uitkomsten zijn goed voorspelbaar. Eventueel worden de werkzaamheden van medewerkers met uitvoerende werkzaamheden in overzichtelijke situaties gecoördi¬neerd en gepland of leiding gegeven aan een kleine afdeling met uitvoerende medewer¬kers".

Naar de mening van de Raad van Bestuur is de vereiste zelfstandigheid van de functie Verpleegkundige 1e niveau hiermee volledig weergegeven.

De conclusie van de LCF dat de normtekst bij F, zij het licht in de bandbreedte, van toe¬passing is, is naar het oordeel van de Raad van Bestuur niet juist. De normtekst bij F be¬schrijft een zelfstandigheid waarbij een functie naar eigen inzicht wordt uitgeoefend aan de hand van globale richtlijnen etc. Binnen de functie Verpleegkundige 1e niveau is geen sprake van globale richtlijnen, maar specifiek van richtlijnen.

De conclusie van de LCF dat de Verpleegkundige 1e niveau voornamelijk is belast met de coördinatie van de te geven patiëntenzorg, invloed wordt uitgeoefend op het opname¬be¬leid en functioneel en operationeel leiding wordt gegeven aan verpleeg¬kundigen, leer¬ling verpleegkundigen/stagiaires, zorgassistenten, een afdelingssecretares¬se en een hulp¬afdelingsassistent, suggereert een functionaris die als leidinggevende een team van collega's aanstuurt, hetgeen een onjuist beeld van de functie is.

Dominant in de functie Verpleegkundige 1e niveau is het leveren van zorgdiensten aan in¬¬di¬viduele patiënten in alle fasen van het zorgproces, met andere woorden het daadwer¬ke¬lijk als verpleegkundige meewerken in de directe patiëntenzorg. Daarnaast behoort ver¬¬pleeg¬kundige consultatie, deskundigheid in een verpleegkundig aandachtsgebied en het coördineren van de te leveren zorg, niet alleen van verpleegkundigen, maar ook van leer¬ling verpleegkundigen/stagiaires, zorg- en afdelingsassistenten en de afdelingssecre¬ta¬res¬¬¬se, tot het takenpakket.

Ook het adequaat kunnen handelen bij calamiteiten rechtvaardigt niet dat de normtekst F van toepassing zou moeten zijn. Het vakgebied cardiologie is immers sterk geprotocol¬leerd en laat weinig ruimte voor het naar eigen inzicht handelend optreden, ook niet bij ca¬la¬miteiten. Zoals u bekend grenst de afdeling hart- en vaatziekten aan de afdeling CCU, waar een continue bezetting van gespecialiseerd CCU-verpleegkundigen aanwezig is die bij calamiteiten in de patiëntenzorg op de afdeling waar u werkt, indien nodig, on¬mid¬del¬lijk directe ondersteuning kunnen bieden.

Op grond van bovengenoemde overwegingen handhaaft de Raad van Bestuur de waar¬de¬ring van het gezichtspunt Zelfstandigheid met een E.

(…)

Op grond van bovengenoemde zwaarwegende argumenten maakt de Raad van Bestuur gebruik van haar bevoegdheid het advies van de LCF niet over te nemen en de indeling op niveau 45 te handhaven."

2.13. [Partij A] vorderde in eerste aanleg - kort gezegd en voor zover in ho¬ger beroep nog van belang - SFG op straffe van een dwangsom van € 250,= per dag te bevelen [Partij A] conform het hierbo¬ven sub 2.11. be¬doel¬¬de advies van LCF met ingang van 1 januari 2000 in te delen in functiegroep 50 en binnen een maand na het in deze te wijzen vonnis zorg te dragen voor de salarisbetaling die uit deze indeling voortvloeit, alsmede SFG te veroordelen aan haar € 663,= aan buitengerech¬te¬lijke kosten te betalen. De rechtbank heeft de vorderingen af¬gewezen.

3. Het hof zal de met de grieven en de toelichting daarop voorgelegde vragen hier¬onder behandelen en overweegt daartoe als volgt.

