Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2007:AZ8874

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
26-01-2007
Datum publicatie
20-02-2007
Zaaknummer
C05/62
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2004:AR2589, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Is er voldoende re-integratieinspanning verricht door de werkgever; is aan werkneemster tijdig duidelijkheid verschaft dat interne re-integratie redelijkerwijs niet mogelijk is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak: 26 januari 2007

Rolnummer: 05/62

Zaaknummer rechtbank: 447404/03/416

HET GERECHTSHOF TE ’S-GRAVENHAGE, negende civiele kamer, heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van

[WERKNEEMSTER],

wonende te X,

appellante,

hierna te noemen: [werkneemster],

procureur: mr. R.S. Meijer, voorheen mr. M.G.J.L. van Scherpenzeel,

tegen

SODEXHO B.V.,

gevestigd te Capelle aan den IJssel,

geïntimeerde,

hierna te noemen: Sodexho,

procureur: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.

Het geding

Bij exploot van 21 oktober 2004, hersteld bij exploot van 26 oktober 2004, is [werkneemster] in hoger beroep gekomen van het eindvonnis van 23 juli 2004 door de rechtbank Rotterdam, sector kanton, locatie Rotterdam, gewezen tussen partijen. Bij memorie van grieven heeft [werkneemster] vier grieven tegen het vonnis opgeworpen, die door Sodexho bij memorie van antwoord zijn bestreden. Desgevraagd heeft [werkneemster] als bijlage bij haar brief van 10 januari 2007 stukken aan het hof gestuurd die in het griffiedossier ontbraken.

Ter zitting van dit hof van 12 januari 2007 hebben partijen hun zaak doen bepleiten, [werkneemster] door mr. M.S. Swager, advocaat te Haarlem, die daarbij gebruik heeft gemaakt van overgelegde pleitaantekeningen, en Sodexho door mr. J.J. Willemsen, advocaat te Rotterdam. Tot slot hebben partijen arrest gevraagd op het griffiedossier.

Beoordeling van het hoger beroep

1. In het tussenvonnis van 18 juli 2003 heeft de rechtbank onder 1. een aantal feiten als in deze zaak vaststaand aangemerkt. Daartegen is in hoger beroep niet opgekomen, zodat het hof ook van die feiten zal uitgaan.

2. Het gaat in deze zaak, samengevat, om het volgende.

2.1 [werkneemster], geboren op […] 1953, is per 14 december 1998 als catering medewerkster bij (de rechtsvoorgangster van) Sodexho in dienst getreden tegen een salaris van laatstelijk € 686,83 bruto per maand op basis van een werkweek van 15 tot 20 uur. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO voor de contractcateringbranche van toepassing.

2.2 [werkneemster] is op 8 januari 2001 wegens rugklachten arbeidsongeschikt geworden.

2.3 De arbodienst van Sodexho heeft op 3 augustus 2001 een ‘volledig reïntegratieplan’ opgesteld. Daarin is vraag 6. “Zijn de beperkingen voor het eigen werk tijdelijk of blijvend?” beantwoord met “blijvend”; vraag 7. “Zijn er mogelijkheden voor aangepast werk?” met “nee”; vraag 9. “Verwachting werkhervatting” met “Geen werkhervatting in dezelfde onderneming”.

2.4 Het reïntegratiebedrijf Plexus Beheer B.V. (hierna: Plexus) heeft in opdracht en voor rekening van Sodexho een reïntegratieplan opgesteld en heeft vervolgens op 14 september 2001 een rapportage ten aanzien van de bemiddelingsmogelijk-heden van [werkneemster] voor aangepast werk opgesteld. De conclusie van Plexus was dat [werkneemster] naar alle waarschijnlijkheid niet meer geschikt kon worden geacht om terug te keren in haar functie van catering medewerkster. Plexus heeft geadviseerd om [werkneemster] in aanmerking te laten komen voor omscholing. Geadviseerd werd dat basisbemiddeling naar een administratieve of dienstverlenende functie bij voorkeur binnen Sodexho zou dienen plaats te hebben.

2.5 Bij brief van 29 november 2001 heeft Gak Nederland B.V. aan [werkneemster] geschreven dat zij hele dagen arbeid kan verrichten, mits de werkzaamheden aan specifieke eisen voldoen. Het werk dient niet zwaar nek-, rug- en kniebelastend te zijn in een niet stoffige omgeving.

2.6 Bij brief van 11 maart 2002 heeft het Uitvoeringsinstituut Werknemers-verzekeringen (hierna: UWV) aan [werkneemster] geschreven dat zij ongeschikt is voor haar eigen (maatgevende) arbeid omdat de belasting in het werk haar belastbaarheid te boven gaat, met name ten aanzien van het aspect staan. Bij brief van 12 maart 2002 heeft het UWV aan Hoonhout- de Leth geschreven dat zij per 6 januari 2002 voor minder dan 15% arbeidsongeschikt is, zodat haar een WAO-uitkering wordt geweigerd.

