Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ4600

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
13-12-2006
Datum publicatie
22-12-2006
Zaaknummer
1169-H-06
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 34 Rv. Appellante blijft in gebreke met het overleggen van stukken. Niet-ontvankelijkheid. Kostenveroordeling van de vrouw met de aantekening dat het haar raadsman zou sieren indien hij die kosten voor zijn rekening neemt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 13 december 2006

Rekestnummer. : 1169-H-06

Rekestnr. rechtbank : FA RK 05-3934

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verzoekster, tevens incidenteel verweerster, in hoger beroep,

hierna te noemen: de vrouw,

procureur mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt,

tegen

[verweerster],

wonende te [woonplaats],

verweerder, tevens incidenteel verzoeker, in hoger beroep,

hierna te noemen: de man,

procureur mr. E.M.H. Alkemade.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De vrouw is op 28 augustus 2006 in hoger beroep gekomen van een beschikking van de rechtbank te ‘s-Gravenhage van 29 mei 2006.

De man heeft op 17 oktober 2006 een verweerschrift, tevens houdende incidenteel appel, ingediend.

Op 1 december 2006 is de zaak mondeling behandeld, uitsluitend voor zover het hoger beroep zich richt tegen de door de rechtbank uitgesproken echtscheiding. Verschenen is: de man, bijgestaan door haar procureur. De vrouw is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De man en zijn procureur hebben het woord gevoerd.

DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER BEROEP TEN AANZIEN VAN DE ECHTSCHEIDING

1. Het hof heeft de vrouw bij brief van 4 september 2006 verzocht vijf exemplaren van de processtukken uit de eerste aanleg, alsmede vijf exemplaren van de bestreden beschikking, binnen 10 dagen aan de griffie te zenden. De vrouw heeft aan dit verzoek geen gehoor gegeven en ook overigens niet gereageerd naar aanleiding van dit verzoek.

Op 22 november 2006 heeft de griffier de vrouw, dit keer door middel van telefonisch contact, in de gelegenheid heeft gesteld om zo spoedig mogelijk in ieder geval de bestreden beschikking aan de griffie toe te zenden. De vrouw heeft ook aan dit verzoek niet voldaan, noch daarop anderszins gereageerd.

Op 30 november 2006, één dag voor de mondelinge behandeling, heeft de griffier de vrouw, eveneens door middel van telefonisch contact, nogmaals in de gelegenheid gesteld om de bestreden beschikking aan de griffie toe te zenden en wel, gelet op het tijdstip, per fax. Ook aan dit verzoek heeft de vrouw niet voldaan, noch daarop gereageerd.

2. Nu de vrouw verzuimd heeft om de processtukken uit de eerste aanleg en de bestreden beschikking over te leggen, en geen gebruik gemaakt heeft van de door het hof geboden gelegen-heden om haar verzuim te herstellen, en het voor een goede beoordeling en een adequate voorbereiding van de (inhoudelijke) behandeling noodzakelijk is dat het hof de beschikking heeft over genoemde processtukken en, voor wat betreft het geding ten aanzien van de behandeling van het beroep tegen de echtscheiding, in ieder geval de bestreden beschikking, is het hof van oordeel dat de vrouw wegens strijd met de beginselen van behoorlijk procesrecht niet in haar hoger beroep, voor zover gericht tegen de uitgesproken echtscheiding, kan worden ontvangen. Het hof verwijst hierbij naar artikel 34 Rv in samenhang met het rekestreglement.

3. Gelet op het feit dat:

a. het hof de vrouw tot drie keer toe heeft verzocht om - in ieder geval - een afschrift van de bestreden beschikking aan het hof toe te zenden;

b. het hof van de vrouw vervolgens helemaal niets heeft vernomen en

c. de vrouw het hof in het geheel niet heeft bericht dat zij niet zou verschijnen bij de mondelinge behandeling van het beroep, voor zover gericht tegen de uitgesproken echtscheiding,

ziet het hof aanleiding om de vrouw ambtshalve te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure in hoger beroep tot aan deze uitspraak aan de zijde van de man gevallen, zij het dat het hof, met inachtneming van het liquidatietarief, daarbij alleen rekening zal houden met de mondelinge behandeling die heeft plaatsgevonden.

4. In het kader van hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen, dient nog opgemerkt te worden dat het de raadsman van de vrouw zal sieren als deze de kosten voor eigen rekening zal nemen, nu niet is gebleken dat de oorzaak van de veroordeling daarin aan de vrouw in persoon dient te worden toegerekend.

5. Dit leidt tot de volgende beslissing.

BESLISSING

Het hof:

verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar hoger beroep ten aanzien van de echtscheiding;

veroordeelt de vrouw in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van de man tot deze uitspraak begroot op € 894,-, gespecificeerd als volgt: salaris procureur: € 894,-.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad voor wat betreft de kostenveroordeling;

houdt iedere verdere beslissing aan;

bepaalt dat de behandeling van de zaak zal worden voortgezet op een nader te bepalen datum, waarvoor partijen nog een afzonderlijke oproep zullen ontvangen.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Stille, Husson en Ydema, bijgestaan door mr. Sierksma als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 december 2006.