4. Met grief 1 en de toelichting daarop betoogt [Partij A] dat het hof in deze zaak niet marginaal maar vol dient te toetsen. Het hof overweegt daaromtrent als volgt.

SFG heeft onweersproken aangevoerd dat zij de waardering en indeling van de functie van [Partij A] uitsluitend heeft ge¬ba¬seerd op de vastgestelde func¬tie¬beschrijving als hierboven sub 2.7. geciteerd. De juistheid van die functiebe¬schrij¬ving, alsmede het uitgangspunt dat deze als één onverbrekelijk ge¬heel moet wor¬den beschouwd, staat tussen partijen niet ter discussie.

Uit de door SFG aan¬ge¬voerde argumenten voor de door haar vastgestelde waar¬de¬ring en indeling van de functie van [Partij A] blijkt voorts niet anders dan dat SFG zich (uitsluitend) heeft laten leiden door hetgeen FWG 3.0 voorschrijft.

SFG heeft haar beslissing om af te wijken van het advies van LCF gemotiveerd (zie hierboven sub 2.12.).

Gelet op het voorgaande - dat is gebaseerd op een volle toetsing - en in aanmer¬king genomen dat SFG als werkgever bij de waardering en indeling een zekere beoordelingsvrijheid toekomt, dient het hof vervolgens te beoordelen of SFG in rede¬lijk¬heid tot haar oordeel heeft kunnen komen. Grief 1 faalt derhalve.

5. In verband met het¬geen hierboven sub 2.5. is vastgesteld gaat het om de vraag of de functie-eisen uitgaan boven die uit de door SFG gekozen categorie.

6. Het hof dient derhalve in de eerste plaats - op basis van de vastgestelde func¬tiebeschrijving - te beoordelen of SFG in redelijkheid kon oordelen dat aan de func¬tie van [Partij A] ten aanzien van het gezichtspun¬t Zelf¬standigheid geen zwaardere eisen worden ge¬steld dan past binnen de om¬schrijving E (zie hier¬bo¬ven sub 2.6.). Het hof oordeelt daaromtrent als volgt.

De door LCF in haar advies aangehaalde elementen van de functiebeschrijving (zie hierboven sub 2.11.) brengen mee dat in redelijkheid niet gezegd kan wor¬den dat de eisen als ver¬meld in categorie E niet zijn overschreden.

Dat uit die formu¬le¬ring van LCF het beeld naar voren zou komen dat [Partij A] als leidingge¬ven¬de een team van collega's aanstuurt (zoals door SFG wordt aangevoerd) wordt door het hof niet onderschreven. Het hof leest een en ander

- in het licht van het hierboven sub 5. bedoelde toetsingskader - als niet meer dan een optelsom van "buiten de E-bandbreedte" vallende aspec¬ten. Ook wan¬neer er van wordt uitgegaan dat het "voornamelijk belast zijn met" niet al¬leen de coördi¬na¬tie van de patiëntenzorg betreft maar ook de bewaking van de teleme¬trie¬pa¬tiën¬ten, alsmede dat de functie daarnaast ook de overige directe patiën¬ten¬zorg in¬houdt, en dus de functiebeschrijving in zijn geheel in aanmerking wordt ge¬¬no¬men, is naar het oordeel van het hof de bandbreedte van categorie E op on¬der¬delen in zodanige mate overschreden dat in redelijkheid niet gezegd kan wor¬den dat dit niet het geval is:

-[Partij A] geeft onweersproken functioneel en operationeel leiding aan on¬der meer verpleegkundigen. Het operationeel leidinggeven aan en mee¬wer¬ken met verpleegkundigen (en dus niet aan alleen uitvoerenden of verple¬gen¬den/ver¬zorgenden, hetgeen bij categorie E als één van de voorbeelden is ver¬meld) is nu juist één van de in FWG 3.0 bij dit gezichtpunt opgenomen voor¬beelden van een functie in categorie F.