2.7 Bij brief van 21 maart 2002 heeft Sodexho aan [werkneemster] onder meer bericht dat zij in verband met de aard van haar arbeidsongeschiktheid niet geschikt wordt geacht voor de functie van catering medewerkster en dat herplaatsing van haar in een andere functie niet mogelijk is aangezien Sodexho haar geen passende arbeid kan aanbieden. Er heeft een eindafrekening plaatsgevonden en [werkneemster] heeft een getuigschrift ontvangen. [werkneemster] heeft bezwaar tegen de brief ingediend, waarop geen reactie is gekomen van Sodexho.

2.8 Bij brief van 10 april 2002 heeft het UWV de conclusie van de rapportage van Plexus aan [werkneemster] medegedeeld. Het UWV heeft aan Plexus opdracht gegeven om het opgestelde reïntegratieplan van 14 september 2001 uit te voeren.

2.9 Bij brief van 18 juli 2002 heeft de gemachtigde van [werkneemster] aan Sodexho te kennen gegeven dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd, dat [werkneemster] zich beschikbaar houdt voor vervangende/ passende arbeid en dat zij recht heeft op salarisdoorbetaling.

2.10 Bij brief van 26 augustus 2002 heeft Sodexho geweigerd over te gaan tot hervatting van de salarisbetalingen aan [werkneemster].

2.11 Bij dagvaarding van 2 januari 2003 heeft [werkneemster] betaling van loon vanaf 6 januari 2002, met de wettelijke verhoging, wettelijke rente en kosten, gevorderd.

2.12 Ingevolge tussenvonnissen van de rechtbank van 18 juli en 7 november 2003 heeft op 26 augustus 2003 een comparitie van partijen plaatsgevonden, die op 11 december 2003 is voortgezet. Bij het bestreden eindvonnis is de vordering van [werkneemster] afgewezen.

2.13 Ingevolge artikel VII,3 lid 1 onder B van de CAO voor de contractcatering-branche is Sodexho gehouden tot het doen van al het mogelijke om de arbeidsongeschikte werknemers te herplaatsen binnen het eigen bedrijf, zulks overeenkomstig het bij deze CAO geformuleerde herplaatsingsbeleid. Deze verplichting rust gedurende twee jaar op Sodexho.

Het herplaatsingsbeleid staat nader uitgewerkt in artikel 84 van deze CAO, dat luidt: “Partijen dragen zorg voor een bedrijfstakaanpak gericht op reïntegratie van (gedeeltelijk) arbeidsgehandicapten. De aanpak richt zich op herplaatsing in het bedrijf, binnen de bedrijfstak of buiten de bedrijfstak. De uitvoering gebeurt door het Steunpunt Arbeidsmarkt en Werkgelegenheid.”

3. Grieven 1 - 3 stellen in volle omvang aan de orde (a) of Sodexho zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is heeft onderzocht of andere passende arbeid voorhanden is, (b) of daarover duidelijkheid is verschaft aan [werkneemster] en (c) of Sodexho ook voor het overige heeft voldaan aan haar reïntegratie-verplichting jegens [werkneemster].

4. Het hof overweegt als volgt.

4.1 Niet in geschil is dat [werkneemster] gezien de beperkingen in haar belastbaarheidsprofiel haar eigen werkzaamheden van catering medewerkster niet meer kan verrichten. Onbetwist is gesteld dat de functie van gastvrouw binnen de onderneming van Sodexho vergelijkbaar is met die van catering medewerkster, zij het dat de gastvrouw de directie bedient. Ook deze functie is derhalve te belastend voor [werkneemster].

Voorts is niet in geschil dat [werkneemster] gegeven de medische beperkingen slechts in aanmerking komt voor administratieve functies.

4.2 Sodexho heeft gesteld dat er op het regiokantoor van Sodexho te Hoofddorp - overige kantoren zijn buiten beschouwing gelaten vanwege de afstand tot het werk - de volgende administratieve functies zijn: die van ondersteunend administratief medewerkster, administratief medewerker personeelszaken, secretaresse, crediteurenadministrateur, debiteuren-administrateur, grootboek administrateur, medewerker personeels-zaken en telefoniste/receptioniste. Onder overlegging van de betreffende functieprofielen heeft Sodexho aangevoerd dat [werkneemster] gelet op haar vooropleiding (huishoudschool) en arbeidsverleden alleen voor de functies van ondersteunend administratief medewerkster en telefoniste/receptioniste in aanmerking komt. Alleen deze functies zijn op VBO werk- en denkniveau. Naar het oordeel van het hof heeft Sodexho met het bovenstaande inzage verschaft in de binnen haar onderneming op het niveau van [werkneemster] voorkomende functies. [werkneemster] heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat alleen de functies van ondersteunend administratief medewerkster en telefoniste/receptioniste binnen Sodexho voor haar passend zijn. Zij heeft niet gesteld dat er concreet andere passende arbeid binnen Sodexho voorhanden was.

