Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2007:BA3826

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-04-2007
Datum publicatie
25-04-2007
Zaaknummer
2200357306
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak; eigen waarneming hof.

Het hof stelt op grond van eigen waarneming weliswaar vast dat de verdachte gelijkenis vertoont met de waar te nemen persoon op het ter terechtzitting vertoonde beeldmateriaal alsmede het daarvan afgeleide fotomateriaal betrekking hebbende op het openlijk in vereniging gepleegde geweld, doch is, mede gelet op het ontbreken van een positieve herkenning van de verdachte door een getuige die ten tijde van de geweldpleging zelf ter plaatse aanwezig is geweest, niet overtuigd van het feit dat de waar te nemen persoon op de foto's ook daadwerkelijk de verdachte is. Nu de verdachte het tenlastegelegde ontkent en bij het ontbreken van nader onderzoek, in het bijzonder naar het bezit door de verdachte van kledingstukken die op voornoemd beeld- en fotomateriaal waarneembaar is, geen ander overtuigend (ondersteunend) bewijs van zijn betrokkenheid voorhanden is, kan niet buiten redelijk twijfel worden vastgesteld dat hij het tenlastegelegde heeft begaan.

Naar het oordeel van het hof is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-003573-06

Parketnummer(s): 10-900171-05

Datum uitspraak: 24 april 2007

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank te Rotterdam van 20 juni 2006 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 10 april 2007.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en tot veroordeling van de verdachte terzake van het tenlastegelegde tot een taakstraf, in de vorm van een werkstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis en tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarde een stadionverbod voor de duur van één jaar met meldingsplicht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie in dit arrest is gevoegd.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee - voor wat de gronden betreft - niet verenigt.

Vrijspraak

Het hof stelt op grond van eigen waarneming weliswaar vast dat de verdachte gelijkenis vertoont met de waar te nemen persoon op het ter terechtzitting vertoonde beeldmateriaal alsmede het daarvan afgeleide fotomateriaal betrekking hebbende op het openlijk in vereniging gepleegde geweld, doch is, mede gelet op het ontbreken van een positieve herkenning van de verdachte door een getuige die ten tijde van de geweldpleging zelf ter plaatse aanwezig is geweest, niet overtuigd van het feit dat de waar te nemen persoon op de foto's ook daadwerkelijk de verdachte is. Nu de verdachte het tenlastegelegde ontkent en bij het ontbreken van nader onderzoek, in het bijzonder naar het bezit door de verdachte van kledingstukken die op voornoemd beeld- en fotomateriaal waarneembaar is, geen ander overtuigend (ondersteunend) bewijs van zijn betrokkenheid voorhanden is, kan niet buiten redelijk twijfel worden vastgesteld dat hij het tenlastegelegde heeft begaan.

Naar het oordeel van het hof is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. B.A. Stoker-Klein,

mr. Chr.A. Baardman en mr. E.P.J. Myjer,

in bijzijn van de griffier mr. C.B. Jans.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 april 2007.

Mr. E.P.J. Myjer is buiten staat dit arrest te ondertekenen.