Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2007:AZ6824

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22-01-2007
Datum publicatie
24-01-2007
Zaaknummer
2200175606
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2008:BF0271, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2008:BF0271
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Poging tot moord en verboden wapenbezit: De verdachte is na een woordenwisseling op straat over geluidsoverlast boos zijn woning in gegaan om aldaar een vuurwapen met bijbehorende munitie te halen. Buiten op straat heeft de verdachte het vuurwapen doorgeladen en gericht op het slachtoffer. Bij het zien van het vuurwapen vluchtte diegene weg, waarop de verdachte achter hem is aangerend. Tijdens deze achtervolging heeft de verdachte een schot gelost in de richting van het slachtoffer.

Het is slechts een gelukkig toeval dat het door verdachte afgevuurde schot niemand heeft getroffen.

Naar het oordeel van het hof heeft de verdachte na kalm beraad en rustig overleg besloten aldus te handelen en heeft hij daarbij willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard en op de koop toe genomen dat hij het slachtoffer met zijn schot dodelijk zou kunnen treffen. Naar het oordeel van het hof is het een feit van algemene bekendheid dat een met kracht van een harde ondergrond terugspringende kogel een zich in de nabijheid daarvan bevindend persoon in vitale delen met dodelijk gevolg kan raken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2007, 80
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-001756-06

Parketnummer: 09-757638-05

Datum uitspraak: 22 januari 2007

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage van 7 maart 2006 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedag] 1983,

thans gedetineerd in PI Zuid West - De Dordtse Poorten te Dordrecht.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van

8 januari 2007.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting in hoger beroep op vordering van de advocaat-generaal gewijzigd.

Van de dagvaarding en van de vordering wijziging tenlastelegging zijn kopieën in dit arrest gevoegd.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 primair en onder 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Bij schrijven d.d. 8 januari 2007 heeft de officier van justitie, mr. Y.H.M. de Groot, de appèlmemorie van

21 maart 2006 aangepast, welke aanpassing inhoudt dat het appèl van de officier van justitie niet langer is gericht tegen hoger vermelde vrijspraak en derhalve wordt beperkt tot de in eerste aanleg opgelegde straf voor de onder 1 en 3 tenlastegelegde feiten.

Het hoger beroep is ingevolge het bepaalde bij artikel 404, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraak.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voorzover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

(zie de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt)

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Toelichting op de bewezenverklaring ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde

De raadsman heeft ter terechtzitting - zoals verwoord in zijn pleitaantekeningen - vrijspraak van de verdachte van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde bepleit nu de verdachte geen schoten in de richting van [het slach[het slachtoffer] zou hebben gelost en de verdachte aldus geen opzet zou hebben gehad op het raken van [het slach[het slachtoffer]. Verdachte zou slechts hebben willen dreigen.

Naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting stelt het hof het navolgende vast. Na onenigheid met een aantal jongeren, waaronder [het slach[het slachtoffer] heeft de verdachte vanuit zijn woning een vuurwapen en een magazijn met 13 kogels opgehaald. Hij heeft met het magazijn het vuurwapen geladen. Daarmee is hij in de richting van die [het slachtoffer] gelopen. Hij heeft zijn vuurwapen doorgeladen en het vuurwapen in de richting van [het slachtoffer] gehouden. [het slachtoffer] is daarop aanvankelijk over een afstand van enkele geparkeerde auto's voor de verdachte uit over het trottoir van de Frans Halsstraat weggevlucht in de richting van de Vaillantlaan. De verdachte is achter hem aangerend en heeft - naar eigen zeggen bewust - een schot richting troittoir afgevuurd. Vlak voor het eerste schot bedroeg de afstand tussen de verdachte en [het slachtoffer] ongeveer 5 meter. Hij heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard het wapen richting troittoir afgevuurd te hebben onder een hoek van ongeveer 45 graden. Terwijl hij [het slachtoffer] achtervolgde heeft hij, aldus zijn verklaring in hoger beroep, vervolgens nog eenmaal vrijwel rechtstandig omhoog in de lucht geschoten, aangezien hij zich als geoefend schutter van het onvoorspelbare gedrag van een ketsende kogel en het daaraan verbonden gevaar bewust was.

Bij het ter plaatse verichtte forensisch onderzoek zijn twee hulzen en een kogelfragment veilig gesteld. De hulzen en het kogelfragment zijn aangetroffen naast en op het trottoir ter hoogte van de plaats waar de verdachte zich heeft bevonden en in de looprichting van de wegvluchtende [het slachtoffer].