4.3 Sodexho heeft voorts aangegeven dat er in totaal zeven personen in parttime dan wel fulltime dienstverband werken in de functies van ondersteunend administratief medewerker, crediteuren- en debiteurenadministrateur, dat de debiteuren-/crediteurenadministratie wordt gereorganiseerd, waarbij een aantal arbeidsplaatsen zullen verdwijnen en dat er twee personen in parttime dienstverband werken in de functie van telefoniste/receptioniste.

Ter comparitie van 26 augustus 2002 heeft Sodexho gemotiveerd gesteld dat er in 2001 en 2002 voor de functies van ondersteunend administratief medewerkster en telefoniste/receptioniste geen vacatures waren. Ter zitting van dit hof heeft Sodexho gesteld dat die vacatures er nog steeds niet zijn en dat die functies nog steeds door dezelfde personen worden uitgeoefend. [werkneemster] heeft dit niet weersproken.

4.4 Nu de passende functies van ondersteunend administratief medewerkster en telefoniste/receptioniste niet vacant waren, waren er voor Sodexho redelijkerwijs geen mogelijkheden om [werkneemster] binnen haar onderneming te reïntegreren. Toen de kans op interne reïntegratie gering tot nihil bleek, heeft Sodexho Plexus opdracht gegeven om de externe reïntegratie ter hand te nemen. Onbetwist is gesteld dat Plexus tot en met 2002 door alle cateringorganisaties die zijn aangesloten bij Veneca (de Vereniging Nederlandse Cateringorganisaties) is aangesteld voor de uitvoering van alle externe reïntegratie--projecten. Daarmee heeft Sodexho naar het oordeel van het hof voldaan aan de verplichting die op haar rust ingevolge de CAO.

4.5 [werkneemster] heeft aangevoerd dat het haar gedurende het eerste ziektejaar duidelijk is geworden dat haar eigen werkzaamheden fysiek te zwaar voor haar waren. Om die reden heeft zij zich steeds beschikbaar gehouden voor passende arbeid, bij voorkeur binnen Sodexho. Pas bij brief van 21 maart 2002 is door Sodexho ongemotiveerd gesteld dat er binnen Sodexho geen passende functies voor haar waren. Voordien is haar geen duidelijkheid over de interne reïntegratie-mogelijkheden verschaft. Het volledige reïntegratieplan van 3 augustus 2001 is nooit met haar besproken.

Sodexho heeft dit gemotiveerd betwist. Volgens Sodexho is op 10 mei 2001 door de arbo-dienst voor de eerste keer gesproken over arbeidsbemiddeling, omdat er geen passende arbeid binnen Sodexho voorhanden was. Op 5 juli 2001 is [werkneemster] akkoord gegaan met arbeidsbemiddeling.

4.6 Ter zitting van dit hof heeft [werkneemster] verklaard dat zij gedurende het eerste ziektejaar met de arbo-arts en haar rayonmanager heeft gesproken over ander werk binnen Sodexho, bij voorbeeld als receptioniste, en dat haar is gezegd dat zij dit moest afwachten. Deze mededeling kan naar het oordeel van het hof niet worden opgevat als een toezegging van Sodexho dat er intern passend werk voorhanden was. Eerder valt hieruit op te maken dat er op dat moment geen vacatures waren. Ook [werkneemster] had deze mededeling aldus dienen te begrijpen. Zij heeft vervolgens meegewerkt aan de reïntegratie door Plexus naar andere werkzaamheden. In het reïntegratieplan van Plexus van 14 september 2001 wordt basisbemiddeling naar een administratieve of dienstverlenende functie (bij voorkeur binnen Sodexho) geadviseerd. Niet is daarin vermeld dat [werkneemster] binnen Sodexho zou kunnen reïntegreren.

Gelet op dit een en ander concludeert het hof dat het [werkneemster] zeer tijdig duidelijk is gemaakt dat er voor Sodexho redelijkerwijs geen mogelijkheden waren om haar binnen de onderneming te reïntegreren.

4.7 Gelet op het vorenstaande falen grieven 1 - 3. De kostenveroordeling kan eveneens in stand blijven, zodat ook grief 4 faalt. Het bestreden eindvonnis zal worden bekrachtigd. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [werkneemster] worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

Beslissing

Het hof:

- bekrachtigt het eindvonnis van 23 juli 2004 door de rechtbank Rotterdam, sector kanton, locatie Rotterdam, gewezen tussen partijen;

- veroordeelt [werkneemster] in de kosten van het hoger beroep, tot op deze uitspraak aan de zijde van Sodexho begroot op € 2.137,- (waarvan € 241, - voor griffierecht en € 1.896,- voor salaris procureur);

- verklaart bovenstaande kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.M.E. In ’t Velt-Meijer, T.L. Tan en V. Disselkoen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 januari 2007 in bijzijn van de griffier.