Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2007:BA6658

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
09-05-2007
Datum publicatie
22-06-2007
Zaaknummer
1159-R-06
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vader alleen met get ouderlijk gezag belast, nu de moeder rechterlijke beslissingen negeert, de minderjarige niet terugbrengt naar Nederland, de rechtmatige verblijfplaats, en daarmede een onaanvaardbaasr risico creëert voor het kind, door op deze wijze het gezamenlijk gezag uit te oefenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 9 mei 2007

Rekestnummer. : 1159-R-06

Rekestnr. rechtbank : F2 RK 05-2907

[appellant],

wonende te Rotterdam,

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

procureur mr. E. Grabandt,

tegen

[verweerster],

voorheen wonende te Rotterdam, thans wonende te Sarajevo, Bosnië-Herzegovina,

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder.

Als informant is opgeroepen:

de raad voor de kinderbescherming,

vestiging Rotterdam,

hierna te noemen: de raad.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De vader is op 25 augustus 2006 in hoger beroep gekomen van een beschikking van de rechtbank te Rotterdam van 29 mei 2006.

De moeder heeft geen verweerschrift ingediend.

Van de zijde van de vader zijn bij het hof op 4 april 2007 aanvullende stukken ingekomen.

De raad heeft het hof bij brief van 7 maart 2007 laten weten niet ter terechtzitting te zullen verschijnen.

Op 18 april 2007 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de vader, bijgestaan door zijn advocaat, mr. E.M. Buijs-van Bemmel. De moeder is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De vader en zijn advocaat hebben het woord gevoerd, de advocaat onder meer aan de hand van de bij de stukken gevoegde pleitnotitie.

VASTSTAANDE FEITEN EN HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking van de rechtbank te Rotterdam. Bij die beschikking is onder meer het verzoek van de vader om hem alleen met het ouderlijk gezag te belasten, afgewezen.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht. In hoger beroep is voorts komen vast te staan dat bij beschikking van 30 mei 2006 van de gemeentelijke rechtbank te Sarajevo, Bosnië en Herzegovina, het verzoek van de vader tot teruggeleiding van de minderjarige naar hem (in Nederland) is toegewezen.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de afwijzing van het verzoek van de vader om hem alleen te belasten met het ouderlijk gezag over de minderjarige, [geboren in 2002].

2. De vader verzoekt de bestreden beschikking, naar het hof begrijpt alleen wat betreft het ouderlijk gezag, te vernietigen en, opnieuw beschikkende, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat alsnog zijn verzoek om hem bij uitsluiting te belasten met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt toegewezen.

3. De vader stelt in zijn beroepschrift dat hij in 2005 aan de moeder toestemming heeft gegeven om [de minderjarige] voor 5 weken mee te nemen naar Bosnië-Herzegovina. Sindsdien heeft de vader niets meer van zijn zoon vernomen. Er is geen enkele communicatie mogelijk tussen partijen. De Centrale Autoriteit is verzocht ervoor te zorgen dat [de minderjarige] weer naar Nederland komt. Om aan de ondragelijke situatie een einde te maken voor nu en in de toekomst stelt de vader dat het in het grootste belang is van de geestelijke ontwikkeling en de noodzakelijke veiligheid van [de minderjarige] dat na zijn terugkeer in Nederland het ouderlijk gezag bij de vader zal berusten. Zonder de gezagsvoorziening blijft de kans aanzienlijk dat de moeder opnieuw zal proberen om [de minderjarige] aan het gezag van de vader te ontrekken.

Ter terechtzitting heeft de vader zijn beroepschrift toegelicht en aangevuld. Hij stelt dat ondanks de uitspraak in beroep van de rechtbank in Sarajevo, waarin is bepaald dat [de minderjarige] moet worden teruggeleid naar Nederland, [de minderjarige] nog steeds niet terug is. De moeder heeft tot nu toe stelselmatig geweigerd mee te werken aan de terugkeer. Volgens de vader is, gelet op hetgeen zich heeft afgespeeld en op de houding van de moeder, voldoende aangetoond dat toewijzing van het eenouder gezag aan de vader in het belang van [de minderjarige] is.

Ook de Hoge Raad heeft in zijn arrest van 10 september 1999 het oordeel bevestigd dat in het belang van de kinderen het ouderlijk gezag aan één van de ouders dient te worden toegekend in geval van bestaande communicatieproblemen die zodanig ernstig zijn dat er een onaanvaardbaar risico ontstaat dat kinderen klem of verloren raken tussen de ouders en dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen.

De toekomst van [de minderjarige] is gelegen in Nederland en de vader is ook in staat om hem deze toekomst te bieden, aldus de vader.

4. Het hof is op basis van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting van oordeel dat de moeder er blijk van heeft gegeven dat zij juist in gezagskwesties niet in staat is om op een verantwoordelijke wijze te handelen, gezien vanuit de belangen van [de minderjarige].

Het hof neemt bij zijn oordeel tevens in aanmerking het feit dat de moeder niet ter terechtzitting bij het hof is verschenen, de verklaring van de vader dat contact met de moeder en met [de minderjarige] tot op heden niet of nauwelijks mogelijk is, en dat de moeder niet meewerkt aan de uitvoering van rechterlijke beslissingen tot nu toe.

Naar het oordeel van het hof blijkt uit vorenstaande dat de moeder op dit moment niet in staat is om gezamenlijk gezag met de vader goed in te vullen. Het feit dat de moeder weigert [de minderjarige] terug te geleiden naar de rechtmatige verblijfplaats teneinde vervolgens het ouderschap in overleg met de vader, dan wel via de bevoegde rechter, gestalte te geven, levert een voor [de minderjarige] onaanvaardbaar risico op. Het hof zal de bestreden beschikking derhalve vernietigen en bepalen dat het gezag over [de minderjarige] voortaan alleen aan de vader toekomt. Mocht de situatie in de toekomst wijzigen dan is het aan de moeder om een verzoek tot wijziging van het eenouder gezag van de vader in te dienen.

5. Nu de vader in beroep heeft verzocht de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zal het hof dat toewijzen, hetgeen meebrengt dat het eenhoofdig gezag een aanvang neemt daags nadat deze beschikking is verstrekt of verzonden.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking voor zover het de afwijzing van het verzoek van de vader om hem alleen met het ouderlijk gezag te belasten betreft en, in zoverre opnieuw beschikkende:

bepaalt dat het gezag over [de minderjarige] voortaan alleen aan de vader toekomt;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Kamminga, Van Leuven en Van der Burght, bijgestaan door mr. Vergeer-van Zeggeren als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 mei 2007.