De resultaten van het forensisch onderzoek met betrekking tot het aantreffen van de hulzen en het kogelfragment zoals hiervoor aangegeven kunnen de lezing van de verdachte, dat hij het eerste schot naar het troittoir achter de wegvluchtende [het slachtoffer] heeft afgevuurd en bij het tweede schot in de lucht heeft geschoten, ondersteunen. Gelet op het aantal aangetroffen hulzen en de elf later bij het vuurwapen aangetroffen bijbehorende patronen staat vast, dat tweemaal is geschoten.

Het hof acht dan ook bewezen, dat de verdachte eenmaal in de richting van [het slachtoffer], maar op relatief geringe afstand achter die wegvluchtende [het slachtoffer] gericht op het trottoir heeft geschoten. Het schot in de lucht is niet in de richting van [het slachtoffer] afgevuurd.

Uit de handelwijze zoals uit de bewijsmiddelen blijkt, kan niet anders worden afgeleid, dan dat de verdachte na kalm beraad en rustig overleg heeft besloten te handelen zoals hij heeft gehandeld. Naar het oordeel van het hof heeft de verdachte voorts willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard en op de koop toe genomen dat hij [het slachtoffer] met zijn schot dodelijk zou kunnen treffen. Immers ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard een geoefend schutter te zijn en vanuit die deskundigheid bekend te zijn met het onvoorspelbare gedrag en het daaraan verbonden gevaar van een ketsende kogel in de vrije ruimte. De verdachte heeft er ter terechtzitting in hoger beroep blijk van gegeven zich te hebben gerealiseerd, dat de baan van een afgeketste kogel vooraf niet valt te voorspellen, aangezien die afhankelijk is van een aantal factoren zoals ook in de pleitnota vermeld. In het thans bewezen verklaarde feit heeft de verdachte onder een hoek van ongeveer 45 graden geschoten op een harde stenen ondergrond. Beide omstandigheden dragen bij - zoals verdachte ter zitting in hoger beroep heeft erkend - aan het met kracht omhoog komen van de ketsende kogel. De ligging van de trottoirtegels kan - zoals verdachte heeft verklaard - een volstrekt willekeurige afbuiging veroorzaken. De verdachte heeft geschoten op een moment, dat hij vrij en onbelemmerd zicht had op het slachtoffer die zich op betrekkelijk korte afstand van hem bevond.

Naar het oordeel van het hof is het een feit van algemene bekendheid dat een met kracht van een harde ondergrond terugspringende kogel een zich in de nabijheid daarvan bevindend persoon in vitale delen met dodelijk gevolg kan raken. Het hof concludeert dan ook, dat het voorwaardelijk opzet van de verdachte was gericht op de dood van [het slachtoffer]. Rekening houdend met het hiervoor overwogene met betrekking tot de voorbedachte rade komt het hof tot het wettig en overtuigend bewijs van het primair tenlastegelegde feit.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Poging tot moord.

Ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III; en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en tot veroordeling van de verdachte voor de onder 1 primair en onder 3 tenlastegelegde feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte is na een woordenwisseling op straat over geluidsoverlast met

[het slachtoffer] en andere personen, boos zijn woning in gegaan om aldaar een vuurwapen met bijbehorende munitie te halen. Buiten op straat heeft de verdachte het vuurwapen doorgeladen en gericht op [het slachtoffer]. Bij het zien van het vuurwapen vluchtte [het slachtoffer] weg waarop de verdachte achter [het slachtoffer] is aangerend. Tijdens deze achtervolging heeft de verdachte een schot gelost in de richting van [het slachtoffer].

Het is slechts een gelukkig toeval dat het door verdachte afgevuurde schot niemand heeft getroffen.

Delicten als de onderhavige, gepleegd op de openbare weg in aanwezigheid van andere mensen, dragen een voor de rechtsorde schokkend karakter en daarnaast brengen deze bij de burgers angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid teweeg.

Voorts heeft de verdachte een vuurwapen, zijnde een semi-automatisch pistool van het merk Heckler & Koch en bijbehorende munitie, te weten 13 kogelpatronen van het merk Sellier & Bellot, kaliber 9 mm Luger, voorhanden gehad. Tegen onbevoegd wapen bezit dient krachtig te worden opgetreden.

Vast is komen te staan dat de verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 29 november 2006, reeds eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof is dan ook van oordeel dat, mede gelet op de generale en speciale preventie, alleen een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf en dan van na te melden duur passend en geboden is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 45(oud), 57 en 289(oud) van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55(oud) van de Wet wapens en munitie.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep - voorzover aan het oordeel van het hof onderworpen - en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 3 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar terzake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

6 (zes) jaren.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. A.S.M. Horstink,

mr. N. Zandbergen en mr. A.G. Korvinus, in bijzijn van de griffier mr. S.A. Commandeur.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 22 januari 2007.

Mr. A.G. Korvinus is buiten staat dit arrest te ondertekenen.