-Ook al wordt de verantwoordelijkheid ten aanzien van calamiteiten bij de tele¬metriepatiënten blijkens het hierboven sub 2.8. ver¬mel¬de protocol gedeeld met de afdeling CCU en is [Partij A] alsdan "slechts" medeverantwoordelijk, dit neemt - ook indien in aanmerking wordt genomen dat de afdeling HVZ voor wat betreft de verpleegkundige handelingen sterk is gepro¬to¬col¬leerd - niet weg dat de in de functiebeschrijving opgenomen eis van zelf¬standigheid "voor het adequaat kunnen handelen bij calamiteiten" een element is dat niet bij de voorbeelden van categorie E is opgenomen en daarin ook niet in volle omvang valt in te passen, terwijl dit wel een (beperkt) onderdeel is van het eerste voorbeeld bij categorie F. Hetgeen SFG overigens in haar moti¬ve¬ring voor de afwijking van het advies van LCF aanvoert, miskent hetgeen hier¬boven sub 5. is over¬wogen: de functie van [Partij A] behoeft niet tot de voor categorie F omschreven bovengrens te rei¬ken om in aanmerking te komen voor indeling in die categorie. Het (in hier¬bo¬ven bedoelde mate) overschrijden van die bovengrens van categorie E is daartoe vol¬doende.

De conclusie uit het voorgaande - in onder¬linge samenhang bezien - is dat de functie bij het gezichtspunt Zelfstandigheid met een F had moeten worden ge¬waardeerd.

7. Bij het pleidooi is van de zijde van SFG met zoveel woorden medegedeeld dat reeds een waardering in een naasthogere categorie dan SFG heeft gedaan op één van de twee in deze procedure aan de orde zijnde gezichtspunten zal leiden tot indeling in functiegroep 50. Dit is door [Partij A] niet weersproken en het hof zal daarvan dan ook uitgaan. Gelet hierop heeft [Partij A] geen belang bij bespreking van het gezichtspunt Oplettendheid, zodat dit achterwege blijft.

8. Het bovenstaande leidt tot het oordeel dat de grieven 2 t/m 4 in zoverre doel tref¬fen. De vorderingen van [Partij A] - behoudens de primaire vordering, die door de rechtbank is afgewezen om redenen waartegen niet is gegriefd, en de bui¬ten¬gerechtelijke kosten die na betwisting door SFG door [Partij A] niet zijn on¬derbouwd, hoewel dat wel op haar weg had gelegen, zodat deze zullen wor¬den afgewezen – komen voor toewijzing in aanmerking nu deze overigens niet zijn weersproken. Met dien verstande dat SFG een ruimere termijn zal wor¬den gegeven om aan de veroordeling te voldoen. Het vonnis van de rechtbank kan niet in stand blijven en zal worden vernietigd.

10. Bij deze uitkomst past het om SFG te veroordelen in de proceskosten in bei¬de instanties.

De beslissing

Het hof:

- vernietigt het op 30 maart 2005 tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam, sector kanton, locatie Rotterdam;

en opnieuw rechtdoende:

- beveelt SFG - met ingang van 1 januari 2000 - de functie van [Partij A] in te delen in functiegroep 50 en zorg te dragen voor salarisnabetaling die uit deze indeling voortvloeit;

- bepaalt dat SFG een dwangsom van € 250,= per dag verbeurt voor iedere dag dat SFG - na afloop van een periode van twee maanden na de bete¬ke¬¬ning van dit arrest - niet aan het bovenstaande voldoet;

- veroordeelt SFG in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zij¬de van [Partij A] begroot op € 185,78 aan verschotten en € 650,= aan salaris gemachtigde;

- veroordeelt SFG de kosten van het geding in hoger beroep, tot op dit arrest aan de zijde van SFG begroot op € 329,60 aan verschotten en € 2.682,= aan salaris procureur;

- verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.G. Beyer-Lazonder, M.H. van Coeverden en G.H. Bunt en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 mei 2007 in aan¬wezigheid van de griffier.